Ter gelegenheid van het verschijnen van de boeken Kunst moet; ook in tijden van cholera van voormalig topambtenaar Thije Adams (onder meer directeur Algemeen Cultuurbeleid en directeur Internationale betrekkingen van het Ministerie van WVC en OCW) en Kunstbeleid in tijden van cholera; een nieuwe rol voor de overheid van Thije Adams en Frans Hoefnagel (jurist, voormalig projectleider bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Zijn promotie had als onderwerp de relatie tussen wetgeving en cultuurbeleid) werd er op vrijdag 16 maart in Spui 25 in samenwerking met uitgeverij Van Gennep een discussie georganiseerd waarin de mogelijkheden van vernieuwing van het kunstbeleid centraal stond.
Aan de orde was wat er de komende tijd veranderen moet aan de verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid, hogere en lagere, voor het behoud, de ontwikkeling en de distributie van kunst en cultuur, en de participatie daaraan. Uitgangspunt waren vragen en kwesties rondom het (grote) maatschappelijke belang van (hoge) kunst waarvoor Adams een hartstochtelijk pleidooi hield; hoewel het belang van kunst moeilijk wetenschappelijk is te definiëren is, zijn de inzichten die ermee uitgedrukt kunnen worden van grote importantie maar ook nodig en noodzakelijk voor de samenleving. Hoefnagel voegde daaraan toe dat de normen waarom kunst ondersteund moet worden nu te simpel zijn en nooit goed uitgewerkt hetgeen geleid heeft tot een traditioneel zwak besef van kunst als waarde op zich. Volgens hem moet de overheid een meer sturende rol hebben en ook haar eigen verantwoordelijkheid kennen en daar hoort bijvoorbeeld ook bij te onderzoeken of zaken zonder overheidssteun tot hun recht (kunnen) komen.
Prioriteiten in de rol van de overheid moeten zijn: zorgen voor culturele vrijheid, cultuurbehoud, reageren op maatschappelijke initiatieven, een verschuiving van de dominantie van professionals (aanbod) naar de vraagkant (het beleid heeft volgens Adams te veel overgenomen van de burgers; daarom is er nu geen steun uit de samenleving en geen burger te bekennen nu het beleid wordt afgebroken)
Waar Nederland vroeger een gidsland was met een ruimhartig kunstbudget, lijkt het op dit moment een gidsland in bezuinigen. Vitale delen van het culturele leven worden door de bezuinigingen bedreigd. In dat licht lijkt het nodig een nieuw cultuurbeleid voor de langere termijn te ontwikkelen.
Alexander Ribbink, secretaris van de Turing Foundation en voorzitter van de Raad van Toezicht van het Stedelijk Museum en Guikje Roethof, algemeen secretaris van de Amsterdamse Kunstraad, waren gevraagd om een reactie te geven op beide auteurs en het boek. Ribbink bevestigde Adams in zijn opmerking dat het maatschappelijk draagvlak weg is. De burger voelt geen verantwoordelijkheid meer voor cultuur. Hij verbond daaraan ook de opmerking dat het een illusie is dat het mecenaat de bezuinigingen door de overheid kan opvangen ‘ het mecenaat kan nog geen 1/10de doen van wat de overheid laat’. Ook Roethof benadrukte dat de overheid beslist een grote financiële rol moet blijven spelen maar hetzelfde geld slimmer moet verdelen. Dat werd bevestigd door Thije Adams die stelde dat de rol van de overheid als financier niet te missen is maar de overheid geen oordelaar/bemoeial moet zijn. Al met al een waardevolle en levendige bijeenkomst ter viering van een pleidooi voor een andere overheidsrol. Opvallend was het aantal grijze haren bij de bijeenkomst, het zou mooi zijn als er wat meer jongeren zich in de discussie zouden mengen. In Boekman 91, die in juni verschijnt, worden de boeken besproken.
Thije Adams Kunst moet ook in tijden van cholera, Van Gennep, prijs: 4,95
Thije Adams en Frans Hoefnagel Kunstbeleid in tijden van cholera, Van Gennep, prijs: 3,95
Truus Gubbels
Het laatste nieuws van de redactie van Boekman en medewerkers van de Boekmanstichting op het gebied van symposia, benoemingen, promoties, publicaties.
Posts tonen met het label bezuinigingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bezuinigingen. Alle posts tonen
donderdag 22 maart 2012
vrijdag 10 februari 2012
Boekmandebat Kunst op een keerpunt, tijdens Art as Money
Biertjes drinken met je klanten, netwerken. We kennen het uit het bedrijfsleven, maar het blijkt ook voor kunstenaars, als cultureel ondernemers, een recept voor mogelijk succes. Je voorstellingen of uitvoeringen met je publiek bespreken, onder genot van een drankje en een hapje. Klanten het gevoel geven dat ze er werkelijk toe doen… Deze onverwachte uitspraken klonken tijdens het Boekmandebat over koerswijzigingen in de culturele sector. Het debat vond plaats tijdens het Art as Money Festival, op 9
februari in Club Trouw in Amsterdam.
De organisatoren van het festival, beeldend kunstenaar Dadara en Total in Support, slaagden in hun opzet: het werd een feestelijke bijeenkomst met seminars, workshops, een informatiemarkt, en zelfs een ‘nachtsymposium’ en afsluitend een feest. Kunstenaars, creatieve ondernemers, culturele organisaties, vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en kunstliefhebbers wisselden gretig met elkaar van gedachten. Dat was precies het doel: de werelden van kunst en geld dichter bij elkaar brengen. Pure noodzaak, nu de overheid als inkomstenbron meer en meer wegvalt en kunstenaars en creatieven zich moeten bezinnen op alternatieve verdienmodellen.
Kunst bevindt zich op een keerpunt, stelde ook de redactie van Boekman in het winternummer vast. Voorafgaand aan de paneldiscussie presenteerde Cas Smithuijsen, directeur van de Boekmanstichting, Boekman 89, dat de basis vormde van dit Boekmandebat. De artikelen in het tijdschrift beschrijven én relativeren de gevolgen van de bezuinigingen, legde hij uit. De veranderingen bieden de sector ook nieuwe kansen en mogelijkheden. Hoe werkt dat nieuwe ondernemen in de cultuur eigenlijk? Gespreksleider Jorgen Tjon A Fong vroeg het cultureel ondernemers Wilmar de Visser (Splendor), Toine Donk (Das Magazin) en Doro Siepel (Theater ZuidPlein).
Voorafgaand aan het gesprek kreeg het drietal de kans met een kort filmpje (mooi verzorgd!) en een toelichting hun initiatieven aan het publiek te presenteren. Musicus Wilmar de Visser legde uit hoe zijn musicerende vrienden en hij bij gebrek aan betaalbare en adequate speelruimte in Amsterdam bij de gemeente aanklopten. Stadsdeel Centrum stelde vervolgens een voormalig badhuis beschikbaar, maar stelde als voorwaarde dat de musici 3,5 ton zouden bijdragen aan de verbouwing. De musici waren erg enthousiast, verenigden zich in Splendor, gingen eerst op zoek naar donateurs en gaven vervolgens obligaties uit. De obligaties ter waarde van 1.000 euro gingen als zoete broodjes over de toonbank, vertelt De Visser. Obligatiehouders kunnen zich jaarlijks trakteren op één optreden van één musicus per obligatie: rente in natura. ‘We verkregen niet alleen financiële middelen, maar bereikten tegelijkertijd ook een nieuw publiek’.
Toine Donk richtte samen met Daniël van der Meer in 2011 het literaire tijdschrift Das Magazin op. Door middel van crowdfunding via www.voordekunst.nl werd binnen 12 dagen het streefbedrag van 5.000 euro binnengehaald. Onder grote belangstelling verscheen vorig jaar september het nulnummer. Op 24 februari vindt de feestelijke presentatie plaats van de volgende aflevering. De redactie maakt creatief gebruik van sociale media (zie http://dasmagazin.nl). Over een sponsor deal met een groot champagnemerk is Donk ietwat vaag. Hij houdt de spanning er graag in.
Doro Siepel van het Rotterdamse Theater Zuidplein maakt geëngageerde podiumkunst. Het standaard podiumaanbod sluit niet aan op de wensen en verlangens van de multiculturele doelgroep van Theater Zuidplein, legde ze uit. ‘Soms sluit de setting van een theaterstuk niet aan op de belevingswereld van ons publiek, of vormt de taal een obstakel’, aldus Siepel. Daarom produceert het theater zelf stukken, samen met een groep gemotiveerde vrijwilligers. Dat scheelt in de kosten. Ze vertelde hoe ze door de omstandigheden geleerd heeft om kosten te reduceren. Het theater is bijvoorbeeld een erkend leer/werkbedrijf, dat levert geld op. Verder werken ze met jonge theatermakers, maken ze speciale voorstellingen en doen ze aan gastprogrammering. ‘Zie het als een soort zaalverhuur, maar denk vooral niet dat iedereen met een zak geld zo maar bij ons binnenkomt.’ Nog in een pril stadium, maar een interessante ontwikkeling noemde ze het aanbieden van hun expertise op het terrein van culturele diversiteit aan, bijvoorbeeld, het bedrijfsleven of de zorgsector.
