donderdag 20 juni 2013

Polderen tussen links en rechts: reflecties op een sociaal-liberaal cultuurbeleid

Ondanks de hoge temperatuur woonden circa 50 belangstellenden uit de cultuur(beleid)sector de presentatie bij van Boekman 95 Sociaal-liberaal cultuurbeleid: perspectieven en grenzen. Locatie: Internationaal Perscentrum Nieuwspoort, in het politieke hart van Den Haag. Mark van de Velde (Teldersstichting), Frans Becker (Wiardi Beckman Stichting) en Caspar de Kiefte (FNV-KIEM) reageerden op de Visiebrief van minister Jet Bussemaker. Aansluitend was er een debat met de zaal, onder leiding van Marielle Hendriks.

Jet Bussemaker benoemt het sociaal-liberale perspectief slechts éénmaal in haar Visiebrief, maar met het opnemen van de lijst met deskundigen die ze geraadpleegd heeft voor het beleidsdocument, demonstreert ze de herinvoering van het poldermodel. Aldus Cas Smithuijsen, directeur van de Boekmanstichting, in zijn welkomstwoord. Hij gaf een korte uiteenzetting over de politieke omstandigheden die aan de probleemstelling van deze Boekman en dit debat voorafgingen.

Er ging een zucht van opluchting door de cultuursector toen Rutte I viel en er een einde kwam aan het beleid (‘regime’) van Zijlstra. Volgens Frans Becker. Met Jet Bussemaker hebben we eindelijk een bewindsvoerder met warme gevoelens voor kunst en cultuur. De verwachtingen van haar beleidsbrief waren dan ook positief gespannen. Hij constateerde dat haar voornemens (‘zie ook het mooie interview in deze Boekman’) getuigen van een positieve richting. Een punt van kritiek betreft de discrepantie tussen cultuurpolitieke en financiële doelstellingen. Want hoe kun je enerzijds digitalisering stimuleren en anderzijds instellingen als TIN en MCN die erfgoed ontsluiten, afbreken? Hoe kun je enerzijds veel belang hechten aan talentontwikkeling en anderzijds de productiehuizen sluiten? Kortom, functies en taken worden helder gemaakt, maar de institutionele inbedding is weinig doordacht. Maar het grootste bezwaar van Becker ging over de ontoereikende ambitie op het gebied van cultuuronderwijs. ‘Teveel vrijblijvendheid’.

Mark van de Velde noemde de brief van Bussemaker plichtmatig, in het spoor van Rutte I. De minister weet het allemaal mooi te formuleren, maar een echte visie en bevlogenheid ontbreken. Over het educatieplan was hij ronduit enthousiast (‘veelbelovend’), maar sceptisch over de vraag of de ambities ook kinderen in achterstandswijken en op islamitische en reformatorische scholen bereiken. Uit eigen ervaring wist Van der Velde te vertellen dat niet alle scholen zich geroepen voelen cultuureducatie te bieden. Zolang er vanuit Den Haag geen richtlijnen of normen zijn op dit gebied blijft het allemaal vrijblijvend en kunnen leerlingen geen kennis van andere culturen nemen dan de school geschikt acht. Terwijl juist het onbekende stimuleert, uitdaagt et cetera.. Zoals ook in hun bijdragen aan Boekman naar voren komt, zijn Becker en Van de Velde het geheel met elkaar eens over het belang van cultuureducatie. Maar, net als Becker, bekritiseerde hij de vrijblijvendheid van de ambities van Bussemaker.

De meeste concrete bezwaren kwamen van Caspar de Kiefte (FNV-KIEM), maar hij zei ook: ‘na jaren kunnen we eindelijk weer adem halen’. Te vergelijken met de zucht van opluchting van Frans Becker. De toon van Bussemaker getuigt van respect, maar de inhoud bevat geen verrassingen. Wel tegenstrijdigheden. Bussemaker benadrukt de maatschappelijke waarde van kunst en cultuur, maar komt toch meestal uit op de economische impact. Ronduit wrang noemde De Kiefte de bekostiging van de Cultuurkaart uit gereserveerde frictiegelden, die dus niet zijn aangewend voor financiele ondersteuning voor heel veel ontslagen werknemers. En het was culturele instellingen notabene al die jaren niet toegestaan zelf reserves aan te leggen! ‘Hier had het kabinet een sociaal gezicht kunnen tonen’. In de beleidsbrief wordt zo’n beetje van alles aangestipt, ‘als een vette eend waar kritiek als water moeiteloos afglijdt.’ Maar specifieke arbeidskenmerken van de cultuursector worden jammer genoeg niet onderkend in de Visiebrief, legde De Kiefte uit. De voorbeelden leken talloos: 2/3 van de werknemers is zzp’er, het lage gemiddelde inkomen, de slechte onderhandelingspositie, de complexe afzetmarkt. Bussemaker zou hier veel meer op in moeten spelen door middel van wet- en regelgeving (auteursrecht, belasting) en stimuleringsmaatregelen. ‘Cultuurbeleid is meer dan het verstrekken van subsidie’. Net als de twee andere sprekers was hij verheugd over de aandacht voor educatie, maar viel hij over het gebrek aan regie.

Waar blijven de hervormingen?, riep Sander Boschma (D66 cultuur), want voortbouwen op de koers van Zijlstra, zoals de minister doet, brengt ons nergens. Het wordt tijd dat we iets doen aan de waterhoofden in de sector. Maar dat is allang gebeurd, reageerde Marianne Versteegh (Kunsten92) verontwaardigd. Zij benadrukte dat de overheid de regie rondom cultuureducatie ter hand moet nemen en over de brug moet komen met randvoorwaarden voor de gemeenten. Het woord ‘regie’ viel deze middag meer dan één keer. Regie van de overheid ten aanzien van de verhouding tussen publieke en private middelen, dat was de kern van de kritiek van Jo Houben (Cultuur-Ondernemen) op de brief. Cas Smithuijsen relativeerde de rol van de overheid. Hij wees op het gevaar dat de sector onveranderd de draad oppakt, zodra de economie aantrekt. Terwijl de sector zelf moet zoeken naar oplossingen in plaats van een afwachtende houding aan te nemen. Zelfregulering van de sector is van belang. Waarom moet de overheid altijd weer de boel omarmen? Volgens Iris Daalder (NAPK) heeft zich wel degelijk een kanteling voorgedaan in de sector. Kijk maar naar de huidige omvang van cultureel ondernemerschap in het veld. Marianne Versteegh pleitte in het slotwoord voor een kabinetbrede visie. Meer ministeries moeten zich voor cultuur inzetten. Er is bovendien meer nodig dan de cultuurkaart om het tij te keren, aldus Versteegh. Daarom pleit Kunsten 92 voor een Deltaplan voor cultuureducatie.

Van het debat in de Tweede Kamer over de plannen van Bussemaker, de volgende dag op 19 juni, verwachtte ze overigens weinig nieuws. Het mooie bericht dat het Tropenmuseum, of beter, de collectie, van de ondergang is gered, hing dinsdagmiddag al in de lucht.

Jack van der Leden

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen