Ruim 100 jaar geleden begon Helene Kröller Müller met verzamelen. In 1908
deed ze haar eerste belangrijke aankopen en na een aantal jaren had ze al een verzameling van wereldfaam bij elkaar gebracht, geadviseerd door kunsthistoricus H.P.Bremmer en met financiële steun van haar echtgenoot Anton Kröller. Kunsthistorica Eva Rovers promoveerde in 2011 aan de Universiteit van Groningen op een uitgebreide biografie over het leven en de totstandkoming van de kunstverzameling van Helene Kröller-Müller, De eeuwigheid verzameld (zie Boekman 89, p. 110-111 voor een boekbespreking).
Evert van Straaten, 21 jaar (tot 2012) directeur van het museum Kröller-Müller en betrokken bij de uitbreiding van de kunstverzameling maakt de balans op in zijn gelijknamige afscheidstentoonstelling Longing for perfection, te zien in het museum van 1 april tot 28 oktober 2012. Veel werken zijn nog maar zelden getoond of zelfs voor het eerst te zien. Naast bekende werken als het Uiltje van Pablo Picasso of The Paintings (with Us in the Nature) zijn er bijzondere werken te zien van Armando, Jo Baer, Louise Bourgeois, Daan van Golden, Matt Mulligan, Anselm Kiefer, Bruce Naumann, herman de vries, Franz West, Rémy Zaugg en vele andere kunstenaars.
Van Straaten legt als het ware verantwoording af aan Kröller-Müller voor zijn keuzes en de aankopen onder zijn directeurschap . Het begrip utopie is daarin altijd een belangrijke leidraad in termen van het streven naar een ideaal dat met veel ‘idealistische’ werken in de verzameling verbonden kon worden. Hij acht het in zijn functie als directeur, overigens evenals zijn voorgangers Bram Hammacher (die de verzameling vooral uitbreidde op het terrein van beeldhouwkunst) en Rudi Oxenaar (die zorg droeg voor de uitvoering van de nieuwbouwplannen voor het museum van Wim Quist en betrokken was bij de overdracht van de particuliere collectie van verzamelaar Martin Visser (400 werken), van groot belang dat de door Kröller-Müller gekozen lijn aanwezig blijft in de collectie. De opvolgster van Evert van Straten is Lisette Pelsers, afkomstig van het Rijksmuseum Twenthe waar zij vanaf 2009 directeur was en daarvoor conservator.
Belangrijke toevoegingen in de collectie onder het bewind van Van Straaten zijn in de eerste plaats, op het gebied van de klassiek modernen, werken van kunstenaars van De Stijl en hun tijdgenoten met als doel hun wereldverbeterende bedoelingen een extra accent te geven en hun ruimtelijk werk een belangrijke plaats te geven in de verzameling en daardoor parallellen met de hedendaagse kunst te kunnen trekken. Op de tweede plaats een accent op beeldende kunst uit de jaren 70 waarin de kunstenaars weer op zoek gaan naar de essentie van kunst. Deze onderzoekende kunst zag Van Straaten als een importante schakel tussen de pionierende kunstenaars van voor de oorlog en de toonaangevende kunstenaars van nu. Op de derde plaats noemt hij de kunstenaars die hij beschouwt als hedendaagse kritische geesten die volgens hem alle nuances tussen empathie en kritiek in hun werk laten zien, maar nooit een cynische visie hebben en op de vierde plaats de hedendaagse utopisten, die enerzijds bewust het principe van vernietigen en opbouw toepassen en dat mengen met een besef van vergankelijkheid waarin melancholie en ironie doorschemeren. Als laatste een wandeling langs een aantal aanwinsten in de beeldentuin.
Uitgaande van het utopiebegrip en analyse van de collectie zijn de leidende thema’s door directeur en medewerkers bij het verzamelen verder uitgewerkt. Dit leidde tot een nieuwe lijn met tegenstellingen en begrippen die enerzijds houvast geven bij het kiezen van kunst en anderzijds de collectie laten ademen zoals utopie en wetenschap/cognitie, destructie en opbouw, empathie en kritiek, tijd en ruimte, melancholie en ironie en natuur en cultuur. Ook wordt in het museum de kwetsbaarheid van de kunst gekoppeld aan de kwetsbaarheid van de natuur.
Het totaalbeeld van de verzameling is een driedimensionaal spinnenweb met in het hart de werken uit de oorspronkelijke Kröller-collectie: er is een grote samenhang maar om van het ene naar het andere kunstwerk te komen moeten soms heel veel kruispunten overgestoken worden. Als men zich daarop instelt dan loont het, zoals Van Straaten ook betoogt, om van Vincent van Gogh naar Anselm Kiefer te gaan, van James Ensor naar Jan Fabre of van Piet Mondriaan naar Ad Reinhardt.
Alle inhoudelijke aspecten van de verzameling komen uitgebreid en in historisch perspectief aan de orde. De motivatie voor de uitbreiding van de collectie in de loop der tijd met nieuwe aanwinsten wordt door Van Straaten heel nauwkeurig en precies maar ook vanuit gepassioneerde en inhoudelijke betrokkenheid beschreven. Gevolg is wéér een prachtig boek over het museum met hele mooie afbeeldingen en de basisgegevens van alle sinds 1991 verworven werken toegevoegd.
Evert van Straaten, Verlangen naar volmaaktheid: 21 jaar verzamelen door het Kröller-Müller Museum. Stichting Kroller-Müller Museum, 2012. Prijs: 34,50 euro.
Truus Gubbels
Het laatste nieuws van de redactie van Boekman en medewerkers van de Boekmanstichting op het gebied van symposia, benoemingen, promoties, publicaties.
woensdag 9 mei 2012
vrijdag 4 mei 2012
Urgentie stond centraal tijdens ‘De staat van het boek’
Urgentie en met name het gebrek daaraan was een terugkerend thema tijdens het 4e KVB-symposium “De staat van het boek”, op 24 april in de sfeervolle Beurs van Berlage in Amsterdam. De bijeenkomst werd voor het eerst georganiseerd in samenwerking met de Vlaamse collega’s. De Vlaamse editie had een dag eerder in Antwerpen plaatsgevonden.
Het was jammer voor degenen die voortijdig het pand hadden verlaten, want het sluitstuk van de bijeenkomst, de Tiele-lezing, bleek het vuurwerk te zijn waar iedereen de hele dag op had zitten wachten. Werd het toch nog echt spannend op de bijeenkomst van KBV-leden! Door interessante openingspeeches van onder andere Rene Bego van Mo’media en Jos Debeij, OB Deventer en bestuurslid VOB, o.l.v. dagpresentator Frenk van der Linden, kwam de zaal tot leven. Na deze aftrap ging een ieder zijns weegs naar een van de drie sessies: uitgeverij-boekhandel, boekhandel-bibliotheek en marktcijfers.
Ik bezocht de sessie boekhandel-bibliotheek waar onder de hoede van Frank Huysmans (Siob, Uva) werd gezocht naar aanknopingspunten voor de samenwerking tussen deze partijen. Dit leverde niet veel nieuws onder de zon op. Na een korte pauze volgde de tweede serie van 3 soortgelijke sessies. Ditmaal woonde ik de sessie uitgeverij-bibliotheek bij, wederom o.l.v. Frank Huysmans. Helaas bleek er weinig eer te behalen dankzij de ietwat starre houding van de uitgeverskant. Tot soortgelijke conclusies kwamen ook de 3 gesprekleiders van de dag: Frank Huysmans, Lisa Kuitert en Adriaan van der Weel tijdens de plenaire slotzitting.
Joost Kirch reikte de Tiele-scriptieprijs uit aan Chiara Piccoli. Zij behaalde met de beloonde scriptie ‘Publishing in the Republic of Letters: The Theasurus Antiquitatum et Historiarum Italiae' haar Master Book and Digital Media aan de Universiteit Leiden. Uiteindelijk kwamen we bij het verfrissende sluitstuk van de dag: de Tiele-lezing door Arne Gast, partner van McKinsey & Company. Overrompelend, duidelijk, dicht op de huid. Hier kan je wat mee! Hij refereerde eerst aan de diverse sessies die hij zelf had bijgewoond en begon met de opmerking dat het naar zijn mening de hele dag was blijven hangen om het ebook en het boek.
Als kind uit een boekhandel- en uitgeverijgeslacht (en dit verschafte hem geloofwaardigheid), waste hij zijn publiek de oren. Hij schetste de ontwikkelingsgeschiedenis van organisaties. Het ouderwetse credo ‘hoe groter hoe beter’ gaat nu niet meer op, legde hij uit. Bedrijven gaan eerder failliet en boeken minder resultaten. Alleen bedrijven die zichzelf telkens opnieuw uitvinden en eigen identiteit vasthouden overleven ook ten tijde van verandering en zelfs in slechte markten. Hierbij geeft hij als voorbeeld SouthWest Airlines en Toyota. Waar gaat het om? Om morgen te presteren moet je o.a. sneller vernieuwen (dan de concurrent), richting geven. Welke rol kies je? Genoemd worden NU.nl als aggregator, Spotify met haar service en een prachtig voorbeeld van de supermarkt Tesco in de Koreaanse markt waar alles gericht is op thuisbezorgen. Posters ophangen met per product een QR-code zodat mensen via de mobiel een boodschappenlijstje kunnen maken en laten thuisbezorgen door de supermarkt. Misschien iets voor bibliotheken in de toekomst?
Een aantal van zijn overtuigingen t.a.v. het boekenvak kwamen naar voren: ‘books vs ideas’, ‘collective vs solo’. Belangrijkste in het geheel is om het geloof en gedrag te veranderen (het systeem) door een goede/sterke/uitdagende visie en motivatie, verhaal met duidelijk voorbeeld/leidersgedrag tonen, verwachtingen t.a.v. personeel, training om de mindset anders te krijgen. Wat en hoe gedeeld door waarom en wie.
Na afloop van een gezellige netwerkborrel kreeg iedere bezoeker de Tiele-publicatie ‘Schakels in de keten van het boek’, het tweede deel in de reek Boeketje Boekwetenschap, mee naar huis. In dit boekje doen de vier Tielehoogleraren Arianne Baggerman, Paul Hoftijzer, Gerard Unger en Adriaan van der Weel verslag van interessant boekwetenschappelijk onderzoek.
Marjolein van der Steen
Het was jammer voor degenen die voortijdig het pand hadden verlaten, want het sluitstuk van de bijeenkomst, de Tiele-lezing, bleek het vuurwerk te zijn waar iedereen de hele dag op had zitten wachten. Werd het toch nog echt spannend op de bijeenkomst van KBV-leden! Door interessante openingspeeches van onder andere Rene Bego van Mo’media en Jos Debeij, OB Deventer en bestuurslid VOB, o.l.v. dagpresentator Frenk van der Linden, kwam de zaal tot leven. Na deze aftrap ging een ieder zijns weegs naar een van de drie sessies: uitgeverij-boekhandel, boekhandel-bibliotheek en marktcijfers.
Ik bezocht de sessie boekhandel-bibliotheek waar onder de hoede van Frank Huysmans (Siob, Uva) werd gezocht naar aanknopingspunten voor de samenwerking tussen deze partijen. Dit leverde niet veel nieuws onder de zon op. Na een korte pauze volgde de tweede serie van 3 soortgelijke sessies. Ditmaal woonde ik de sessie uitgeverij-bibliotheek bij, wederom o.l.v. Frank Huysmans. Helaas bleek er weinig eer te behalen dankzij de ietwat starre houding van de uitgeverskant. Tot soortgelijke conclusies kwamen ook de 3 gesprekleiders van de dag: Frank Huysmans, Lisa Kuitert en Adriaan van der Weel tijdens de plenaire slotzitting.
Joost Kirch reikte de Tiele-scriptieprijs uit aan Chiara Piccoli. Zij behaalde met de beloonde scriptie ‘Publishing in the Republic of Letters: The Theasurus Antiquitatum et Historiarum Italiae' haar Master Book and Digital Media aan de Universiteit Leiden. Uiteindelijk kwamen we bij het verfrissende sluitstuk van de dag: de Tiele-lezing door Arne Gast, partner van McKinsey & Company. Overrompelend, duidelijk, dicht op de huid. Hier kan je wat mee! Hij refereerde eerst aan de diverse sessies die hij zelf had bijgewoond en begon met de opmerking dat het naar zijn mening de hele dag was blijven hangen om het ebook en het boek.
Als kind uit een boekhandel- en uitgeverijgeslacht (en dit verschafte hem geloofwaardigheid), waste hij zijn publiek de oren. Hij schetste de ontwikkelingsgeschiedenis van organisaties. Het ouderwetse credo ‘hoe groter hoe beter’ gaat nu niet meer op, legde hij uit. Bedrijven gaan eerder failliet en boeken minder resultaten. Alleen bedrijven die zichzelf telkens opnieuw uitvinden en eigen identiteit vasthouden overleven ook ten tijde van verandering en zelfs in slechte markten. Hierbij geeft hij als voorbeeld SouthWest Airlines en Toyota. Waar gaat het om? Om morgen te presteren moet je o.a. sneller vernieuwen (dan de concurrent), richting geven. Welke rol kies je? Genoemd worden NU.nl als aggregator, Spotify met haar service en een prachtig voorbeeld van de supermarkt Tesco in de Koreaanse markt waar alles gericht is op thuisbezorgen. Posters ophangen met per product een QR-code zodat mensen via de mobiel een boodschappenlijstje kunnen maken en laten thuisbezorgen door de supermarkt. Misschien iets voor bibliotheken in de toekomst?
Een aantal van zijn overtuigingen t.a.v. het boekenvak kwamen naar voren: ‘books vs ideas’, ‘collective vs solo’. Belangrijkste in het geheel is om het geloof en gedrag te veranderen (het systeem) door een goede/sterke/uitdagende visie en motivatie, verhaal met duidelijk voorbeeld/leidersgedrag tonen, verwachtingen t.a.v. personeel, training om de mindset anders te krijgen. Wat en hoe gedeeld door waarom en wie.
Na afloop van een gezellige netwerkborrel kreeg iedere bezoeker de Tiele-publicatie ‘Schakels in de keten van het boek’, het tweede deel in de reek Boeketje Boekwetenschap, mee naar huis. In dit boekje doen de vier Tielehoogleraren Arianne Baggerman, Paul Hoftijzer, Gerard Unger en Adriaan van der Weel verslag van interessant boekwetenschappelijk onderzoek.
Marjolein van der Steen
Labels:
bibliotheken,
boekenvak,
congres,
digitalisering,
kunstprijzen,
management,
marketing
maandag 2 april 2012
Boekpresentatie van Blauwdruk: plannen, schetsen en geschiedenis van het Nationaal Historisch Museum (2008-2011)
‘Gaan we het toch nog over de inhoud hebben’, zo opende gespreksleider Hans Goedkoop het debat op 26 maart 2012 in Felix Meritis in Amsterdam naar aanleiding van het verschijnen van Blauwdruk, een mooi verzorgde publicatie over het Nationaal Historisch Museum (NHM). Daarin leggen museumdirecteuren Erik Schilp en Valentijn Byvanck rekenschap af van hun inhoudelijke en strategische keuzes in de afgelopen drie turbulente jaren waarin zij (tevergeefs) werkten aan het realiseren van hun ideale geschiedenismuseum. Belangrijkste leidraad van hun filosofie: de bezoeker moet het zelf doen. Jan Marijnissen, destijds initiatiefnemer van het idee (SP) hekelde deze insteek toentertijd als ‘postmoderne hutspot’. Die mening heeft hij wel bijgesteld inmiddels, maar hoe kijken de overige aanwezigen hierop terug? In hoeverre doen authentieke objecten ertoe in een museumopstelling? En hoe belangrijk ís een chronologische presentatie?
Daarover debatteerden de panelleden met de directie en de aanwezigen in de zaal. De sprekers waren Jan Marijnissen (SP), Frits van Oostrom (universiteitshoogleraar in Utrecht en voorzitter van de commissie Canon van Nederland), Marjan Scharloo (directeur Teylers Museum), Robert Stiphout (journalist Elsevier) en Willem Velthoven (nieuwe media partner NHM en directeur Mediamatic).