Gespreksleider Tjon A Fong stelde de gasten een aantal vragen. Hoe erg zijn de bezuinigingen nu eigenlijk? Hij refereerde aan het artikel van Harmen Bockma in de Volkskrant van 3 februari 2012, waarin mensen uit het culturele veld beweren dat de kortingen ook voordelen bieden. Soms is een botte ingreep noodzakelijk om een beweging te bewerkstelligen, was de strekking van het artikel. ‘Slecht stuk’, bromde De Visser. Hij benadrukte de schadelijke gevolgen van de bezuinigingen. Het ambacht van musici lijdt onder de bezuinigingen. ‘Er zijn musici die gewoonweg stoppen met spelen’. Van kaalslag onder de literaire tijdschriften is geen sprake, concludeerde Van der Donk verrassend. Literaire tijdschriften krijgen voortaan alleen nog subsidie wanneer ze op digitaal overgaan. Desondanks houden alle tijdschriften vast aan de papieren versie en bestaan ze nog steeds. Blijkbaar redden ze het ook zonder subsidie, luidde zijn conclusie. Of ze passen zich aan, zoals De Gids die aansluiting zocht en vond bij de Groene Amsterdammer. Siepel hekelde nadrukkelijk het ontbreken van onderbouwde keuzes bij de bezuinigingen. Ze begrijpt niet dat het kabinet het belang van cultureel ondernemerschap onderkent, maar tegelijkertijd de productiehuizen wegvaagt.
Het enthousiasme van het drietal op het podium was aanstekelijk en hield het publiek tot het einde geboeid. Enthousiasme bleek ook binnen de besproken projecten van groot belang. Je moet er altijd in blijven geloven, riep De Vries, en de problemen bij de horens vatten. Nergens voor weglopen. Op de vraag van de moderator of cultureel ondernemen een kwestie is van ‘gewoon doen’, wees Donk op het belang van timing. Voor Das Magazin bleek de zomer van 2011 om verschillende redenen een geschikt moment voor crowdfunding. Aan dit succesvolle initiatief gingen overigens mislukte plannen vooraf, relativeerde hij. In die zin is het wel degelijk een kwestie van ‘gewoon doen’ en niet bang zijn om op je bek te gaan. Een sterk punt van Das Magazin noemde hij het gecultiveerde imago van ‘klungeligheid’ dat de redacteuren beogen. Dat zorgt voor een hoge ‘gunfactor’: mensen geven meer als ze je aardig vinden. Maar hoe lang kun je eigenlijk op goodwill bij je publiek voortdrijven? Zolang je je relatiemanagement maar niet uit het oog verliest, vertelde De Visser. ‘Af en toe een biertje drinken met je donateurs is van cruciaal belang’. Donk beaamde dit: bier drinken met je relaties vergroot de ‘gunfactor’. Net als passie tonen, netwerken en zakelijk zijn, vulde Siepel aan. Tjon A Fong vatte samen: ga economisch met je tijd om, des te meer tijd blijft er over voor netwerken en nog meer gezamenlijke biertjes.
Wilmar De Visser stelde nog voor om over een jaar of vijf of tien nogmaals de gevolgen van de bezuinigingen te bespreken. Het zou een geschikt thema voor Boekman en een Boekmandebat kunnen zijn. Dan stellen we Donk de vraag hoeveel literaire tijdschriften het werkelijk zonder subsidie gered hebben.
Boekman 89 ‘Kunst op een keerpunt’ kost 17,50 euro en is te verkrijgen bij de Boekmanstichting, www.boekman.nl, en in de boekhandel.
Jack van der Leden
De organisatoren van het festival, beeldend kunstenaar Dadara en Total in Support, slaagden in hun opzet: het werd een feestelijke bijeenkomst met seminars, workshops, een informatiemarkt, en zelfs een ‘nachtsymposium’ en afsluitend een feest. Kunstenaars, creatieve ondernemers, culturele organisaties, vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en kunstliefhebbers wisselden gretig met elkaar van gedachten. Dat was precies het doel: de werelden van kunst en geld dichter bij elkaar brengen. Pure noodzaak, nu de overheid als inkomstenbron meer en meer wegvalt en kunstenaars en creatieven zich moeten bezinnen op alternatieve verdienmodellen.
Kunst bevindt zich op een keerpunt, stelde ook de redactie van Boekman in het winternummer vast. Voorafgaand aan de paneldiscussie presenteerde Cas Smithuijsen, directeur van de Boekmanstichting, Boekman 89, dat de basis vormde van dit Boekmandebat. De artikelen in het tijdschrift beschrijven én relativeren de gevolgen van de bezuinigingen, legde hij uit. De veranderingen bieden de sector ook nieuwe kansen en mogelijkheden. Hoe werkt dat nieuwe ondernemen in de cultuur eigenlijk? Gespreksleider Jorgen Tjon A Fong vroeg het cultureel ondernemers Wilmar de Visser (Splendor), Toine Donk (Das Magazin) en Doro Siepel (Theater ZuidPlein).
Voorafgaand aan het gesprek kreeg het drietal de kans met een kort filmpje (mooi verzorgd!) en een toelichting hun initiatieven aan het publiek te presenteren. Musicus Wilmar de Visser legde uit hoe zijn musicerende vrienden en hij bij gebrek aan betaalbare en adequate speelruimte in Amsterdam bij de gemeente aanklopten. Stadsdeel Centrum stelde vervolgens een voormalig badhuis beschikbaar, maar stelde als voorwaarde dat de musici 3,5 ton zouden bijdragen aan de verbouwing. De musici waren erg enthousiast, verenigden zich in Splendor, gingen eerst op zoek naar donateurs en gaven vervolgens obligaties uit. De obligaties ter waarde van 1.000 euro gingen als zoete broodjes over de toonbank, vertelt De Visser. Obligatiehouders kunnen zich jaarlijks trakteren op één optreden van één musicus per obligatie: rente in natura. ‘We verkregen niet alleen financiële middelen, maar bereikten tegelijkertijd ook een nieuw publiek’.
Toine Donk richtte samen met Daniël van der Meer in 2011 het literaire tijdschrift Das Magazin op. Door middel van crowdfunding via www.voordekunst.nl werd binnen 12 dagen het streefbedrag van 5.000 euro binnengehaald. Onder grote belangstelling verscheen vorig jaar september het nulnummer. Op 24 februari vindt de feestelijke presentatie plaats van de volgende aflevering. De redactie maakt creatief gebruik van sociale media (zie http://dasmagazin.nl). Over een sponsor deal met een groot champagnemerk is Donk ietwat vaag. Hij houdt de spanning er graag in.
Doro Siepel van het Rotterdamse Theater Zuidplein maakt geëngageerde podiumkunst. Het standaard podiumaanbod sluit niet aan op de wensen en verlangens van de multiculturele doelgroep van Theater Zuidplein, legde ze uit. ‘Soms sluit de setting van een theaterstuk niet aan op de belevingswereld van ons publiek, of vormt de taal een obstakel’, aldus Siepel. Daarom produceert het theater zelf stukken, samen met een groep gemotiveerde vrijwilligers. Dat scheelt in de kosten. Ze vertelde hoe ze door de omstandigheden geleerd heeft om kosten te reduceren. Het theater is bijvoorbeeld een erkend leer/werkbedrijf, dat levert geld op. Verder werken ze met jonge theatermakers, maken ze speciale voorstellingen en doen ze aan gastprogrammering. ‘Zie het als een soort zaalverhuur, maar denk vooral niet dat iedereen met een zak geld zo maar bij ons binnenkomt.’ Nog in een pril stadium, maar een interessante ontwikkeling noemde ze het aanbieden van hun expertise op het terrein van culturele diversiteit aan, bijvoorbeeld, het bedrijfsleven of de zorgsector.
Gespreksleider Tjon A Fong stelde de gasten een aantal vragen. Hoe erg zijn de bezuinigingen nu eigenlijk? Hij refereerde aan het artikel van Harmen Bockma in de Volkskrant van 3 februari 2012, waarin mensen uit het culturele veld beweren dat de kortingen ook voordelen bieden. Soms is een botte ingreep noodzakelijk om een beweging te bewerkstelligen, was de strekking van het artikel. ‘Slecht stuk’, bromde De Visser. Hij benadrukte de schadelijke gevolgen van de bezuinigingen. Het ambacht van musici lijdt onder de bezuinigingen. ‘Er zijn musici die gewoonweg stoppen met spelen’. Van kaalslag onder de literaire tijdschriften is geen sprake, concludeerde Van der Donk verrassend. Literaire tijdschriften krijgen voortaan alleen nog subsidie wanneer ze op digitaal overgaan. Desondanks houden alle tijdschriften vast aan de papieren versie en bestaan ze nog steeds. Blijkbaar redden ze het ook zonder subsidie, luidde zijn conclusie. Of ze passen zich aan, zoals De Gids die aansluiting zocht en vond bij de Groene Amsterdammer. Siepel hekelde nadrukkelijk het ontbreken van onderbouwde keuzes bij de bezuinigingen. Ze begrijpt niet dat het kabinet het belang van cultureel ondernemerschap onderkent, maar tegelijkertijd de productiehuizen wegvaagt.
Het enthousiasme van het drietal op het podium was aanstekelijk en hield het publiek tot het einde geboeid. Enthousiasme bleek ook binnen de besproken projecten van groot belang. Je moet er altijd in blijven geloven, riep De Vries, en de problemen bij de horens vatten. Nergens voor weglopen. Op de vraag van de moderator of cultureel ondernemen een kwestie is van ‘gewoon doen’, wees Donk op het belang van timing. Voor Das Magazin bleek de zomer van 2011 om verschillende redenen een geschikt moment voor crowdfunding. Aan dit succesvolle initiatief gingen overigens mislukte plannen vooraf, relativeerde hij. In die zin is het wel degelijk een kwestie van ‘gewoon doen’ en niet bang zijn om op je bek te gaan. Een sterk punt van Das Magazin noemde hij het gecultiveerde imago van ‘klungeligheid’ dat de redacteuren beogen. Dat zorgt voor een hoge ‘gunfactor’: mensen geven meer als ze je aardig vinden. Maar hoe lang kun je eigenlijk op goodwill bij je publiek voortdrijven? Zolang je je relatiemanagement maar niet uit het oog verliest, vertelde De Visser. ‘Af en toe een biertje drinken met je donateurs is van cruciaal belang’. Donk beaamde dit: bier drinken met je relaties vergroot de ‘gunfactor’. Net als passie tonen, netwerken en zakelijk zijn, vulde Siepel aan. Tjon A Fong vatte samen: ga economisch met je tijd om, des te meer tijd blijft er over voor netwerken en nog meer gezamenlijke biertjes.
