Posts tonen met het label muziekindustrie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label muziekindustrie. Alle posts tonen

vrijdag 29 april 2011

De staat van het boek

Op donderdag 21 april vond op de Internationale Kunstcampus deSingel in Antwerpen het symposium De staat van het boek plaats. De bijeenkomst was een initiatief van het BoekenOverleg, een samenwerkingsverband van organisaties in de boeken- en letterensector in Vlaanderen.

In de Blauwe Zaal van het vlakbij de ringweg gelegen deSingel heette gastvrouwe Betty Mellaerts de ongeveer 200 deelnemers van harte welkom. De eerste spreker was Hans Bousie, oprichter van Bousie Advocaten. Zijn kantoor houdt zich vooral bezig met auteursrechten in de boeken- en muzieksector. Onder de titel Het einde van het boekenvak, lessen uit de muziekindustrie, maakte hij duidelijk wat de ervaringen in de muziekindustrie met digitalisering het boekenvak kunnen leren. De muziekindustrie werd een aantal jaar geleden al geconfronteerd met de consequenties voor de sector van de digitalisering van muziek. Het ligt dus voor de hand hier lering uit te trekken nu het e-book aan een opmars begint. Dit zal de komende jaren voor grote veranderingen in het boekenvak zorgen. Bousie benadrukte dat je vooral niet, zoals de muziekindustrie deed, op je auteursrechten moet gaan zitten. De boekhandelaar/uitgever is vooral een handelaar in verhalen en daar moet hij zich op toeleggen. Kansen liggen er volgens hem vooral voor kleinere organisaties die zich op een speciaal onderdeel/onderwerp toeleggen. Een van die kansgebieden is het ontwikkelingen van boek/leesgerelateerde apps.

Na deze openingslezing konden de deelnemers kiezen uit vier verschillende sessies. Ik had me aangemeld voor De nieuwe lezer. Nick Decrock (marketeer/specialist sociale media bij Nocus) en Bas Heijne (NRC Handelsblad) hielden een korte inleiding over de consequenties van de huidige ontwikkelingen van digitalisering voor de lezer. Zoals te verwachten zag Decrock het nieuwe lezen meer verschuiven richting digitaal lezen dan Heijne. Nadat beiden hun standpunten hadden verkondigd, ontwikkelde zich onder het toeziend oog van Betty Mellaerts een interessante discussie, aanvankelijk tussen Decrock en Heijne en later ook met de zaal. Zo zag Decrock wel degelijk mogelijkheden voor het interactieve boek met doorklikmogelijkheden et cetera, waar Heijne dit als onzinnig afdeed. Het pastte volgens Decrock geheel bij de huidige gebruiker van digitale media om bijvoorbeeld op een plaatsnaam in een roman door te kunnen klikken naar meer informatie over deze plaats. Heijne zag het papieren boek nog niet zo snel verdwijnen, maar wel veranderen. Hij verwees daarbij naar een heruitgave van Scott Fitzgeralds The Great Gatsby bij Penguin in de originele vormgeving van de eerste druk. Een bekend fenomeen dat regelrecht lijkt overgenomen uit de muziekindustrie, waar de kopers door allerlei verschillende versies van originele albums verleid worden tot aanschaf.

Na een korte pauze volgde een tweede reeks van sessies. Ik volgde de gastvrouwe naar de Kleine Zaal waar het debat Boeken in de media plaatsvond. Redacteuren van diverse media schoven aan en gaven hun visie. Er was sprake van een unaniem oordeel in de zin dat boeken en literatuur aandacht verdienden in de media en dat er ook bij de lezer interesse voor is. Karl van den Broeck (Knack) zag vooral op internet mogelijkheden. Daar presenteert Knack dagelijks boekennieuws en recensies. Cuttingedge.be richt zich uitsluitend op internet en behandelt daar alle topics op het gebied van cultuur. Boeken maken daar een essentieel onderdeel van uit en dat onderdeel wordt veel gelezen, aldus Kevin Major. Jan Stevens (tot voor kort werkzaam bij tv-kanaal Canvas) bevestigde het al jaren heersende vermoeden dat er voor boeken op televisie geen vruchtbare voedingsbodem is. Hij zag echter wel degelijk mogelijkheden wanneer boeken in een bredere context onder de aandacht worden gebracht, zoals met enige regelmaat in het Nederlandse De Wereld Draait Door gebeurt. Karel Verhoeven (hoofdredacteur De Standaard) ziet de boekenbijlage als een onderdeel inherent aan een krant. Het is in zijn ogen eigenlijk meer een ideeënbijlage.