Erik Schilp sprak over een geweldig avontuur, dat helaas niet goed is afgelopen. Het ‘best doordachte museum van de geschiedenis’ verdiende beter, aldus Stiphout. Het liep anders. Hoe het had kunnen eindigen, valt nu te lezen in Blauwdruk. De panelleden geven hun eerste indruk van het boek. Woord, beeld, beleving, de zes thema’s, het is prachtig afgestemd, maar wat een overdaad, vindt Marjan Scharloo. Jan Marijnissen mist toch nog altijd de chronologie maar vindt de thematische invalshoek wel interessant. Het eerste deel is een mooi ‘doeboek’ geworden, ‘een knutselboek om je eigen geschiedenis in elkaar te timmeren’, aldus Willem Velthoven, panellid en directeur van Mediamatic. Het tweede deel is daarentegen een saai jaarverslag vindt hij. Lees juist dat deel, klinkt het uit de zaal, zodat de fouten van dit project een volgende keer niet gemaakt zullen worden.
Frits van Oostrom benadrukte het nog maar eens: het was een goede keuze om de canonvensters los te laten. Chronologie is voor het onderwijs een must maar hoeft wat hem betreft in een museum niet per se. Waar hij wel voor vreesde in de opzet, die gerust als beeldenbombardement kan worden omschreven: het recentere verleden is perfect te verbeelden, maar hoe pakt dat uit voor het verre verleden? Het tweede kwetsbare aspect van de opzet omschrijft hij als de ‘ikkerigheid’ die wel het meest prominent tot uiting komt in het thema ‘ik en wij’. Alles draait tegenwoordig teveel om wat je er zelf van vindt, ‘omdat je het waard bent’. Dat mag wel een tandje minder, niet alleen binnen, maar ook buiten de museale wereld, vindt hij. In dat thema hoort het museum inmiddels zelf ook thuis, vindt Schilp. Van Oostrom vindt dat geen goede ontwikkeling. Langzamerhand kan het museum als 51ste venster aan de canon toegevoegd, concludeerde hij ironisch.
Robert Stiphout mist de authentieke topstukken uit de vaderlandse geschiedenis in het concept van de collectie. De kisten van Hugo de Groot kunnen eenvoudigweg toch niet ontbreken? Valentijn Bijvanck benadrukte daarop dat er juist ontzettend veel authentieke stukken getoond zouden worden. Maar de Nachtwacht, nee, die kregen we niet. Daarover liet Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum, geen twijfel over bestaan. Dat zou niet eens kunnen, blijkt uit de discussie die volgde, omdat het belangrijkste stuk uit de collectie Nederland niet onder rijksverantwoording valt. De stad Amsterdam gaat daarover. Dat is historisch zo gegroeid. Deze casus geeft aan hoe ondoorzichtig en vol tegenstrijdige belangen de wereld van ons nationale erfgoed in elkaar steekt. Twee ambitieuze directeuren van het Nationaal Historisch Museum, noch een eigenwijze minister, konden daar veel beweging in krijgen.
Raspoliticus Jan Marijnissen gelooft er nog steeds in: ‘dat museum komt er toch’. Hij is van mening dat het draagvlak voor het idee onverminderd aanwezig is en daar zal dit boek nog eens extra bij helpen. Goedkoop ziet dat iets minder positief. Mocht het idee opnieuw postvatten, dan gaat de nieuwe directeur het vast weer helemaal anders doen. Want, ja, het zijn toch kleine zonnekoninkjes in die museale wereld, zoals Van Oostrom al eerder tijdens de middag terecht opmerkte. Ernst Veen, rasondernemer, ziet hoop aan de horizon qua locatie: De pier van Scheveningen, karakteristiek op de grens tussen water en land. Als dat geen prachtige blauwdruk schetst voor het Nationaal Historisch Museum 4.0?
Valentijn Byvanck, Blauwdruk. Plannen, schetsen en geschiedenis van het Nationaal Historisch Museum (2008-2011), SUN, Prijs: Tot 12 juni 2012 verkrijgbaar voor € 29,50, daarna € 34,50.
Marielle Hendriks
Erik Schilp sprak over een geweldig avontuur, dat helaas niet goed is afgelopen. Het ‘best doordachte museum van de geschiedenis’ verdiende beter, aldus Stiphout. Het liep anders. Hoe het had kunnen eindigen, valt nu te lezen in Blauwdruk. De panelleden geven hun eerste indruk van het boek. Woord, beeld, beleving, de zes thema’s, het is prachtig afgestemd, maar wat een overdaad, vindt Marjan Scharloo. Jan Marijnissen mist toch nog altijd de chronologie maar vindt de thematische invalshoek wel interessant. Het eerste deel is een mooi ‘doeboek’ geworden, ‘een knutselboek om je eigen geschiedenis in elkaar te timmeren’, aldus Willem Velthoven, panellid en directeur van Mediamatic. Het tweede deel is daarentegen een saai jaarverslag vindt hij. Lees juist dat deel, klinkt het uit de zaal, zodat de fouten van dit project een volgende keer niet gemaakt zullen worden.
Frits van Oostrom benadrukte het nog maar eens: het was een goede keuze om de canonvensters los te laten. Chronologie is voor het onderwijs een must maar hoeft wat hem betreft in een museum niet per se. Waar hij wel voor vreesde in de opzet, die gerust als beeldenbombardement kan worden omschreven: het recentere verleden is perfect te verbeelden, maar hoe pakt dat uit voor het verre verleden? Het tweede kwetsbare aspect van de opzet omschrijft hij als de ‘ikkerigheid’ die wel het meest prominent tot uiting komt in het thema ‘ik en wij’. Alles draait tegenwoordig teveel om wat je er zelf van vindt, ‘omdat je het waard bent’. Dat mag wel een tandje minder, niet alleen binnen, maar ook buiten de museale wereld, vindt hij. In dat thema hoort het museum inmiddels zelf ook thuis, vindt Schilp. Van Oostrom vindt dat geen goede ontwikkeling. Langzamerhand kan het museum als 51ste venster aan de canon toegevoegd, concludeerde hij ironisch.
Robert Stiphout mist de authentieke topstukken uit de vaderlandse geschiedenis in het concept van de collectie. De kisten van Hugo de Groot kunnen eenvoudigweg toch niet ontbreken? Valentijn Bijvanck benadrukte daarop dat er juist ontzettend veel authentieke stukken getoond zouden worden. Maar de Nachtwacht, nee, die kregen we niet. Daarover liet Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum, geen twijfel over bestaan. Dat zou niet eens kunnen, blijkt uit de discussie die volgde, omdat het belangrijkste stuk uit de collectie Nederland niet onder rijksverantwoording valt. De stad Amsterdam gaat daarover. Dat is historisch zo gegroeid. Deze casus geeft aan hoe ondoorzichtig en vol tegenstrijdige belangen de wereld van ons nationale erfgoed in elkaar steekt. Twee ambitieuze directeuren van het Nationaal Historisch Museum, noch een eigenwijze minister, konden daar veel beweging in krijgen.
Raspoliticus Jan Marijnissen gelooft er nog steeds in: ‘dat museum komt er toch’. Hij is van mening dat het draagvlak voor het idee onverminderd aanwezig is en daar zal dit boek nog eens extra bij helpen. Goedkoop ziet dat iets minder positief. Mocht het idee opnieuw postvatten, dan gaat de nieuwe directeur het vast weer helemaal anders doen. Want, ja, het zijn toch kleine zonnekoninkjes in die museale wereld, zoals Van Oostrom al eerder tijdens de middag terecht opmerkte. Ernst Veen, rasondernemer, ziet hoop aan de horizon qua locatie: De pier van Scheveningen, karakteristiek op de grens tussen water en land. Als dat geen prachtige blauwdruk schetst voor het Nationaal Historisch Museum 4.0?
Valentijn Byvanck, Blauwdruk. Plannen, schetsen en geschiedenis van het Nationaal Historisch Museum (2008-2011), SUN, Prijs: Tot 12 juni 2012 verkrijgbaar voor € 29,50, daarna € 34,50.