Wilmar De Visser stelde nog voor om over een jaar of vijf of tien nogmaals de gevolgen van de bezuinigingen te bespreken. Het zou een geschikt thema voor Boekman en een Boekmandebat kunnen zijn. Dan stellen we Donk de vraag hoeveel literaire tijdschriften het werkelijk zonder subsidie gered hebben.
Boekman 89 ‘Kunst op een keerpunt’ kost 17,50 euro en is te verkrijgen bij de Boekmanstichting, www.boekman.nl, en in de boekhandel.
Jack van der Leden
dinsdag 17 januari 2012
Eurosonic Noorderslag Conference
De tweede week van januari was traditiegetrouw Eurosonic/Noorderslag in Groningen. Overdag seminars in de Oosterpoort en in de avond bandjes verspreid over locaties in de binnenstad. Een aangename combinatie van lezingen en optredens.
Het officiële programma begon op woensdag 11 januari met de EBBA (European Border Breakers Award) uitreiking. Op donderdag startte het seminarprograma echt met panels die vooral in het teken van gemeentelijk, provinciaal en nationaal beleid en de popsector stonden. Er vinden tegelijkertijd meestal zo’n 6 panels plaats waaruit gekozen moet worden. Dankzij een perfecte organisatie waarbij de tijd nauwlettend in de gaten wordt gehouden kun je zo je eigen programma vaststellen.
Ik koos donderdag voor het gehele programma in de kleine zaal. Allereerst presenteerden Thomas van Dalen en Frans Vreeke van Vreeke & Van Dalen advies en management in cultuur, de resultaten van een beknopt onderzoek onder leden van de Vereniging Nederlands Poppodia en -Festivals (VNPF) naar de manieren waarop zij de aangekondigde bezuinigingen en de btw-verhoging op denken te vangen. Om te beginnen benadrukten ze nog maar eens het verschil tussen de theatersector, waar op elke bezoeker 17,79 euro gemeentelijke subsidie wordt bijgelegd, en de popsector, die het met 6,74 euro doet. De deelnemende podia verwachten dat er in 2013 zo’n kleine 2 miljoen euro op alle podia bezuinigd gaat worden. Ze verwachten het merendeel van deze bezuinigingen te kunnen compenseren door een commerciële verhuur van hun zalen, een populairder programma, sponsorinkomsten, meer programma-activiteiten en hogere entree en horecoprijzen. Daarnaast zal er aan de kostenkant bezuinigd worden. Deze resultaten werden vervolgens met een aantal podiumdirecteuren besproken. Algemene teneur van het gesprek was dat de podia nauwelijks protesteren tegen de bezuinigingen, maar eensgezind de schouders er onder zetten en zoeken naar creatieve oplossingen. Kanttekeningen waren er ook. Zo blijkt een gedeelde overhead (bijvoorbeeld P&O, administratie, ICT) toch niet altijd geld op te leveren. Ook bij een populairdere programmering werden vraagtekens gezet. Het levert dan wel meer inkomsten op, het brengt de doorstroom van bands en artiesten wel in gevaar, als er geen ruimte meer is voor onbekende en experimentele muziek. Een andere opvallende uitkomst was, dat poppodia de btw-verhoging op toegangskaarten vooralsnog vooral verhaald hebben op de artiesten. De bezoeker merkt er weinig van.
In het volgende panel ging Gerard Marlet, econoom en historicus en werkzaam voor de Atlas voor gemeenten, in op het belang van poppodia voor gemeenten. Marlet doet hier al jaren onderzoek naar en presenteerde op Noorderslag vooral nieuw cijfermateriaal. Waar de afgelopen jaren vooral op het economisch belang van de podia is gewezen, toonde Marlet nu aan dat dat slechts een klein deel is, het maatschappelijke belang is nog veel groter. Een andere conclusie was dat regio’s in verhouding tot hun investeringen veel profiteren van de aanwezigheid van podia. Het ligt dan ook voor de hand daar aan te kloppen voor extra investeringen.
Het nationale beleid voor de creatieve industrie en ondernemerschap stonden centraal op het derde panel in de kleine zaal. Namens het ministerie van OC&W lichtten Henri van Faassen en Quirine van der Hoeven het beleid toe. Het was een erg technische uiteenzetting, waaruit naar voren kwam dat popmuziek op dit moment geen speciale aandacht binnen het programma krijgt. Nu ook de basisinfrastructuur die rechtstreeks door het rijk wordt gesubsidieerd aanmerkelijk wordt teruggebracht is de popsector vooral op het Fonds Podiumkunsten aangewezen. Het was dan ook niet verwonderlijk dat dit Fonds net als vorig jaar op vrijdag een inloopspreekuur had.
De dag werd besloten met deel II Bezuinigen doe je zo, een vervolgbijeenkomst op die van vorig jaar. In het eerste panel was dit al zijdelings aan de orde geweest. Onder leiding van Hans Onno van den Berg gaven Pim van Klink (econoom aan de Universiteit Antwerpen), Gerard Marlet, Toine Tax (directeur poppodium Doornroosje) en Ton Schroor (wethouder gemeente Groningen) aan in hoeverre samenwerking met de lokale en regionale overheden het aanbod overeind kan houden. Tax kon met praktijkvoorbeelden uit Nijmegen (Doornroosje heeft het kleinere podium Merleyn overgenomen en beheert inmiddels ook de gemeentelijke oefenruimtes) aantonen dat goed overleg van belang is. Ton Schroor bevestigde dit vanuit beleidszijde. Marlet benadrukte nogmaals de regionale uitstraling van lokale podia. Van Klink voorzag de discussie van een kritische noot.
De eerste dag was een zinvolle dag voor iedereen die met popbeleid op welk niveau ook te maken heeft. Het blijft elk jaar jammer dat er zo weinig lokale, regionale en nationale beleidsmakers aanwezig zijn. Het onderzoek van Marlet toont al jaren aan dat zowel gemeentes als regio’s niet alleen economisch maar ook maatschappelijk profiteren van de aanwezigheid van (pop)podia, uitwisseling tussen podia en beleid lijkt dan ook erg voor de hand te liggen. Het seminarprogramma biedt daar een uitgelezen mogelijkheid toe.
Uit het grote aanbod op de tweede seminardag koos ik als eerste de bijeenkomst over de Geefwet. Dick Molenaar van Allarts presenteerde een kort overzicht van ins en outs van de Geefwet. Op de website van Allarts is het een en ander terug te vinden. Na deze presentatie schoven drie vertegenwoordigers uit andere sectoren aan die hun kennis met de popsector deelden. Het Drents Museum heeft op hun website een Geefbutton, die de gever aan de hand neemt. Er is een kant-en-klare akte van de Notaris opgenomen om een en ander vast te leggen. Invullen en opsturen maar. Ook het Holland Festival heeft al enige jaren ervaring met gevers. Medewerkster Annet Lekkerkerker benadrukte wel dat het in eerste instantie een investering vergt. Bovendien moet je geïnteresseerde gevers niet direct om geld vragen. Eye Film Instituut Nederland is onlangs ook begonnen met het binnenhalen van gevers. Alle panelleden benadrukten dat het voor je geld binnen gaat halen belangrijk is na te denken over wat je potentiële gevers te bieden hebt. Ook zetten zij hun netwerk van gevers op andere terreinen in. Voor de notariskosten hoef je in ieder geval niet te schrikken, want die moet een geefakte gratis opstellen.
Vrijdag is ook de dag dat de Popmediaprijs uitgereikt wordt. In een vol paviljoen ondervroeg Arjen Davidse van het Muziekcentrum Nederland de genomineerden Atze de Vrieze (3voor12), Willem Bemboom (OOR) en Hanna Vink (DWDD Recordings) over hun werkzaamheden. Hanna Vink kreeg aan het einde de prijs overhandigd. In hetzelfde paviljoen vond vervolgens een panel plaats over de rol van de publieke omroep bij talentontwikkeling. De panelleden gaven uitleg bij de manier waarop bijvoorbeeld Radio3, DWDD en 3voor12 talent onder de aandacht brengen. Vanuit het livecircuit bevestigde Lesley Grieten (Agents after all) het belang van een goede timing. Het is makkerlijker om een band te verkopen als ze in het middelpunt van de aandacht staan. Talent blijkt er vooralsnog in Nederland in ruime mate aanwezig, dat bleek al uit het aandeel kwalitatief hoogstaande bands in het Eurosonicprogramma en het Noorderslagfestival.
Op de slotdag van het seminar was er onder meer aandacht voor de toekomst van de platenzaak. Hoewel de verkoopcijfers van geluidsdragers nog steeds dalen, is er een opleving te zien in de verkoop van vinyl. Waar er sprake is van platenzaken die de deuren gedwongen moeten sluiten, zijn er opvallend veel nieuwe zaken. Het was een opvallend positief panel, waarbij al een aantal afspraken werden gemaakt die de toekomst van de platenzaak veilig moeten stellen. Bijvoorbeeld een betere samenwerking tussen platenindustrie en platenzaken en het aanbieden van een soort classics vinylserie in een goedkope prijsklasse. Diezelfde dag was er ook een presentatie van de exportcijfers van de Nederlandse populaire muziek in 2010. Die neemt nog steeds toe, waarbij vooral het aandeel van DJ’s en André Rieu van veel gewicht is. De gehele presentatie is op de site van Buma te bekijken. Het blijft elk jaar weer jammer dat de gegevens niet te vergelijken zijn met het buitenland, waardoor de waarde van het onderzoek alleen in verhouding tot voorgaande jaren in Nederland geplaatst kan worden. Ook over het precieze aandeel van afzonderlijke artiesten kan niets gezegd worden omdat ze anoniem verwerkt worden.