In het afsluitende onderdeel blikte schrijver Tom Naegels op de middag terug. Hij bevestigde dat schrijvers geen geschikte personages voor tv zijn. Hij zit zelf liever op sociale media als twitter en blogs. Daar kan hij doen wat hij leuk vindt: schrijven. Bas Heijne merkte al op dat wat dat betreft de vijftien jaar geleden aangekondigde maatschappij van de beeldcultuur toch niet bewaarheid lijkt te worden. Het succes van twitter en blogs wijst eerder op een rehabilitatie van het woord. Namens het BoekenOverleg las oud-voorzitter Jos Geysels een brief van ‘Dikke Freddy’ aan de aanwezige Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, Joke Schauvliege, voor. Freddy somde daarin acht punten voor een integraal letterenbeleid op. Wat vooral opviel is de lage leenrechtvergoeding in Vlaanderen ten opzichte van de omringende landen. In Vlaanderen krijgen auteurs slechts 1,4 procent, waar dat bijvoorbeeld in Nederlandse 11,4 procent is. Tot slot was het woord aan de bewindsvrouwe. Minister Schauvliege noemde allereerst de voordelen van digitalisering, om daarna zes maatregelen aan te kondigen die zij in het belang van het boekenvak uit wilde voeren. Een verhoging van het leenrecht was er daar een van. Maar, zoals wel vaker het geval is, was dat alleen een zaak van haar beleidsterrein, zodat de instemming van andere bewindspersonen nodig is. De minister toonde zich in haar toespraak betrokken bij het boekenvak en beloofde verbetering van de huidige situatie. De toekomst zal leren of ze zich hier ook aan houdt.

Op de website van De staat van het boek, zijn verslagen en powerpointpresentaties van het merendeel van de lezingen en sessies te raadplegen.


André Nuchelmans

vrijdag 8 april 2011

Keihard & Swingend. De jongensjaren van Muziekkrant Oor


Het publiek in de kleine zaal van Paradiso was afgelopen maandagmiddag voor een groot deel 60-plus. Het popjournaille uit de beginjaren van Muziekkrant Oor had zich verzameld voor de feestelijke presentatie van Keihard & Swingend. De jongensjaren van Muziekkrant Oor van oprichter Barend Toet. Velen hadden elkaar jaren niet gezien, zo leek het althans uit de enthousiaste omhelzingen en vaag herkennende blikken. Anderhalf uur na de presentatie voerde het jonge publiek weer de boventoon, toen het muzikale gedeelte van het jubileumfeest begon. Zo werd eens te meer duidelijk dat popmuziek inmiddels voor alle generaties is.