Marielle Hendriks
donderdag 22 maart 2012
De noodzaak en het belang van kunst en kunstbeleid in weerbarstige tijden
Ter gelegenheid van het verschijnen van de boeken Kunst moet; ook in tijden van cholera van voormalig topambtenaar Thije Adams (onder meer directeur Algemeen Cultuurbeleid en directeur Internationale betrekkingen van het Ministerie van WVC en OCW) en Kunstbeleid in tijden van cholera; een nieuwe rol voor de overheid van Thije Adams en Frans Hoefnagel (jurist, voormalig projectleider bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Zijn promotie had als onderwerp de relatie tussen wetgeving en cultuurbeleid) werd er op vrijdag 16 maart in Spui 25 in samenwerking met uitgeverij Van Gennep een discussie georganiseerd waarin de mogelijkheden van vernieuwing van het kunstbeleid centraal stond.
Aan de orde was wat er de komende tijd veranderen moet aan de verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid, hogere en lagere, voor het behoud, de ontwikkeling en de distributie van kunst en cultuur, en de participatie daaraan. Uitgangspunt waren vragen en kwesties rondom het (grote) maatschappelijke belang van (hoge) kunst waarvoor Adams een hartstochtelijk pleidooi hield; hoewel het belang van kunst moeilijk wetenschappelijk is te definiëren is, zijn de inzichten die ermee uitgedrukt kunnen worden van grote importantie maar ook nodig en noodzakelijk voor de samenleving. Hoefnagel voegde daaraan toe dat de normen waarom kunst ondersteund moet worden nu te simpel zijn en nooit goed uitgewerkt hetgeen geleid heeft tot een traditioneel zwak besef van kunst als waarde op zich. Volgens hem moet de overheid een meer sturende rol hebben en ook haar eigen verantwoordelijkheid kennen en daar hoort bijvoorbeeld ook bij te onderzoeken of zaken zonder overheidssteun tot hun recht (kunnen) komen.
Prioriteiten in de rol van de overheid moeten zijn: zorgen voor culturele vrijheid, cultuurbehoud, reageren op maatschappelijke initiatieven, een verschuiving van de dominantie van professionals (aanbod) naar de vraagkant (het beleid heeft volgens Adams te veel overgenomen van de burgers; daarom is er nu geen steun uit de samenleving en geen burger te bekennen nu het beleid wordt afgebroken) Waar Nederland vroeger een gidsland was met een ruimhartig kunstbudget, lijkt het op dit moment een gidsland in bezuinigen. Vitale delen van het culturele leven worden door de bezuinigingen bedreigd. In dat licht lijkt het nodig een nieuw cultuurbeleid voor de langere termijn te ontwikkelen.
Alexander Ribbink, secretaris van de Turing Foundation en voorzitter van de Raad van Toezicht van het Stedelijk Museum en Guikje Roethof, algemeen secretaris van de Amsterdamse Kunstraad, waren gevraagd om een reactie te geven op beide auteurs en het boek. Ribbink bevestigde Adams in zijn opmerking dat het maatschappelijk draagvlak weg is. De burger voelt geen verantwoordelijkheid meer voor cultuur. Hij verbond daaraan ook de opmerking dat het een illusie is dat het mecenaat de bezuinigingen door de overheid kan opvangen ‘ het mecenaat kan nog geen 1/10de doen van wat de overheid laat’. Ook Roethof benadrukte dat de overheid beslist een grote financiële rol moet blijven spelen maar hetzelfde geld slimmer moet verdelen. Dat werd bevestigd door Thije Adams die stelde dat de rol van de overheid als financier niet te missen is maar de overheid geen oordelaar/bemoeial moet zijn. Al met al een waardevolle en levendige bijeenkomst ter viering van een pleidooi voor een andere overheidsrol. Opvallend was het aantal grijze haren bij de bijeenkomst, het zou mooi zijn als er wat meer jongeren zich in de discussie zouden mengen. In Boekman 91, die in juni verschijnt, worden de boeken besproken.
Thije Adams Kunst moet ook in tijden van cholera, Van Gennep, prijs: 4,95
Thije Adams en Frans Hoefnagel Kunstbeleid in tijden van cholera, Van Gennep, prijs: 3,95
Truus Gubbels
Aan de orde was wat er de komende tijd veranderen moet aan de verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid, hogere en lagere, voor het behoud, de ontwikkeling en de distributie van kunst en cultuur, en de participatie daaraan. Uitgangspunt waren vragen en kwesties rondom het (grote) maatschappelijke belang van (hoge) kunst waarvoor Adams een hartstochtelijk pleidooi hield; hoewel het belang van kunst moeilijk wetenschappelijk is te definiëren is, zijn de inzichten die ermee uitgedrukt kunnen worden van grote importantie maar ook nodig en noodzakelijk voor de samenleving. Hoefnagel voegde daaraan toe dat de normen waarom kunst ondersteund moet worden nu te simpel zijn en nooit goed uitgewerkt hetgeen geleid heeft tot een traditioneel zwak besef van kunst als waarde op zich. Volgens hem moet de overheid een meer sturende rol hebben en ook haar eigen verantwoordelijkheid kennen en daar hoort bijvoorbeeld ook bij te onderzoeken of zaken zonder overheidssteun tot hun recht (kunnen) komen.
Prioriteiten in de rol van de overheid moeten zijn: zorgen voor culturele vrijheid, cultuurbehoud, reageren op maatschappelijke initiatieven, een verschuiving van de dominantie van professionals (aanbod) naar de vraagkant (het beleid heeft volgens Adams te veel overgenomen van de burgers; daarom is er nu geen steun uit de samenleving en geen burger te bekennen nu het beleid wordt afgebroken) Waar Nederland vroeger een gidsland was met een ruimhartig kunstbudget, lijkt het op dit moment een gidsland in bezuinigen. Vitale delen van het culturele leven worden door de bezuinigingen bedreigd. In dat licht lijkt het nodig een nieuw cultuurbeleid voor de langere termijn te ontwikkelen.
Alexander Ribbink, secretaris van de Turing Foundation en voorzitter van de Raad van Toezicht van het Stedelijk Museum en Guikje Roethof, algemeen secretaris van de Amsterdamse Kunstraad, waren gevraagd om een reactie te geven op beide auteurs en het boek. Ribbink bevestigde Adams in zijn opmerking dat het maatschappelijk draagvlak weg is. De burger voelt geen verantwoordelijkheid meer voor cultuur. Hij verbond daaraan ook de opmerking dat het een illusie is dat het mecenaat de bezuinigingen door de overheid kan opvangen ‘ het mecenaat kan nog geen 1/10de doen van wat de overheid laat’. Ook Roethof benadrukte dat de overheid beslist een grote financiële rol moet blijven spelen maar hetzelfde geld slimmer moet verdelen. Dat werd bevestigd door Thije Adams die stelde dat de rol van de overheid als financier niet te missen is maar de overheid geen oordelaar/bemoeial moet zijn. Al met al een waardevolle en levendige bijeenkomst ter viering van een pleidooi voor een andere overheidsrol. Opvallend was het aantal grijze haren bij de bijeenkomst, het zou mooi zijn als er wat meer jongeren zich in de discussie zouden mengen. In Boekman 91, die in juni verschijnt, worden de boeken besproken.
Thije Adams Kunst moet ook in tijden van cholera, Van Gennep, prijs: 4,95
Thije Adams en Frans Hoefnagel Kunstbeleid in tijden van cholera, Van Gennep, prijs: 3,95
Truus Gubbels
dinsdag 21 februari 2012
Hans den Hartog Jager: Het sublieme. Het einde van de schoonheid en een nieuw begin
Schrijver, journalist en presentator Hans den Hartog Jager (1968) heeft in opdracht van Museum de Fundatie te Zwolle de tentoonstelling ‘Meer Licht’ samengesteld. Het boek Het sublieme. Het einde van de schoonheid en een nieuw begin, dat ter gelegenheid van de tentoonstelling - en gesubsidieerd door het Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst - is verschenen, onderzoekt het sublieme in de kunst. Een subliem kunstwerk gaat volgens de auteur veel verder en dieper dan de begrippen mooi of lelijk en is overweldigend; hij noemt als voorbeeld The Weather Project een gigantisch kunstwerk van Olafur Elliasson, dat hij een aantal jaren geleden in de Tate Modern in Londen zag en waarmee hij zijn betoog inleidt.