Dat niet de gehele sector de bezuinigingen gelaten ondergaat, onderstreepte Lowlands directeur Eric van Eerdenburg. Het huidige kabinetsbeleid schiet hem zo in het verkeerde keelgat dat hij liet weten dat staatssecretaris Halbe Zijlstra niet welkom is op zijn festival. Mochten de bezuinigingen nog verder gaan, dan zag hij wel mogelijkheden om illegaal te programmeren in kraakpanden. Het typeert de ondernemendheid van de popsector om niet bij de pakken neer te gaan zitten. Creatief ondernemerschap is altijd al een belangrijke factor in het voortbestaan van poppodia geweest en ook de artiesten weten zich op creatieve wijze onder de aandacht te brengen. Het zal veel aanwezigen deugd doen dat de sector ondanks het feit dat ze inmiddels ook tot de gevestigde kunsten behoort, haar rebelse karakter behouden heeft.
André Nuchelmans
Het officiële programma begon op woensdag 11 januari met de EBBA (European Border Breakers Award) uitreiking. Op donderdag startte het seminarprograma echt met panels die vooral in het teken van gemeentelijk, provinciaal en nationaal beleid en de popsector stonden. Er vinden tegelijkertijd meestal zo’n 6 panels plaats waaruit gekozen moet worden. Dankzij een perfecte organisatie waarbij de tijd nauwlettend in de gaten wordt gehouden kun je zo je eigen programma vaststellen.
Ik koos donderdag voor het gehele programma in de kleine zaal. Allereerst presenteerden Thomas van Dalen en Frans Vreeke van Vreeke & Van Dalen advies en management in cultuur, de resultaten van een beknopt onderzoek onder leden van de Vereniging Nederlands Poppodia en -Festivals (VNPF) naar de manieren waarop zij de aangekondigde bezuinigingen en de btw-verhoging op denken te vangen. Om te beginnen benadrukten ze nog maar eens het verschil tussen de theatersector, waar op elke bezoeker 17,79 euro gemeentelijke subsidie wordt bijgelegd, en de popsector, die het met 6,74 euro doet. De deelnemende podia verwachten dat er in 2013 zo’n kleine 2 miljoen euro op alle podia bezuinigd gaat worden. Ze verwachten het merendeel van deze bezuinigingen te kunnen compenseren door een commerciële verhuur van hun zalen, een populairder programma, sponsorinkomsten, meer programma-activiteiten en hogere entree en horecoprijzen. Daarnaast zal er aan de kostenkant bezuinigd worden. Deze resultaten werden vervolgens met een aantal podiumdirecteuren besproken. Algemene teneur van het gesprek was dat de podia nauwelijks protesteren tegen de bezuinigingen, maar eensgezind de schouders er onder zetten en zoeken naar creatieve oplossingen. Kanttekeningen waren er ook. Zo blijkt een gedeelde overhead (bijvoorbeeld P&O, administratie, ICT) toch niet altijd geld op te leveren. Ook bij een populairdere programmering werden vraagtekens gezet. Het levert dan wel meer inkomsten op, het brengt de doorstroom van bands en artiesten wel in gevaar, als er geen ruimte meer is voor onbekende en experimentele muziek. Een andere opvallende uitkomst was, dat poppodia de btw-verhoging op toegangskaarten vooralsnog vooral verhaald hebben op de artiesten. De bezoeker merkt er weinig van.
In het volgende panel ging Gerard Marlet, econoom en historicus en werkzaam voor de Atlas voor gemeenten, in op het belang van poppodia voor gemeenten. Marlet doet hier al jaren onderzoek naar en presenteerde op Noorderslag vooral nieuw cijfermateriaal. Waar de afgelopen jaren vooral op het economisch belang van de podia is gewezen, toonde Marlet nu aan dat dat slechts een klein deel is, het maatschappelijke belang is nog veel groter. Een andere conclusie was dat regio’s in verhouding tot hun investeringen veel profiteren van de aanwezigheid van podia. Het ligt dan ook voor de hand daar aan te kloppen voor extra investeringen.
Het nationale beleid voor de creatieve industrie en ondernemerschap stonden centraal op het derde panel in de kleine zaal. Namens het ministerie van OC&W lichtten Henri van Faassen en Quirine van der Hoeven het beleid toe. Het was een erg technische uiteenzetting, waaruit naar voren kwam dat popmuziek op dit moment geen speciale aandacht binnen het programma krijgt. Nu ook de basisinfrastructuur die rechtstreeks door het rijk wordt gesubsidieerd aanmerkelijk wordt teruggebracht is de popsector vooral op het Fonds Podiumkunsten aangewezen. Het was dan ook niet verwonderlijk dat dit Fonds net als vorig jaar op vrijdag een inloopspreekuur had.
De dag werd besloten met deel II Bezuinigen doe je zo, een vervolgbijeenkomst op die van vorig jaar. In het eerste panel was dit al zijdelings aan de orde geweest. Onder leiding van Hans Onno van den Berg gaven Pim van Klink (econoom aan de Universiteit Antwerpen), Gerard Marlet, Toine Tax (directeur poppodium Doornroosje) en Ton Schroor (wethouder gemeente Groningen) aan in hoeverre samenwerking met de lokale en regionale overheden het aanbod overeind kan houden. Tax kon met praktijkvoorbeelden uit Nijmegen (Doornroosje heeft het kleinere podium Merleyn overgenomen en beheert inmiddels ook de gemeentelijke oefenruimtes) aantonen dat goed overleg van belang is. Ton Schroor bevestigde dit vanuit beleidszijde. Marlet benadrukte nogmaals de regionale uitstraling van lokale podia. Van Klink voorzag de discussie van een kritische noot.
De eerste dag was een zinvolle dag voor iedereen die met popbeleid op welk niveau ook te maken heeft. Het blijft elk jaar jammer dat er zo weinig lokale, regionale en nationale beleidsmakers aanwezig zijn. Het onderzoek van Marlet toont al jaren aan dat zowel gemeentes als regio’s niet alleen economisch maar ook maatschappelijk profiteren van de aanwezigheid van (pop)podia, uitwisseling tussen podia en beleid lijkt dan ook erg voor de hand te liggen. Het seminarprogramma biedt daar een uitgelezen mogelijkheid toe.
Uit het grote aanbod op de tweede seminardag koos ik als eerste de bijeenkomst over de Geefwet. Dick Molenaar van Allarts presenteerde een kort overzicht van ins en outs van de Geefwet. Op de website van Allarts is het een en ander terug te vinden. Na deze presentatie schoven drie vertegenwoordigers uit andere sectoren aan die hun kennis met de popsector deelden. Het Drents Museum heeft op hun website een Geefbutton, die de gever aan de hand neemt. Er is een kant-en-klare akte van de Notaris opgenomen om een en ander vast te leggen. Invullen en opsturen maar. Ook het Holland Festival heeft al enige jaren ervaring met gevers. Medewerkster Annet Lekkerkerker benadrukte wel dat het in eerste instantie een investering vergt. Bovendien moet je geïnteresseerde gevers niet direct om geld vragen. Eye Film Instituut Nederland is onlangs ook begonnen met het binnenhalen van gevers. Alle panelleden benadrukten dat het voor je geld binnen gaat halen belangrijk is na te denken over wat je potentiële gevers te bieden hebt. Ook zetten zij hun netwerk van gevers op andere terreinen in. Voor de notariskosten hoef je in ieder geval niet te schrikken, want die moet een geefakte gratis opstellen.
Vrijdag is ook de dag dat de Popmediaprijs uitgereikt wordt. In een vol paviljoen ondervroeg Arjen Davidse van het Muziekcentrum Nederland de genomineerden Atze de Vrieze (3voor12), Willem Bemboom (OOR) en Hanna Vink (DWDD Recordings) over hun werkzaamheden. Hanna Vink kreeg aan het einde de prijs overhandigd. In hetzelfde paviljoen vond vervolgens een panel plaats over de rol van de publieke omroep bij talentontwikkeling. De panelleden gaven uitleg bij de manier waarop bijvoorbeeld Radio3, DWDD en 3voor12 talent onder de aandacht brengen. Vanuit het livecircuit bevestigde Lesley Grieten (Agents after all) het belang van een goede timing. Het is makkerlijker om een band te verkopen als ze in het middelpunt van de aandacht staan. Talent blijkt er vooralsnog in Nederland in ruime mate aanwezig, dat bleek al uit het aandeel kwalitatief hoogstaande bands in het Eurosonicprogramma en het Noorderslagfestival.
Op de slotdag van het seminar was er onder meer aandacht voor de toekomst van de platenzaak. Hoewel de verkoopcijfers van geluidsdragers nog steeds dalen, is er een opleving te zien in de verkoop van vinyl. Waar er sprake is van platenzaken die de deuren gedwongen moeten sluiten, zijn er opvallend veel nieuwe zaken. Het was een opvallend positief panel, waarbij al een aantal afspraken werden gemaakt die de toekomst van de platenzaak veilig moeten stellen. Bijvoorbeeld een betere samenwerking tussen platenindustrie en platenzaken en het aanbieden van een soort classics vinylserie in een goedkope prijsklasse. Diezelfde dag was er ook een presentatie van de exportcijfers van de Nederlandse populaire muziek in 2010. Die neemt nog steeds toe, waarbij vooral het aandeel van DJ’s en André Rieu van veel gewicht is. De gehele presentatie is op de site van Buma te bekijken. Het blijft elk jaar weer jammer dat de gegevens niet te vergelijken zijn met het buitenland, waardoor de waarde van het onderzoek alleen in verhouding tot voorgaande jaren in Nederland geplaatst kan worden. Ook over het precieze aandeel van afzonderlijke artiesten kan niets gezegd worden omdat ze anoniem verwerkt worden.