Een respectabele leeftijd voor een muziektijdschrift, 40 jaar. Dat hebben in Nederland, en zelfs in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, niet veel soortgelijke tijdschriften gehaald. Reden te meer om er bij stil te staan. En wie kan er dan beter over schrijven dan de man die het allemaal in gang heeft gezet. Zijn eigen geheugen heeft hij aangevuld met interviews met diverse betrokkenen en buitenstaanders.
Het zwaartepunt van het boek ligt bij de periode dat Toet zelf actief was voor Muziekkrant Oor, van 1971 tot en met 1981. De ondertitel is wat dat betreft goed gekozen. De eerste 10 jaar waren een soort van puberjaren: alles was mogelijk, journalisten trokken dagen achtereen met hun idool op en geld kwam pas op de tweede plaats. Gaandeweg het eerste decennium begint de organisatie echter steeds meer volwassen trekken te vertonen, al bleef het financieel een onduidelijke zaak. Er ontstaat gaandeweg binnen de redactie een duidelijk hiërarchie en de zakelijke en artistieke leiding worden gescheiden. Zo staat er in 1982 een tijdschrift waar geen enkele serieuze popliefhebber om heen kan.
De periode na zijn directe betrokkenheid beschrijft Toet met meer afstand. Hij signaleert veranderingen in de popmuziek en de manier waarop de platenindustrie met journalisten omgaat. Als je het boek gelezen hebt, krijg je toch al snel de indruk dat die eerste jaren toch wel de beste jaren waren. Het genre was overzichtelijk, popmuzikanten over het algemeen gemakkelijk te benaderen en de journalist was belangrijk voor de artiest om hem met zijn achterban in contact te brengen.
Met fototoestel en pen en papier in de aanslag toog Toet in 1970 naar het Holland Popfestival aan de Kralingse Plas in Rotterdam om een reportage voor De Nieuwe Linie te maken. Uiteindelijk was dit de aanleiding om een eigen tijdschrift te beginnen dat zich uitsluitend op popmuziek richtte. In tegenstelling tot Aloha/Hitweek dat zich meer op de jongeren-/tegencultuur algemeen richtte, waar popmuziek slechts een onderdeel van vormde. De werkwijze zoals Toet die in Kralingen hanteerde, was in de beginjaren van Oor gemeengoed onder de schrijvers voor het blad. Tot de komst van Constant Meijers. Door Toet met een goed salaris gelokt uit de burelen van Aloha, rangeert Meijers hem al snel op een zijspoor door een scheiding tussen zakelijke en artistieke leiding voor te stellen, waarbij Toet zich met de financiën gaat bemoeien en Meijers de inhoud van het blad voor zijn rekening neemt. ‘Door me toch die kant op te laten sturen, nam ik onbedoeld een afslag met verstrekkende gevolgen voor mijn eigen loopbaan, die me uiteindelijk niet goed is bevallen’, zo formuleert Toet het nog netjes (p. 106-107). Dat het ook anders kan bewees Jann Wenner, oprichter van The Rolling Stone, die nog altijd zowel de inhoudelijke als de zakelijke kant voor zijn rekening neemt.

Keihard & Swingend leest als een jongensboek en bevat zeker voor de jongere lichting popjournalisten jaloersmakende anekdotes. Wie kan er nu nog een paar dagen op stap met een muzikant. De meesten mogen al blij zijn als ze een half uurtje krijgen en te laat komen moet je al helemaal niet doen, want dan is de artiest al vertrokken.
In het tweede deel heeft Toet meer oog voor de veranderingen in de platenindustrie en de rol die de popjournalist nog speelt in de tijd van internet. Tegenwoordig is iedereen popjournalist in de zin dat iedereen een recensie van een concert of cd op zijn blog op internet kan zetten. De rol van een papieren tijdschrift lijkt daarmee ondergraven te worden. En inderdaad zijn de oplagecijfers van Oor de laatste jaren ontzettend gedaald. Toch ziet Toet wel degelijk mogelijkheden voor de popjournalist (en daarmee voor een muziektijdschrift) om zich van deze liefhebbers te onderscheiden. Hij blijkt goed op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op het internet. Voor de popjournalist ziet hij vooral een rol als gids, die nieuwe bands, ontwikkelingen en stromingen kan duiden. Oor heeft zich de opmerkingen van de oprichter schijnbaar aangetrokken, want ter gelegenheid van het jubileum is de website opgepimpt. Het speciale jubileumnummer van Oor biedt een mooie aanvulling op het boek van Toet. In een interviewserie blikken oud-Oormedewerkers Bert van de Kamp, Paul Evers, Mark van Schaick en Kees de Koning uitgebreid terug. In kortere bijdragen geven artiesten en popjournalisten aan wat Oor in hun muziekleven betekende. Op naar de 50!

Barend Toet - Keihard & Swingend. De jongensjaren van Muziekkrant OOR - Amsterdam: Boekerij, 2011 - ISBN 9789022555149 - Prijs: € 19,95

André Nuchelmans