Maar schoonheid is een delicate zaak waar hedendaagse kunstenaars zich minder mee bezig houden dan met ideeën, aldus Den Hartog Jager. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog wilde de avant-garde van de schoonheid af, niet alleen omdat steeds meer kunstenaars schoonheid associeerden met oude machthebbers, die er hun status en historie mee bevestigden, maar ook omdat die houding bijna vanzelfsprekend paste in de individualistische ontwikkeling die de beeldende kunst vanaf het begin van de Romantiek had doorgemaakt.
Volgens Den Hartog Jager heeft goede kunst altijd te maken met bevrijding van de beperking van je eigen geest. 'Plotseling, bijna zonder het te beseffen, ben je weg uit het leven van alledag, is je geest elders en zoek je je weg in de beelden, de vormen en ideeën die het kunstwerk je aanreikt'. (p. 117) De auteur denkt dat deze vorm van bevrijding het belangrijkste effect is dat alle soorten kunst bij de toeschouwer wil bereiken. (p.118) Het gaat er om dat een kunstwerk de toeschouwer een ander perspectief op de wereld biedt, uittilt boven de alledaagse beperking van zijn geest en lichaam. De aard van de bevrijding is veranderd van schoonheid als absolute waarde (voor wie zo kijkt is een kunstwerk ( …) de eerste trede van een trap naar de hemel) naar schoonheid, zoals bijvoorbeeld in veel hedendaagse ideeënkunst, waarin die ‘eerste bevrijding’ zo goed als afwezig is en wat precies de reden is waarom schoonheidszoekers zich met dit soort werk geen raad weten.
In het prikkelend en meeslepend geschreven essay geeft de criticus aan de hand van voorbeelden uit de kunstgeschiedenis en de hedendaagse kunst zijn visie op de ontwikkelingen in de schoonheid en het sublieme in de kunstwereld. Het sublieme vond volgens hem zijn eerste hoogtepunt bij kunstenaars als William Turner en Caspar David Friedrich. In de tweede helft van de twintigste eeuw werd de schoonheid steeds verdachter en met de schilderijen van Mark Rothko kwam in de jaren zeventig een einde aan de schoonheid die niet meer vernieuwend en niet meer kritisch werd gevonden. Daarmee was het sublieme uit de kunst verdwenen maar het verlangen naar schoonheid niet en volgens de auteur is het sublieme op de weg terug in de installaties en video’s van een nieuwe generatie kunstenaars. Hij noemt als voorbeelden de werken van de eerdergenoemde Eliasson, maar ook kunstenaars als David Clearbout en Anish Kapoor halen de toeschouwer uit zijn alledaagse leven en doen een appel op hun emotie waardoor het sublieme weer terug is in de beeldende kunst.
Den Hartog Jager, verbonden als kunstcriticus aan NRC Handelsblad en Oog, schrijver van romans, medewerker aan diverse tv programma’s over kunst heeft het boek geschreven als gezelschap bij ‘Meer licht’(volgens de auteur de laatste woorden van Goethe) in de Fundatie te Zwolle die hij samenstelde in 2011/2012 op verzoek van Ralph Keuning, directeur van het museum, dat in het bezit is van de enigste William Turner in een Nederlandse museumcollectie. De (eigentijdse) kunstenaars wier werk Den Hartog Jager geselecteerd heeft en dat op de expositie te zien was, zijn: Tacita Dean (GB), Bas Jan Ader (NL), Olafur Eliasson (DK/IS), David Claerbout (BE), Miroslaw Balka (PL), Derk Thijs (NL), Spencer Finch (US), Ann Böttcher (SE), Guido van der Werve (NL), Katie Paterson (GB), Gert Jan Kocken (NL), Raquel Maulwurf (NL), Wolfgang Laib (DE), Ragnar Kjartansson (IS), Roy Villevoye (NL), Vija Celmins (USA), Erik Odijk (NL) en Wolfgang Tillmans (DE). Ook in het werk van een deel van deze, veelal jonge, kunstenaars is volgens Den Hartog Jager het sublieme weer terug in de kunst. Van het merendeel van de kunstwerken zijn ook afbeeldingen (met daarbij behorende zeer toegankelijke en persoonlijke beschrijvingen over het waarom van de keuze en de betekenis van de werken) in het boek opgenomen. De heldere stijl en de meeslepende beschrijving van ‘sublieme’ kunstwerken door Den Hartog Jager maakt dat je het boek aan een stuk door uitleest, maar af en toe hopt de tekst zo door de tijd heen en weer dat je je hoofd, zeker als je geen gevorderde kunstkenner bent, er heel goed bij moet houden omdat je anders de draad kwijtraakt.
Hans den Hartog Jager Het sublieme; het einde van de schoonheid en een nieuw begin Atheneum-Polak & Van Gennep 2011. Prijs: 19,95
Truus Gubbels
Maar schoonheid is een delicate zaak waar hedendaagse kunstenaars zich minder mee bezig houden dan met ideeën, aldus Den Hartog Jager. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog wilde de avant-garde van de schoonheid af, niet alleen omdat steeds meer kunstenaars schoonheid associeerden met oude machthebbers, die er hun status en historie mee bevestigden, maar ook omdat die houding bijna vanzelfsprekend paste in de individualistische ontwikkeling die de beeldende kunst vanaf het begin van de Romantiek had doorgemaakt.
Volgens Den Hartog Jager heeft goede kunst altijd te maken met bevrijding van de beperking van je eigen geest. 'Plotseling, bijna zonder het te beseffen, ben je weg uit het leven van alledag, is je geest elders en zoek je je weg in de beelden, de vormen en ideeën die het kunstwerk je aanreikt'. (p. 117) De auteur denkt dat deze vorm van bevrijding het belangrijkste effect is dat alle soorten kunst bij de toeschouwer wil bereiken. (p.118) Het gaat er om dat een kunstwerk de toeschouwer een ander perspectief op de wereld biedt, uittilt boven de alledaagse beperking van zijn geest en lichaam. De aard van de bevrijding is veranderd van schoonheid als absolute waarde (voor wie zo kijkt is een kunstwerk ( …) de eerste trede van een trap naar de hemel) naar schoonheid, zoals bijvoorbeeld in veel hedendaagse ideeënkunst, waarin die ‘eerste bevrijding’ zo goed als afwezig is en wat precies de reden is waarom schoonheidszoekers zich met dit soort werk geen raad weten.
In het prikkelend en meeslepend geschreven essay geeft de criticus aan de hand van voorbeelden uit de kunstgeschiedenis en de hedendaagse kunst zijn visie op de ontwikkelingen in de schoonheid en het sublieme in de kunstwereld. Het sublieme vond volgens hem zijn eerste hoogtepunt bij kunstenaars als William Turner en Caspar David Friedrich. In de tweede helft van de twintigste eeuw werd de schoonheid steeds verdachter en met de schilderijen van Mark Rothko kwam in de jaren zeventig een einde aan de schoonheid die niet meer vernieuwend en niet meer kritisch werd gevonden. Daarmee was het sublieme uit de kunst verdwenen maar het verlangen naar schoonheid niet en volgens de auteur is het sublieme op de weg terug in de installaties en video’s van een nieuwe generatie kunstenaars. Hij noemt als voorbeelden de werken van de eerdergenoemde Eliasson, maar ook kunstenaars als David Clearbout en Anish Kapoor halen de toeschouwer uit zijn alledaagse leven en doen een appel op hun emotie waardoor het sublieme weer terug is in de beeldende kunst.
Den Hartog Jager, verbonden als kunstcriticus aan NRC Handelsblad en Oog, schrijver van romans, medewerker aan diverse tv programma’s over kunst heeft het boek geschreven als gezelschap bij ‘Meer licht’(volgens de auteur de laatste woorden van Goethe) in de Fundatie te Zwolle die hij samenstelde in 2011/2012 op verzoek van Ralph Keuning, directeur van het museum, dat in het bezit is van de enigste William Turner in een Nederlandse museumcollectie. De (eigentijdse) kunstenaars wier werk Den Hartog Jager geselecteerd heeft en dat op de expositie te zien was, zijn: Tacita Dean (GB), Bas Jan Ader (NL), Olafur Eliasson (DK/IS), David Claerbout (BE), Miroslaw Balka (PL), Derk Thijs (NL), Spencer Finch (US), Ann Böttcher (SE), Guido van der Werve (NL), Katie Paterson (GB), Gert Jan Kocken (NL), Raquel Maulwurf (NL), Wolfgang Laib (DE), Ragnar Kjartansson (IS), Roy Villevoye (NL), Vija Celmins (USA), Erik Odijk (NL) en Wolfgang Tillmans (DE). Ook in het werk van een deel van deze, veelal jonge, kunstenaars is volgens Den Hartog Jager het sublieme weer terug in de kunst. Van het merendeel van de kunstwerken zijn ook afbeeldingen (met daarbij behorende zeer toegankelijke en persoonlijke beschrijvingen over het waarom van de keuze en de betekenis van de werken) in het boek opgenomen. De heldere stijl en de meeslepende beschrijving van ‘sublieme’ kunstwerken door Den Hartog Jager maakt dat je het boek aan een stuk door uitleest, maar af en toe hopt de tekst zo door de tijd heen en weer dat je je hoofd, zeker als je geen gevorderde kunstkenner bent, er heel goed bij moet houden omdat je anders de draad kwijtraakt.