Dat niet de gehele sector de bezuinigingen gelaten ondergaat, onderstreepte Lowlands directeur Eric van Eerdenburg. Het huidige kabinetsbeleid schiet hem zo in het verkeerde keelgat dat hij liet weten dat staatssecretaris Halbe Zijlstra niet welkom is op zijn festival. Mochten de bezuinigingen nog verder gaan, dan zag hij wel mogelijkheden om illegaal te programmeren in kraakpanden. Het typeert de ondernemendheid van de popsector om niet bij de pakken neer te gaan zitten. Creatief ondernemerschap is altijd al een belangrijke factor in het voortbestaan van poppodia geweest en ook de artiesten weten zich op creatieve wijze onder de aandacht te brengen. Het zal veel aanwezigen deugd doen dat de sector ondanks het feit dat ze inmiddels ook tot de gevestigde kunsten behoort, haar rebelse karakter behouden heeft.
André Nuchelmans
Labels:
bezuinigingen,
Eurosonic,
export,
geefwet,
kunstbeleid,
Noorderslag,
overheidsbeleid,
popmuziek,
poppodia
maandag 12 september 2011
Gala van het Nederlands Theater
Acteur Jacob Derwig kwam op straat een man tegen die hem herkende maar niet precies wist waarvan. 'De televisieserie In therapie?', probeerde Derwig. Of misschien de film Lek of Enclave? Het deed geen bel rinkelen bij de voorbijganger en de acteur vervolgde: 'Ik werk ook bij Toneelgroep Amsterdam, het grootste gezelschap van Nederland, als acteur.' De zoekende blik van de man maakte plaats voor minachting: 'Tonéél?!' Hij maakte zich snel uit de voeten. In een tijd waarin gesubsidieerde kunst en podiumkunst in het bijzonder in diskrediet zijn geraakt, vraagt zelfs een acteur die de Louis d’Or 2011 wint zich af of hij er nog wel mee door moet gaan. Derwig won deze prijs voor de meest indrukwekkende mannelijke dragende rol voor zijn personage in Kinderen van de Zon van Toneelgroep Amsterdam. Elsie de Brauw kreeg de Theo d’Or voor de meest indrukwekkende vrouwelijke dragende rol, die zij speelde in Gif van NTGent.
Zondagavond 11 september zijn tijdens het Gala van het Nederlands Theater in de Amsterdamse Stadsschouwburg de VSCD Toneelprijzen, de VSCD Mimeprijs, de VSCD Jeugdtheaterprijzen en de AVRO Toneel Publieksprijs 2011 uitgereikt. Acteurs Leopold Witte en Geert Lageveen verzorgden de presentatie en kwamen op in sjofele kleding met een ouderwetse grammofoon. Voor iedere prijswinnaar was er een nostalgische plaat, variërend van Boney M. tot The Beatles.
De afspraak was ‘om het er niet over te hebben’, over de aangekondigde bezuinigingen. Maar, meestal via een geestige omweg, verwees iedereen er naar: de ‘linkse hobby’ en de ‘kaalslag’ die vooral nadelig uit lijken te pakken voor de toekomst van jong talent. Onny Huising, artistiek leider van Het Speeltheater Holland, samen met Het Houten Huis winnaar van De Gouden Krekel voor Adios, de beste jeugdtheatervoorstelling, riep door de microfoon: 'Ik ga het er tóch over hebben!' Hij vroeg aandacht voor jong talent zoals regisseur Eileen van den Hoek die naast hem op het podium stond.
Toch was de sfeer vooral feestelijk, met stevige muzikanten van Orkater op het podium. De acteurs waren zenuwachtig en de twee presentatoren juist losjes, met de ene kwinkslag na de andere.
De winnaar van de prestigieuze Prosceniumprijs Jan Joris Lamers, die volgens de jury een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het toneelklimaat, schitterde door afwezigheid want hij stond in Utrecht op de planken. De jury acht het theaterpedagogisch aspect van Lamers’ werk ‘van onmetelijk belang voor de ontwikkeling van het Nederlandse toneel’.
Belangrijk voor het draagvlak van theater blijft de AVRO Toneel Publieksprijs, waarvoor meer dan 30.000 mensen hun stem uitbrachten, met stemformulieren in het theater en een online stemronde. Winnaars Peter Blok en Loes Lucca, acteurs van de productie DOEK!, krijgen van de AVRO zendtijd en € 25.000,-, voor een volgende productie.
De Arlecchino 2011, voor de meest indrukwekkende mannelijke bijdragende rol, ging naar een zichtbaar ontroerde Peter Bolhuis voor zijn rol in Augustus: Oklahoma van De Utrechtse Spelen. De Vlaamse actrice Lies Pauwels, die de Colombina, voor de meest indrukwekkende vrouwelijke bijdragende rol, in ontvangst nam voor haar rol in Freetown van Dood Paard kreeg de lachers op haar hand. 'Ik sta hier in een kleed van 295 euro', zei ze met een hulpeloze blik op haar iets te slobberige gewaad. 'Ik weet, het is er niet aan af te zien. Maar ik zeg het u tóch. Als we het geld dat iedereen vanavond voor zijn feestkleding heeft uitgegeven in één pot zouden doen, zou daarmee misschien een bescheiden theaterproductie zijn te financieren.' Maar dan was het uitbundige bal na afloop op het podium nogal saai geweest.
Het volledige juryrapport is te downloaden via www.galavanhetnederlandstheater.nl of www.vscd.nl.
Anita Twaalfhoven
Zondagavond 11 september zijn tijdens het Gala van het Nederlands Theater in de Amsterdamse Stadsschouwburg de VSCD Toneelprijzen, de VSCD Mimeprijs, de VSCD Jeugdtheaterprijzen en de AVRO Toneel Publieksprijs 2011 uitgereikt. Acteurs Leopold Witte en Geert Lageveen verzorgden de presentatie en kwamen op in sjofele kleding met een ouderwetse grammofoon. Voor iedere prijswinnaar was er een nostalgische plaat, variërend van Boney M. tot The Beatles.
De afspraak was ‘om het er niet over te hebben’, over de aangekondigde bezuinigingen. Maar, meestal via een geestige omweg, verwees iedereen er naar: de ‘linkse hobby’ en de ‘kaalslag’ die vooral nadelig uit lijken te pakken voor de toekomst van jong talent. Onny Huising, artistiek leider van Het Speeltheater Holland, samen met Het Houten Huis winnaar van De Gouden Krekel voor Adios, de beste jeugdtheatervoorstelling, riep door de microfoon: 'Ik ga het er tóch over hebben!' Hij vroeg aandacht voor jong talent zoals regisseur Eileen van den Hoek die naast hem op het podium stond.
Toch was de sfeer vooral feestelijk, met stevige muzikanten van Orkater op het podium. De acteurs waren zenuwachtig en de twee presentatoren juist losjes, met de ene kwinkslag na de andere.
De winnaar van de prestigieuze Prosceniumprijs Jan Joris Lamers, die volgens de jury een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het toneelklimaat, schitterde door afwezigheid want hij stond in Utrecht op de planken. De jury acht het theaterpedagogisch aspect van Lamers’ werk ‘van onmetelijk belang voor de ontwikkeling van het Nederlandse toneel’.
Belangrijk voor het draagvlak van theater blijft de AVRO Toneel Publieksprijs, waarvoor meer dan 30.000 mensen hun stem uitbrachten, met stemformulieren in het theater en een online stemronde. Winnaars Peter Blok en Loes Lucca, acteurs van de productie DOEK!, krijgen van de AVRO zendtijd en € 25.000,-, voor een volgende productie.
De Arlecchino 2011, voor de meest indrukwekkende mannelijke bijdragende rol, ging naar een zichtbaar ontroerde Peter Bolhuis voor zijn rol in Augustus: Oklahoma van De Utrechtse Spelen. De Vlaamse actrice Lies Pauwels, die de Colombina, voor de meest indrukwekkende vrouwelijke bijdragende rol, in ontvangst nam voor haar rol in Freetown van Dood Paard kreeg de lachers op haar hand. 'Ik sta hier in een kleed van 295 euro', zei ze met een hulpeloze blik op haar iets te slobberige gewaad. 'Ik weet, het is er niet aan af te zien. Maar ik zeg het u tóch. Als we het geld dat iedereen vanavond voor zijn feestkleding heeft uitgegeven in één pot zouden doen, zou daarmee misschien een bescheiden theaterproductie zijn te financieren.' Maar dan was het uitbundige bal na afloop op het podium nogal saai geweest.
Het volledige juryrapport is te downloaden via www.galavanhetnederlandstheater.nl of www.vscd.nl.
Anita Twaalfhoven
Labels:
bezuinigingen,
kunstprijzen,
theater,
verslag
maandag 5 september 2011
Staat van het theater: Joop van den Ende roept kunstsector op tot actie
Het nieuwe theaterseizoen werd op donderdag 1 september traditiegetrouw geopend met de Staat van het Theater, de openingstoespraak van het Nederlands Theater Festival. Dit jaar was de eer aan Joop van den Ende, die met een positieve blik en enkele concrete ideeën naar de toekomst van de kunsten keek.
Het eerste woord van de avond was aan presentatrice Clairy Polak. Als juryvoorzitter van het festival selecteerde zij de beste voorstellingen van het afgelopen theaterseizoen. “We zijn gewogen en te links bevonden”, verwoordde ze de koers van het huidige kabinet. Door de regeringsmaatregelen wordt een avondje theater een luxeproduct en wordt kunst elitairder, stelde ze. Kunstenaars moeten kiezen op wie ze zich willen richten: een doelgroep of juist een breed publiek? Volgens Polak kunnen instellingen en kunstenaars juist nu gewaagde keuzes maken, omdat de sector niks meer te verliezen heeft. “Het mag wel wat minder veilig. We leven tenslotte in gevaarlijke tijden.”
Stoppen met klagen
Joop van den Ende begon zijn toespraak met een beschrijving van zijn liefde voor theater, die gegroeid was in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Hij noemde de cultuurbezuinigingen “heel erg”, maar erger vond hij het dedain waarmee de politiek over de kunsten spreekt. Als onafhankelijk producent heeft Van den Ende niets te maken met subsidies en de bezuinigingen daarop. Als ondernemer met eigen theaters in onder meer Duitsland, Groot-Brittannië, Spanje en Italië benadrukte hij echter dat het belangrijk is om goede contacten met de gesubsidieerde sector te onderhouden. In Nederland is er volgens Van den Ende te weinig eenheid binnen de kunstwereld. Als die er eenmaal is, valt er veel te winnen. “Laten we stoppen met klagen en een antwoord bedenken op wat er nu gebeurt.”
Onbenutte mogelijkheden
Volgens Van den Ende is de kwaliteit van de Nederlandse podiumkunsten, film en muziek van internationaal niveau, zijn de kunstopleidingen goed en trekken de podiumkunsten jaarlijks al meer publiek dan alle sporten bij elkaar. De houding van de cultuursector kon dan ook rekenen op de nodige kritiek: “We doen net of we zieke kinderen zijn, terwijl het beroep van kunstenaar een beroep van de toekomst is. We moeten het alleen anders inkleden. Wij kunnen een antwoord bieden aan mensen die totaal niet creatief zijn”. De mediamagnaat pleitte voor een betere kunstlobby in Den Haag, zeker nu er niemand namens de kunstensector betrokken is bij het opzetten van de Geefwet. Van den Ende vindt dat het de sector ontbreekt aan een gezaghebbende woordvoerder die namens de gehele sector spreekt. “Alle belangenorganisaties in de kunst moeten geld opzij zetten voor zo’n lobby, zodat we een volwaardige gesprekspartner worden.” Mecenassen als de VandenEnde Foundation worden in de toekomst belangrijker voor de inkomsten van culturele instellingen; zeker als de Geefwet er is. Ook is er volgens hem nog veel Europees geld beschikbaar voor de kunsten, dat we in Nederland laten liggen.
Aan het werk
Wat betreft programmering moeten er volgens Van den Ende scherpe keuzes gemaakt worden, waarbij het publiek verrast wil worden. Een afwisselend aanbod blijft ook belangrijk. “Onder het geweld van grote producties moeten er kleinere voorstellingen zijn, die niet voor een groot publiek gemaakt worden.” Van den Ende concludeerde zijn toespraak met een oproep aan theatermakers, directeuren en medewerkers van het ministerie om er het beste van te maken, ondanks de ellende. “Er is veel mogelijk; creativiteit zal altijd overwinnen. Aan het werk.”
Na afloop van zijn toespraak kreeg Joop van den Ende de VSCD Oeuvreprijs uitgereikt. Hij kreeg de prijs vanwege zijn grote en blijvende bijdrage aan de Nederlandse podiumkunsten. “Van den Ende heeft de musical als genre in Nederland geïntroduceerd, groot gemaakt en altijd met bijzondere kwaliteit op de planken gezet”, vermeldde het juryrapport.
Kim van der Meulen
Het eerste woord van de avond was aan presentatrice Clairy Polak. Als juryvoorzitter van het festival selecteerde zij de beste voorstellingen van het afgelopen theaterseizoen. “We zijn gewogen en te links bevonden”, verwoordde ze de koers van het huidige kabinet. Door de regeringsmaatregelen wordt een avondje theater een luxeproduct en wordt kunst elitairder, stelde ze. Kunstenaars moeten kiezen op wie ze zich willen richten: een doelgroep of juist een breed publiek? Volgens Polak kunnen instellingen en kunstenaars juist nu gewaagde keuzes maken, omdat de sector niks meer te verliezen heeft. “Het mag wel wat minder veilig. We leven tenslotte in gevaarlijke tijden.”
Stoppen met klagen
Joop van den Ende begon zijn toespraak met een beschrijving van zijn liefde voor theater, die gegroeid was in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Hij noemde de cultuurbezuinigingen “heel erg”, maar erger vond hij het dedain waarmee de politiek over de kunsten spreekt. Als onafhankelijk producent heeft Van den Ende niets te maken met subsidies en de bezuinigingen daarop. Als ondernemer met eigen theaters in onder meer Duitsland, Groot-Brittannië, Spanje en Italië benadrukte hij echter dat het belangrijk is om goede contacten met de gesubsidieerde sector te onderhouden. In Nederland is er volgens Van den Ende te weinig eenheid binnen de kunstwereld. Als die er eenmaal is, valt er veel te winnen. “Laten we stoppen met klagen en een antwoord bedenken op wat er nu gebeurt.”
Onbenutte mogelijkheden
Volgens Van den Ende is de kwaliteit van de Nederlandse podiumkunsten, film en muziek van internationaal niveau, zijn de kunstopleidingen goed en trekken de podiumkunsten jaarlijks al meer publiek dan alle sporten bij elkaar. De houding van de cultuursector kon dan ook rekenen op de nodige kritiek: “We doen net of we zieke kinderen zijn, terwijl het beroep van kunstenaar een beroep van de toekomst is. We moeten het alleen anders inkleden. Wij kunnen een antwoord bieden aan mensen die totaal niet creatief zijn”. De mediamagnaat pleitte voor een betere kunstlobby in Den Haag, zeker nu er niemand namens de kunstensector betrokken is bij het opzetten van de Geefwet. Van den Ende vindt dat het de sector ontbreekt aan een gezaghebbende woordvoerder die namens de gehele sector spreekt. “Alle belangenorganisaties in de kunst moeten geld opzij zetten voor zo’n lobby, zodat we een volwaardige gesprekspartner worden.” Mecenassen als de VandenEnde Foundation worden in de toekomst belangrijker voor de inkomsten van culturele instellingen; zeker als de Geefwet er is. Ook is er volgens hem nog veel Europees geld beschikbaar voor de kunsten, dat we in Nederland laten liggen.
Aan het werk
Wat betreft programmering moeten er volgens Van den Ende scherpe keuzes gemaakt worden, waarbij het publiek verrast wil worden. Een afwisselend aanbod blijft ook belangrijk. “Onder het geweld van grote producties moeten er kleinere voorstellingen zijn, die niet voor een groot publiek gemaakt worden.” Van den Ende concludeerde zijn toespraak met een oproep aan theatermakers, directeuren en medewerkers van het ministerie om er het beste van te maken, ondanks de ellende. “Er is veel mogelijk; creativiteit zal altijd overwinnen. Aan het werk.”
Na afloop van zijn toespraak kreeg Joop van den Ende de VSCD Oeuvreprijs uitgereikt. Hij kreeg de prijs vanwege zijn grote en blijvende bijdrage aan de Nederlandse podiumkunsten. “Van den Ende heeft de musical als genre in Nederland geïntroduceerd, groot gemaakt en altijd met bijzondere kwaliteit op de planken gezet”, vermeldde het juryrapport.
Kim van der Meulen
Labels:
bezuinigingen,
cultuurbeleid,
draagvlak,
kunstbeleid,
lezing,
podiumkunsten,
programmering,
publiek,
theater,
verslag
maandag 29 augustus 2011
Paradisodebat – Stad versus staat: tegenhangen of meebuigen?
Vorig jaar werd tijdens het Paradisodebat, traditiegetrouw de afsluiting van de Uitmarkt, geconcludeerd dat de bezuinigingen van 20% op het totale cultuurbudget de gehele sector zouden ontwrichten. Een jaar, vele Kamerdiscussies en demonstraties en een Btw-verhoging van zes naar negentien procent op de podiumkunsten later, zijn de bezuinigingen onvermijdelijk. Onder het thema Stad versus staat: tegenhangen of meebuigen? werd gisteren in een drukbezocht Paradiso besproken wat de keuzes van het Rijk betekenen voor stad en provincie. Berekeningen van Bureau Berenschot en Atlas voor Gemeenten lieten verontrustende toekomstscenario’s zien voor zowel de maatschappij als de economie, die van toepassing zijn wanneer steden het rijksbeleid volgen in de grootscheepse bezuinigingen. Onder leiding van Ruben Maes werd vervolgens gediscussieerd over stedelijk cultuurbeleid en welke keuzes gemaakt moeten worden. Deelnemers aan het debat waren cultuurwethouders Mary-Ann Schreurs (Eindhoven), Michiel van Wessem (Arnhem) en Antoinette Laan (Rotterdam), Frits Lintmeijer (Utrecht), Marijke van Hees (Enschede) en Ton Schroor (Groningen). Overige deelnemers aan het debat waren enkele leden van de Tweede Kamer: cultuurwoordvoerders Jetta Klijnsma (PvdA), Bart de Liefde (VVD), Boris van der Ham (D66), Liesbeth van Tongeren (GL) en Jasper van Dijk (SP). Grote afwezige was de PVV. Het debat liet vooral zien dat de kaasschaafmethode niet werkt en dat lokale beleidsvoerders scherpe keuzes moeten maken. Er werd, wellicht tevergeefs, gepleit voor het terugdraaien van de Btw-verhoging. Onbegrip voor de snelheid waarmee de bezuinigingsplannen zijn doorgevoerd en het gebrek aan een duidelijke visie van staatssecretaris Zijlstra werden regelmatig aangehaald met begrijpelijke, maar weinig nieuwe argumenten.