Hans den Hartog Jager Het sublieme; het einde van de schoonheid en een nieuw begin Atheneum-Polak & Van Gennep 2011. Prijs: 19,95
Truus Gubbels
Labels:
beeldende kunst,
beleving,
boekbespreking,
esthetica,
kunstwerken
dinsdag 14 februari 2012
Art as Money Festival
'Making money is art and working is art and good business is the best art.'
Andy Warhol
Kunst en geld zijn twee woorden die de afgelopen tijd vaak in één adem genoemd zijn. Kranten en tijdschriften zijn er over volgeschreven, en dan voornamelijk over het gebrek aan geld voor kunst. Kunstenaar Dadara en adviesbureau Total in Support besloten de handen ineen te slaan en een ‘feestelijke bijeenkomst’ te organiseren, 9 februari in Club Trouw Amsterdam, over de waarde van kunst en (niet onbelangrijk) de waarde van geld. Een ongebruikelijke invalshoek voor een bijeenkomst in de cultuursector, op een ongebruikelijke locatie. Voor de gelegenheid was Club Trouw overdag geopend en omgetoverd tot symposiumruimte annex kunstgalerie.
Na de opening van het festival door Dadara en Martijn Winkel (Total in Support) was het woord aan internet-duizendpoot Ernst-Jan Pfauth. Wijze les van deze jonge ondernemer: schrijf een blog. Volgens de voormalige chef Internet van NRC.next is het schrijven van een goede blog tegenwoordig een must voor culturele ondernemers. Van kunstproducent en Mothership-directeur Jeroen Everaert kwam de tip om als cultureel ondernemer eens buiten je eigen netwerk te kijken. Mothership is een organisatie die kunstenaars en opdrachtgevers koppelt, met succes getuige de 150 opdrachten die ze gerealiseerd hebben binnen vijf jaar.
Naast art was ook money vertegenwoordigd, in de persoon van Eric Holterhues van de Triodos Bank. Zijn presentatie over investeren in kunst(enaars) was vooral een praktische noot tussen alle artistieke succesverhalen. Ook erg praktisch was de speciaal voor Henriette Waal's Halbe-bier door Dadara ontworpen bierpul. Voor iedereen die altijd al wilde weten hoe Halbe smaakt was het bier ook te proeven.
In de kunstgalerie was onder andere de Exchanghibitionbank van initiatiefnemer en organisator Dadara present. Deze ‘bank’ kaart de monetaire waarde van kunst aan door geld te drukken dat een kunstwerk op zich vormt. Tijdens het festival was het zelfs mogelijk euro’s te wisselen voor bankbiljetten van Nul, Miljoen en Oneindig. Koffie moest helaas wel gewoon in euro’s worden afgerekend.
Gedurende de middag werden verschillende workshops aangeboden. Bij de workshop van Maxwell Group en Voordekunst ging het om verschillende manieren van financieren, waarbij met name crowdfunding toegelicht werd. Deze relatief nieuwe wijze waarbij buiten de traditionele geldschieters (bank en overheid) om initiatieven te financieren, wint steeds meer terrein in Nederland. Wat maakt het ene ontwerp plagiaat, en het andere autonome kunst? Voor antwoord op onder andere deze vraag was er de workshop Juridische zaken, gegeven door Total in Support en Versteeg Wigman Sprey Advocaten.
Aan het einde van het dagprogramma stond er nog een voordracht van dichter Kamiel Proost op het programma. Nadat Proost zijn ‘dichtershoed’ op had gezet, trakteerde hij het aanwezige publiek op een uitgebreid gedicht, dat hij schreef ter ere van Dadara’s Infinity-bankbiljet. Het Boekmandebat met als thema Kunst op een keerpunt (zie onderstaande blog), en kunst-econoom Arjo Klamer sloten het dagprogramma af. ’s Avonds werd Club Trouw toepasselijk overgenomen door Isis van der Wel, nachtburgemeester van Amsterdam en bekend als dj Isis, die het Nachtsymposium presenteerde.
Charlotte Latjes
Andy Warhol
Kunst en geld zijn twee woorden die de afgelopen tijd vaak in één adem genoemd zijn. Kranten en tijdschriften zijn er over volgeschreven, en dan voornamelijk over het gebrek aan geld voor kunst. Kunstenaar Dadara en adviesbureau Total in Support besloten de handen ineen te slaan en een ‘feestelijke bijeenkomst’ te organiseren, 9 februari in Club Trouw Amsterdam, over de waarde van kunst en (niet onbelangrijk) de waarde van geld. Een ongebruikelijke invalshoek voor een bijeenkomst in de cultuursector, op een ongebruikelijke locatie. Voor de gelegenheid was Club Trouw overdag geopend en omgetoverd tot symposiumruimte annex kunstgalerie.
Na de opening van het festival door Dadara en Martijn Winkel (Total in Support) was het woord aan internet-duizendpoot Ernst-Jan Pfauth. Wijze les van deze jonge ondernemer: schrijf een blog. Volgens de voormalige chef Internet van NRC.next is het schrijven van een goede blog tegenwoordig een must voor culturele ondernemers. Van kunstproducent en Mothership-directeur Jeroen Everaert kwam de tip om als cultureel ondernemer eens buiten je eigen netwerk te kijken. Mothership is een organisatie die kunstenaars en opdrachtgevers koppelt, met succes getuige de 150 opdrachten die ze gerealiseerd hebben binnen vijf jaar.
Naast art was ook money vertegenwoordigd, in de persoon van Eric Holterhues van de Triodos Bank. Zijn presentatie over investeren in kunst(enaars) was vooral een praktische noot tussen alle artistieke succesverhalen. Ook erg praktisch was de speciaal voor Henriette Waal's Halbe-bier door Dadara ontworpen bierpul. Voor iedereen die altijd al wilde weten hoe Halbe smaakt was het bier ook te proeven.
In de kunstgalerie was onder andere de Exchanghibitionbank van initiatiefnemer en organisator Dadara present. Deze ‘bank’ kaart de monetaire waarde van kunst aan door geld te drukken dat een kunstwerk op zich vormt. Tijdens het festival was het zelfs mogelijk euro’s te wisselen voor bankbiljetten van Nul, Miljoen en Oneindig. Koffie moest helaas wel gewoon in euro’s worden afgerekend.
Gedurende de middag werden verschillende workshops aangeboden. Bij de workshop van Maxwell Group en Voordekunst ging het om verschillende manieren van financieren, waarbij met name crowdfunding toegelicht werd. Deze relatief nieuwe wijze waarbij buiten de traditionele geldschieters (bank en overheid) om initiatieven te financieren, wint steeds meer terrein in Nederland. Wat maakt het ene ontwerp plagiaat, en het andere autonome kunst? Voor antwoord op onder andere deze vraag was er de workshop Juridische zaken, gegeven door Total in Support en Versteeg Wigman Sprey Advocaten.
Aan het einde van het dagprogramma stond er nog een voordracht van dichter Kamiel Proost op het programma. Nadat Proost zijn ‘dichtershoed’ op had gezet, trakteerde hij het aanwezige publiek op een uitgebreid gedicht, dat hij schreef ter ere van Dadara’s Infinity-bankbiljet. Het Boekmandebat met als thema Kunst op een keerpunt (zie onderstaande blog), en kunst-econoom Arjo Klamer sloten het dagprogramma af. ’s Avonds werd Club Trouw toepasselijk overgenomen door Isis van der Wel, nachtburgemeester van Amsterdam en bekend als dj Isis, die het Nachtsymposium presenteerde.