Utrecht maakt scherpe keuzes
Ad ’s-Gravesande, voorzitter Kunsten ’92, opende de middag door het belang van kunst en cultuur voor steden te onderstrepen. Hij pleitte voor een gemeentelijk beleid waarbij gekozen wordt voor slimme bezuinigingen, met behoud van diversiteit en kwaliteit in het cultureel aanbod. Naast het terugdraaien van de Btw-verhoging wenste hij van de Tweede Kamer een goede regeling rond de Geefwet en de juiste omstandigheden voor zelfstandig ondernemers. Ook de burgemeester van Utrecht, Aleid Wolfsen, schetste het stedelijk belang van kunst en cultuur. Een gezond cultureel klimaat maakt een stad aantrekkelijk, leefbaar, stimuleert de huizenmarkt, genereert werkgelegenheid en levert geld op. De stad Utrecht is tegen de rijksbezuinigingen en is van plan jaarlijks twee miljoen extra te investeren in kunst en cultuur om de culturele infrastructuur op peil te houden en te versterken. Bij subsidiëring maakt de stad keuzes op basis van vernieuwing en de verbinding tussen cultuur en onderwijs, wijken en het bedrijfsleven.
Te weinig tijd voor alternatieven
De cijfers van Bureau Berenschot vormden de meest concrete informatie van de bijeenkomst. Bastiaan Vinkenburg liet zien hoe de inkomsten en uitgaven van de cultuursector eruitzagen bij de start van de cultuurnotaperiode in 2009 en hoe ze eruit zullen zien in 2013. Het onderzoek liet zien dat subsidies van gemeenten, provincies en het Rijk samen 64% van de inkomsten vormden in 2009. De overige 36% werden binnengehaald met eigen inkomsten: van entreekaartjes tot zaalverhuur, horeca en lesgelden voor workshops. Voor 2013 wordt verwacht dat deze eigen inkomsten mogelijk stijgen naar 41%, door een toename van bijdragen uit private fondsen. Beperkt weliswaar, omdat deze voortdurend onder druk staan van beleggingsresultaten. In sponsoring zit volgens Bureau Berenschot weinig beweging en het mecenaat heeft nog jaren nodig om zich te ontwikkelen. Een weinig rooskleurig toekomstperspectief, aangezien nu al afnemende entreekosten en een beperkt cultureel aanbod zichtbaar zijn. Bovendien zullen de lasten van de cultuursector blijven toenemen. Als zowel Rijk als gemeenten en provincies 25% bezuinigen op kunst en cultuur, zijn de inkomsten voor de culturele sector in 2013 maximaal 1 miljard euro lager dan in 2009. Alle cijfers van Bureau Berenschot zijn hier te bekijken.
Gerard Marlet liet namens Atlas voor Gemeenten zien wat de maatschappelijke en economische schade van de cultuurbezuinigingen zijn. Een onderzoek dat naar eigen zeggen beter vooraf door het Rijk uitgevoerd had kunnen worden. Aan de hand van vijf maatschappelijke waarden, variërend van sociale waarden (leefbaarheid, werkgelegenheid, gezondheid) tot economische waarden (toerisme, export van cultuur) liet Marlet zien welke bijdrage kunst en cultuur leveren aan de welvaart van een stad. Hoewel steden de maatschappelijke schade kunnen tegengaan door extra sponsoring, efficiëntieverhoging en inkomstenoptimalisatie, kunnen culturele instellingen deze opties onmogelijk binnen twee jaar doorvoeren. Conclusie: het welvaartsverlies blijft hoger dan de overheidsfinancieringen. Het gevolg van te snelle en te drastische bezuinigingen. Het onderzoek is binnenkort terug te vinden op www.atlasvoorgemeenten.nl.
Herhaling van zetten
In het debat tussen de cultuurwethouders en -woordvoerders, dat uitstekend werd geleid door Ruben Maes, was te merken dat veel steden het voorbeeld van Utrecht volgen door scherpe keuzes te maken in plaats van te schaven en door niet evenredig aan het Rijk te bezuinigen. De cultuurwethouders lieten weten de bezuinigingen niet te kunnen compenseren en samen met de sector en fondsen keuzes te maken en naar alternatieven te zoeken. Frits Lintmeijer (Utrecht) pleitte voor innovatie van de sector en daarmee op voortschrijdend inzicht van de staatssecretaris – ook al mochten brieven van de G8 naar Den Haag niet baten. Hoewel bij de cultuurwethouders de wens leeft niet afhankelijk te willen zijn van rijkssubsidie en zij niet willen meebuigen, noemden ze nog weinig concrete criteria om de noodzakelijke keuzes binnen hun eigen stad te maken. Het gebrek aan visie van Zijlstra en de snelheid waarmee de maatregelen worden doorgevoerd, werd regelmatig aangehaald. Jasper van Dijk (SP) noemde de Btw-verhoging een ordinaire belastingverhoging en volgens Jetta Klijnsma (PvdA), zelf oud-staatssecretaris, kan Zijlstra nog op zijn besluit terugkomen. Ton Schroor (Groningen) gaf aan dat de dialoog tussen lokale bestuurders en Den Haag ontbreekt en ook Michiel van Wessem (Arnhem) wil een dringend beroep op de staatssecretaris doen om opnieuw in gesprek te gaan over het maatschappelijk en economisch belang van kunst en cultuur. Het leidde tot een discussie die al regelmatig gevoerd is in de Tweede Kamer. Bart de Liefde (VVD) benadrukte dat zijn partij hart voor cultuur heeft en de snelle bezuinigingen doorvoert vanuit het geloof in een herstructurering van de sector. De doemscenario’s die eerder geschetst zijn, noemde hij weinig overtuigend. Boris van der Ham (D66) liet weten dat de PVV, grote afwezige bij het debat, besprekingen over het terugdraaien van de Btw-verhoging in de Tweede Kamer regelmatig tegenhoudt. Het beeld dat het kabinet bewust afrekent met kunst en cultuur, blijft daarmee overeind – en de oplossing nog ver weg.
Kim van der Meulen
Utrecht maakt scherpe keuzes
Ad ’s-Gravesande, voorzitter Kunsten ’92, opende de middag door het belang van kunst en cultuur voor steden te onderstrepen. Hij pleitte voor een gemeentelijk beleid waarbij gekozen wordt voor slimme bezuinigingen, met behoud van diversiteit en kwaliteit in het cultureel aanbod. Naast het terugdraaien van de Btw-verhoging wenste hij van de Tweede Kamer een goede regeling rond de Geefwet en de juiste omstandigheden voor zelfstandig ondernemers. Ook de burgemeester van Utrecht, Aleid Wolfsen, schetste het stedelijk belang van kunst en cultuur. Een gezond cultureel klimaat maakt een stad aantrekkelijk, leefbaar, stimuleert de huizenmarkt, genereert werkgelegenheid en levert geld op. De stad Utrecht is tegen de rijksbezuinigingen en is van plan jaarlijks twee miljoen extra te investeren in kunst en cultuur om de culturele infrastructuur op peil te houden en te versterken. Bij subsidiëring maakt de stad keuzes op basis van vernieuwing en de verbinding tussen cultuur en onderwijs, wijken en het bedrijfsleven.
Te weinig tijd voor alternatieven
De cijfers van Bureau Berenschot vormden de meest concrete informatie van de bijeenkomst. Bastiaan Vinkenburg liet zien hoe de inkomsten en uitgaven van de cultuursector eruitzagen bij de start van de cultuurnotaperiode in 2009 en hoe ze eruit zullen zien in 2013. Het onderzoek liet zien dat subsidies van gemeenten, provincies en het Rijk samen 64% van de inkomsten vormden in 2009. De overige 36% werden binnengehaald met eigen inkomsten: van entreekaartjes tot zaalverhuur, horeca en lesgelden voor workshops. Voor 2013 wordt verwacht dat deze eigen inkomsten mogelijk stijgen naar 41%, door een toename van bijdragen uit private fondsen. Beperkt weliswaar, omdat deze voortdurend onder druk staan van beleggingsresultaten. In sponsoring zit volgens Bureau Berenschot weinig beweging en het mecenaat heeft nog jaren nodig om zich te ontwikkelen. Een weinig rooskleurig toekomstperspectief, aangezien nu al afnemende entreekosten en een beperkt cultureel aanbod zichtbaar zijn. Bovendien zullen de lasten van de cultuursector blijven toenemen. Als zowel Rijk als gemeenten en provincies 25% bezuinigen op kunst en cultuur, zijn de inkomsten voor de culturele sector in 2013 maximaal 1 miljard euro lager dan in 2009. Alle cijfers van Bureau Berenschot zijn hier te bekijken.
Gerard Marlet liet namens Atlas voor Gemeenten zien wat de maatschappelijke en economische schade van de cultuurbezuinigingen zijn. Een onderzoek dat naar eigen zeggen beter vooraf door het Rijk uitgevoerd had kunnen worden. Aan de hand van vijf maatschappelijke waarden, variërend van sociale waarden (leefbaarheid, werkgelegenheid, gezondheid) tot economische waarden (toerisme, export van cultuur) liet Marlet zien welke bijdrage kunst en cultuur leveren aan de welvaart van een stad. Hoewel steden de maatschappelijke schade kunnen tegengaan door extra sponsoring, efficiëntieverhoging en inkomstenoptimalisatie, kunnen culturele instellingen deze opties onmogelijk binnen twee jaar doorvoeren. Conclusie: het welvaartsverlies blijft hoger dan de overheidsfinancieringen. Het gevolg van te snelle en te drastische bezuinigingen. Het onderzoek is binnenkort terug te vinden op www.atlasvoorgemeenten.nl.