Charlotte Latjes
vrijdag 10 februari 2012
Boekmandebat Kunst op een keerpunt, tijdens Art as Money
Biertjes drinken met je klanten, netwerken. We kennen het uit het bedrijfsleven, maar het blijkt ook voor kunstenaars, als cultureel ondernemers, een recept voor mogelijk succes. Je voorstellingen of uitvoeringen met je publiek bespreken, onder genot van een drankje en een hapje. Klanten het gevoel geven dat ze er werkelijk toe doen… Deze onverwachte uitspraken klonken tijdens het Boekmandebat over koerswijzigingen in de culturele sector. Het debat vond plaats tijdens het Art as Money Festival, op 9
februari in Club Trouw in Amsterdam.
De organisatoren van het festival, beeldend kunstenaar Dadara en Total in Support, slaagden in hun opzet: het werd een feestelijke bijeenkomst met seminars, workshops, een informatiemarkt, en zelfs een ‘nachtsymposium’ en afsluitend een feest. Kunstenaars, creatieve ondernemers, culturele organisaties, vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en kunstliefhebbers wisselden gretig met elkaar van gedachten. Dat was precies het doel: de werelden van kunst en geld dichter bij elkaar brengen. Pure noodzaak, nu de overheid als inkomstenbron meer en meer wegvalt en kunstenaars en creatieven zich moeten bezinnen op alternatieve verdienmodellen.
Kunst bevindt zich op een keerpunt, stelde ook de redactie van Boekman in het winternummer vast. Voorafgaand aan de paneldiscussie presenteerde Cas Smithuijsen, directeur van de Boekmanstichting, Boekman 89, dat de basis vormde van dit Boekmandebat. De artikelen in het tijdschrift beschrijven én relativeren de gevolgen van de bezuinigingen, legde hij uit. De veranderingen bieden de sector ook nieuwe kansen en mogelijkheden. Hoe werkt dat nieuwe ondernemen in de cultuur eigenlijk? Gespreksleider Jorgen Tjon A Fong vroeg het cultureel ondernemers Wilmar de Visser (Splendor), Toine Donk (Das Magazin) en Doro Siepel (Theater ZuidPlein).
Voorafgaand aan het gesprek kreeg het drietal de kans met een kort filmpje (mooi verzorgd!) en een toelichting hun initiatieven aan het publiek te presenteren. Musicus Wilmar de Visser legde uit hoe zijn musicerende vrienden en hij bij gebrek aan betaalbare en adequate speelruimte in Amsterdam bij de gemeente aanklopten. Stadsdeel Centrum stelde vervolgens een voormalig badhuis beschikbaar, maar stelde als voorwaarde dat de musici 3,5 ton zouden bijdragen aan de verbouwing. De musici waren erg enthousiast, verenigden zich in Splendor, gingen eerst op zoek naar donateurs en gaven vervolgens obligaties uit. De obligaties ter waarde van 1.000 euro gingen als zoete broodjes over de toonbank, vertelt De Visser. Obligatiehouders kunnen zich jaarlijks trakteren op één optreden van één musicus per obligatie: rente in natura. ‘We verkregen niet alleen financiële middelen, maar bereikten tegelijkertijd ook een nieuw publiek’.
Toine Donk richtte samen met Daniël van der Meer in 2011 het literaire tijdschrift Das Magazin op. Door middel van crowdfunding via www.voordekunst.nl werd binnen 12 dagen het streefbedrag van 5.000 euro binnengehaald. Onder grote belangstelling verscheen vorig jaar september het nulnummer. Op 24 februari vindt de feestelijke presentatie plaats van de volgende aflevering. De redactie maakt creatief gebruik van sociale media (zie http://dasmagazin.nl). Over een sponsor deal met een groot champagnemerk is Donk ietwat vaag. Hij houdt de spanning er graag in.
Doro Siepel van het Rotterdamse Theater Zuidplein maakt geëngageerde podiumkunst. Het standaard podiumaanbod sluit niet aan op de wensen en verlangens van de multiculturele doelgroep van Theater Zuidplein, legde ze uit. ‘Soms sluit de setting van een theaterstuk niet aan op de belevingswereld van ons publiek, of vormt de taal een obstakel’, aldus Siepel. Daarom produceert het theater zelf stukken, samen met een groep gemotiveerde vrijwilligers. Dat scheelt in de kosten. Ze vertelde hoe ze door de omstandigheden geleerd heeft om kosten te reduceren. Het theater is bijvoorbeeld een erkend leer/werkbedrijf, dat levert geld op. Verder werken ze met jonge theatermakers, maken ze speciale voorstellingen en doen ze aan gastprogrammering. ‘Zie het als een soort zaalverhuur, maar denk vooral niet dat iedereen met een zak geld zo maar bij ons binnenkomt.’ Nog in een pril stadium, maar een interessante ontwikkeling noemde ze het aanbieden van hun expertise op het terrein van culturele diversiteit aan, bijvoorbeeld, het bedrijfsleven of de zorgsector.
Gespreksleider Tjon A Fong stelde de gasten een aantal vragen. Hoe erg zijn de bezuinigingen nu eigenlijk? Hij refereerde aan het artikel van Harmen Bockma in de Volkskrant van 3 februari 2012, waarin mensen uit het culturele veld beweren dat de kortingen ook voordelen bieden. Soms is een botte ingreep noodzakelijk om een beweging te bewerkstelligen, was de strekking van het artikel. ‘Slecht stuk’, bromde De Visser. Hij benadrukte de schadelijke gevolgen van de bezuinigingen. Het ambacht van musici lijdt onder de bezuinigingen. ‘Er zijn musici die gewoonweg stoppen met spelen’. Van kaalslag onder de literaire tijdschriften is geen sprake, concludeerde Van der Donk verrassend. Literaire tijdschriften krijgen voortaan alleen nog subsidie wanneer ze op digitaal overgaan. Desondanks houden alle tijdschriften vast aan de papieren versie en bestaan ze nog steeds. Blijkbaar redden ze het ook zonder subsidie, luidde zijn conclusie. Of ze passen zich aan, zoals De Gids die aansluiting zocht en vond bij de Groene Amsterdammer. Siepel hekelde nadrukkelijk het ontbreken van onderbouwde keuzes bij de bezuinigingen. Ze begrijpt niet dat het kabinet het belang van cultureel ondernemerschap onderkent, maar tegelijkertijd de productiehuizen wegvaagt.
Het enthousiasme van het drietal op het podium was aanstekelijk en hield het publiek tot het einde geboeid. Enthousiasme bleek ook binnen de besproken projecten van groot belang. Je moet er altijd in blijven geloven, riep De Vries, en de problemen bij de horens vatten. Nergens voor weglopen. Op de vraag van de moderator of cultureel ondernemen een kwestie is van ‘gewoon doen’, wees Donk op het belang van timing. Voor Das Magazin bleek de zomer van 2011 om verschillende redenen een geschikt moment voor crowdfunding. Aan dit succesvolle initiatief gingen overigens mislukte plannen vooraf, relativeerde hij. In die zin is het wel degelijk een kwestie van ‘gewoon doen’ en niet bang zijn om op je bek te gaan. Een sterk punt van Das Magazin noemde hij het gecultiveerde imago van ‘klungeligheid’ dat de redacteuren beogen. Dat zorgt voor een hoge ‘gunfactor’: mensen geven meer als ze je aardig vinden. Maar hoe lang kun je eigenlijk op goodwill bij je publiek voortdrijven? Zolang je je relatiemanagement maar niet uit het oog verliest, vertelde De Visser. ‘Af en toe een biertje drinken met je donateurs is van cruciaal belang’. Donk beaamde dit: bier drinken met je relaties vergroot de ‘gunfactor’. Net als passie tonen, netwerken en zakelijk zijn, vulde Siepel aan. Tjon A Fong vatte samen: ga economisch met je tijd om, des te meer tijd blijft er over voor netwerken en nog meer gezamenlijke biertjes.
Wilmar De Visser stelde nog voor om over een jaar of vijf of tien nogmaals de gevolgen van de bezuinigingen te bespreken. Het zou een geschikt thema voor Boekman en een Boekmandebat kunnen zijn. Dan stellen we Donk de vraag hoeveel literaire tijdschriften het werkelijk zonder subsidie gered hebben.
Boekman 89 ‘Kunst op een keerpunt’ kost 17,50 euro en is te verkrijgen bij de Boekmanstichting, www.boekman.nl, en in de boekhandel.
Jack van der Leden
De organisatoren van het festival, beeldend kunstenaar Dadara en Total in Support, slaagden in hun opzet: het werd een feestelijke bijeenkomst met seminars, workshops, een informatiemarkt, en zelfs een ‘nachtsymposium’ en afsluitend een feest. Kunstenaars, creatieve ondernemers, culturele organisaties, vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en kunstliefhebbers wisselden gretig met elkaar van gedachten. Dat was precies het doel: de werelden van kunst en geld dichter bij elkaar brengen. Pure noodzaak, nu de overheid als inkomstenbron meer en meer wegvalt en kunstenaars en creatieven zich moeten bezinnen op alternatieve verdienmodellen.
Kunst bevindt zich op een keerpunt, stelde ook de redactie van Boekman in het winternummer vast. Voorafgaand aan de paneldiscussie presenteerde Cas Smithuijsen, directeur van de Boekmanstichting, Boekman 89, dat de basis vormde van dit Boekmandebat. De artikelen in het tijdschrift beschrijven én relativeren de gevolgen van de bezuinigingen, legde hij uit. De veranderingen bieden de sector ook nieuwe kansen en mogelijkheden. Hoe werkt dat nieuwe ondernemen in de cultuur eigenlijk? Gespreksleider Jorgen Tjon A Fong vroeg het cultureel ondernemers Wilmar de Visser (Splendor), Toine Donk (Das Magazin) en Doro Siepel (Theater ZuidPlein).
Voorafgaand aan het gesprek kreeg het drietal de kans met een kort filmpje (mooi verzorgd!) en een toelichting hun initiatieven aan het publiek te presenteren. Musicus Wilmar de Visser legde uit hoe zijn musicerende vrienden en hij bij gebrek aan betaalbare en adequate speelruimte in Amsterdam bij de gemeente aanklopten. Stadsdeel Centrum stelde vervolgens een voormalig badhuis beschikbaar, maar stelde als voorwaarde dat de musici 3,5 ton zouden bijdragen aan de verbouwing. De musici waren erg enthousiast, verenigden zich in Splendor, gingen eerst op zoek naar donateurs en gaven vervolgens obligaties uit. De obligaties ter waarde van 1.000 euro gingen als zoete broodjes over de toonbank, vertelt De Visser. Obligatiehouders kunnen zich jaarlijks trakteren op één optreden van één musicus per obligatie: rente in natura. ‘We verkregen niet alleen financiële middelen, maar bereikten tegelijkertijd ook een nieuw publiek’.
Toine Donk richtte samen met Daniël van der Meer in 2011 het literaire tijdschrift Das Magazin op. Door middel van crowdfunding via www.voordekunst.nl werd binnen 12 dagen het streefbedrag van 5.000 euro binnengehaald. Onder grote belangstelling verscheen vorig jaar september het nulnummer. Op 24 februari vindt de feestelijke presentatie plaats van de volgende aflevering. De redactie maakt creatief gebruik van sociale media (zie http://dasmagazin.nl). Over een sponsor deal met een groot champagnemerk is Donk ietwat vaag. Hij houdt de spanning er graag in.
Doro Siepel van het Rotterdamse Theater Zuidplein maakt geëngageerde podiumkunst. Het standaard podiumaanbod sluit niet aan op de wensen en verlangens van de multiculturele doelgroep van Theater Zuidplein, legde ze uit. ‘Soms sluit de setting van een theaterstuk niet aan op de belevingswereld van ons publiek, of vormt de taal een obstakel’, aldus Siepel. Daarom produceert het theater zelf stukken, samen met een groep gemotiveerde vrijwilligers. Dat scheelt in de kosten. Ze vertelde hoe ze door de omstandigheden geleerd heeft om kosten te reduceren. Het theater is bijvoorbeeld een erkend leer/werkbedrijf, dat levert geld op. Verder werken ze met jonge theatermakers, maken ze speciale voorstellingen en doen ze aan gastprogrammering. ‘Zie het als een soort zaalverhuur, maar denk vooral niet dat iedereen met een zak geld zo maar bij ons binnenkomt.’ Nog in een pril stadium, maar een interessante ontwikkeling noemde ze het aanbieden van hun expertise op het terrein van culturele diversiteit aan, bijvoorbeeld, het bedrijfsleven of de zorgsector.
Gespreksleider Tjon A Fong stelde de gasten een aantal vragen. Hoe erg zijn de bezuinigingen nu eigenlijk? Hij refereerde aan het artikel van Harmen Bockma in de Volkskrant van 3 februari 2012, waarin mensen uit het culturele veld beweren dat de kortingen ook voordelen bieden. Soms is een botte ingreep noodzakelijk om een beweging te bewerkstelligen, was de strekking van het artikel. ‘Slecht stuk’, bromde De Visser. Hij benadrukte de schadelijke gevolgen van de bezuinigingen. Het ambacht van musici lijdt onder de bezuinigingen. ‘Er zijn musici die gewoonweg stoppen met spelen’. Van kaalslag onder de literaire tijdschriften is geen sprake, concludeerde Van der Donk verrassend. Literaire tijdschriften krijgen voortaan alleen nog subsidie wanneer ze op digitaal overgaan. Desondanks houden alle tijdschriften vast aan de papieren versie en bestaan ze nog steeds. Blijkbaar redden ze het ook zonder subsidie, luidde zijn conclusie. Of ze passen zich aan, zoals De Gids die aansluiting zocht en vond bij de Groene Amsterdammer. Siepel hekelde nadrukkelijk het ontbreken van onderbouwde keuzes bij de bezuinigingen. Ze begrijpt niet dat het kabinet het belang van cultureel ondernemerschap onderkent, maar tegelijkertijd de productiehuizen wegvaagt.
Het enthousiasme van het drietal op het podium was aanstekelijk en hield het publiek tot het einde geboeid. Enthousiasme bleek ook binnen de besproken projecten van groot belang. Je moet er altijd in blijven geloven, riep De Vries, en de problemen bij de horens vatten. Nergens voor weglopen. Op de vraag van de moderator of cultureel ondernemen een kwestie is van ‘gewoon doen’, wees Donk op het belang van timing. Voor Das Magazin bleek de zomer van 2011 om verschillende redenen een geschikt moment voor crowdfunding. Aan dit succesvolle initiatief gingen overigens mislukte plannen vooraf, relativeerde hij. In die zin is het wel degelijk een kwestie van ‘gewoon doen’ en niet bang zijn om op je bek te gaan. Een sterk punt van Das Magazin noemde hij het gecultiveerde imago van ‘klungeligheid’ dat de redacteuren beogen. Dat zorgt voor een hoge ‘gunfactor’: mensen geven meer als ze je aardig vinden. Maar hoe lang kun je eigenlijk op goodwill bij je publiek voortdrijven? Zolang je je relatiemanagement maar niet uit het oog verliest, vertelde De Visser. ‘Af en toe een biertje drinken met je donateurs is van cruciaal belang’. Donk beaamde dit: bier drinken met je relaties vergroot de ‘gunfactor’. Net als passie tonen, netwerken en zakelijk zijn, vulde Siepel aan. Tjon A Fong vatte samen: ga economisch met je tijd om, des te meer tijd blijft er over voor netwerken en nog meer gezamenlijke biertjes.
Wilmar De Visser stelde nog voor om over een jaar of vijf of tien nogmaals de gevolgen van de bezuinigingen te bespreken. Het zou een geschikt thema voor Boekman en een Boekmandebat kunnen zijn. Dan stellen we Donk de vraag hoeveel literaire tijdschriften het werkelijk zonder subsidie gered hebben.
Boekman 89 ‘Kunst op een keerpunt’ kost 17,50 euro en is te verkrijgen bij de Boekmanstichting, www.boekman.nl, en in de boekhandel.
Jack van der Leden
Abonneren op:
Reacties (Atom)