Herhaling van zetten
In het debat tussen de cultuurwethouders en -woordvoerders, dat uitstekend werd geleid door Ruben Maes, was te merken dat veel steden het voorbeeld van Utrecht volgen door scherpe keuzes te maken in plaats van te schaven en door niet evenredig aan het Rijk te bezuinigen. De cultuurwethouders lieten weten de bezuinigingen niet te kunnen compenseren en samen met de sector en fondsen keuzes te maken en naar alternatieven te zoeken. Frits Lintmeijer (Utrecht) pleitte voor innovatie van de sector en daarmee op voortschrijdend inzicht van de staatssecretaris – ook al mochten brieven van de G8 naar Den Haag niet baten. Hoewel bij de cultuurwethouders de wens leeft niet afhankelijk te willen zijn van rijkssubsidie en zij niet willen meebuigen, noemden ze nog weinig concrete criteria om de noodzakelijke keuzes binnen hun eigen stad te maken. Het gebrek aan visie van Zijlstra en de snelheid waarmee de maatregelen worden doorgevoerd, werd regelmatig aangehaald. Jasper van Dijk (SP) noemde de Btw-verhoging een ordinaire belastingverhoging en volgens Jetta Klijnsma (PvdA), zelf oud-staatssecretaris, kan Zijlstra nog op zijn besluit terugkomen. Ton Schroor (Groningen) gaf aan dat de dialoog tussen lokale bestuurders en Den Haag ontbreekt en ook Michiel van Wessem (Arnhem) wil een dringend beroep op de staatssecretaris doen om opnieuw in gesprek te gaan over het maatschappelijk en economisch belang van kunst en cultuur. Het leidde tot een discussie die al regelmatig gevoerd is in de Tweede Kamer. Bart de Liefde (VVD) benadrukte dat zijn partij hart voor cultuur heeft en de snelle bezuinigingen doorvoert vanuit het geloof in een herstructurering van de sector. De doemscenario’s die eerder geschetst zijn, noemde hij weinig overtuigend. Boris van der Ham (D66) liet weten dat de PVV, grote afwezige bij het debat, besprekingen over het terugdraaien van de Btw-verhoging in de Tweede Kamer regelmatig tegenhoudt. Het beeld dat het kabinet bewust afrekent met kunst en cultuur, blijft daarmee overeind – en de oplossing nog ver weg.
Kim van der Meulen
Labels:
bezuinigingen,
btw,
debat,
economie,
gemeentes,
kunstbeleid,
subsidies,
verslag
vrijdag 1 juli 2011
United Art Forces

In het verlengde van het congres Cultuur rekent op draagvlak en het zomernummer van Boekman over verbreding van het draagvlak voor kunst, organiseerde Boekmanstichting op 30 juni in de Singelkerk in Amsterdam United Art Forces, een debat over de vraag hoe cultuurliefhebbers de krachten effectief kunnen bundelen.
In zijn inleiding introduceerde Cas Smithuijsen, directeur van de Boekmanstichting, het zogenaamde Carrouselmodel. Hij onderscheidde hierin zes maatschappelijke sectoren die als de zijden van een carrousel het dak van kunst en cultuur dragen. In het ideale model zijn de zes zijden even hoog, waardoor het dak er stevig op rust. De zes sectoren die het draagvlak voor kunst en cultuur vormen zijn het politieke bestuur, de coalitiepartijen, de culturele instellingen (producenten van kunst), steunkringen zoals vriendenverenigingen, politieke verenigingen/het electoraat, en het algemene publiek. Idealiter zijn de vlakken door een draaibeweging met elkaar in verbinding.
Na deze theoretische onderbouwing van het draagvlak voor kunst en cultuur was het woord aan Jan Jaap de Graeff, directeur van de vereniging Natuurmonumenten. Hoe pakt deze brancheorganisatie het aan om een zo breed mogelijk draagvlak voor natuur te mobiliseren? Om de overeenkomsten tussen de natuur- en de cultuursector te bevestigen verving De Graeff het woord cultuur in de uitnodiging voor het debat door natuur. Ook zijn sector ligt onder vuur en wordt bedreigd met verregaande bezuinigingen en wordt weggezet als iets elitairs. Hoe nu verder? Hij gaf vier adviezen. Allereerst moet de sector niet onderschatten wat er aan de hand is. Daarnaast hoeft ze niet meer te rekenen op het poldermodel. Het klimaat is verschoven: de overheid is minder aanspreekbaar en voelt zich niet gebonden door eerder gemaakte afspraken. Het is dan ook van belang elkaars hand vast te houden en elkaar niet af te vallen. Tot slot moet de sector het niet opgeven. Het is juist nu van belang om je te manifesteren naar een groot publiek. Je moet mensen raken waar hun belevingswereld ligt. Ook Natuurmonumenten merkt dat het draagvlak voor haar werkterrein slinkt: tegenover een jarenlange stijging van het aantal leden, heeft de vereniging de afgelopen twee jaar met een daling te maken.
Na deze twee inleidingen riep gespreksleider Martijn Sanders, onder meer voorzitter van de Vereniging Rembrandt en het Holland Festival, de panelleden aan tafel. Naast Jan Jaap de Graeff waren dat Margot Gerené (directeur Nederlands UITBURO), Simone van den Ende (hoofd kunst en cultuur AVRO), Josine Meurs (directeur Publiek), Hans Onno van den Berg (voorzitter Federatie Cultuur) en Roel van de Weijer (Cinecrowd). Sanders vroeg de panelleden om hun reactie op de lezing van De Graeff. Margot Gerené erkende dat het voor de kunstensector onmogelijk is om met één stem te spreken. Je kunt echter wel voor de gehele sector meer draagvlak verwerven door je op de bezoekers te richten en die duidelijk te maken wat de schade zal zijn die het huidige beleid aanricht. Maar doe dat dan niet direct tijdens of na de voorstelling. Laat mensen eerst nog even nagenieten om ze hier een of twee dagen later op te wijzen. Simone van den Ende gaf aan dat de AVRO het segment kunst en cultuur binnen haar programma’s verder uit wil breiden. Vervolgens werden de aanwezigen op een kort filmisch overzicht van het huidige aanbod getrakteerd. Op een vraag uit de zaal waarom het allemaal leuk en grappig moet zijn, reageerde Van den Ende, dat dit slechts bij een klein deel van de programma’s is, de meeste zijn vooral informatief en laagdrempelig. De bezuinigingen bij de omroep zullen vooral die programma’s treffen die niet tot de speerpunten van de taken van de publieke omroep behoren, zoals human interest programma’s en quizzen. Hans Onno van den Berg benadrukte dat het vooral een kwestie van taal is. Het draagvlak voor kunst en cultuur is in principe enorm. ‘Iedereen luistert de godganse dag naar muziek. Kunst en cultuur zijn identiteitsbepalend voor de dagelijkse omgang tussen mensen’. De kunstensector heeft de rekening gepresenteerd gekregen voor haar hoogmoed. Het gaat zijns inziens tegenwoordig niet meer over genieten, maar over begrijpen. Als je het dan niet begrijpt, haak je af. De kunsten moeten op zoek naar een nieuwe taal om met het publiek te communiceren. Josine Meurs sloot zich hierbij aan. Ze sloot zich ook aan bij De Graeff door te onderkennen dat de sector te maken heeft met een ernstig probleem. Het is meer dan een taalprobleem. De dialoog was beperkt tussen overheid en kunst en kunst is daardoor met de rug naar het publiek gaan staan. Roel van de Weijer introduceerde Cinecrowd, een initiatief van crowdfunding voor film. Op de website wordt een aantal projecten geïntroduceerd waar mensen in kunnen investeren. Als het project doorgaat kunnen die investeerders bijvoorbeeld op de set aanwezig zijn, een bijrolletje krijgen of bij de première aanwezig zijn. Het doel van Cinecrowd is om een van de bouwstenen van de totale financiering te vormen. Hun financiering maakt de aftrap van een project mogelijk.
Na deze reacties van de paneltafel betrok Sanders het publiek bij de discussie. Een van de meest aansprekende voorbeelden om het publiek bij evenementen te betrekken is het initiatief van Lowlands om haar internetcommunity te betrekken bij de programmering van een deel van het festival. Communityleden kunnen bandjes en artiesten voordragen voor het festival, waarvan de organisatie er een aantal programmeert.
Jan Jaap de Graeff reageerde op de opmerking dat de sector een andere taal moet gaan spreken. Hij legde uit dat je je als sector niet te veel moet inperken en haalde zijn eerder genoemde voorbeeld van elitenatuur aan. Hij constateerde dat de kunstensector bijvoorbeeld nogal smalend doet over het levenslied. Je doet er als sector echter beter aan dit ook tot je domein te rekenen. Hiermee sloot hij zich aan bij de opmerking van hoogmoed van Hans Onno van den Berg. De zaal kon het echter niet eens worden over hoe dit dan in de praktijk vorm moet krijgen. Waar Hans Onno van den Berg pleitte voor minder nadruk op vernieuwing en doe gewoon het oude nog een jaar als het succesvol is, vond een aantal aanwezigen dat het juist de taak van de kunst is om zich te vernieuwen en voor de maatschappij uit te lopen. Die volgt vanzelf. Het lijkt in de huidige constellatie echter raadzaam met enige regelmaat achterom te kijken of de maatschappij nog wel volgt of dat de afstand wellicht te groot wordt.
Tot slot vroeg Sanders alle panelleden om een aanbeveling hoe de huidige impasse te doorbreken. Simone van den Ende stelde intensievere samenwerking met anderen voor. ‘Zet de poorten voor iedereen open’. Josine Meurs opperde dat alle culturele instellingen de helft van hun marketingbudget in een grote pot stoppen. Een deel hiervan kan dan gebruikt worden voor gezamenlijke marketing van de gehele sector en een ander deel om in educatie te steken. Margot Gerené zocht het in het verlengde van Boekman 87 in het aangaan van verbanden met andere sectoren zoals bijvoorbeeld het toerisme. Van belang is daarnaast een gezamenlijke visie. ‘En leg de afzonderlijke agenda’s open op tafel’.
In een kort slotwoord drukte Cas Smithuijsen de aanwezigen op het hart dat de huidige omslag slechts een indicator is van een grotere omslag. Het is zaak dat de sector op allerlei manieren publiek mobiliseert voor kunst.
Lees ook het verslag van het debat in het online tijdschrift van het Centrum Beeldende Kunst Utrecht, Lucy.
André Nuchelmans
Labels:
bezuinigingen,
kunst,
kunstbeleid,
maatschappelijk draagvlak,
publiek,
verslag
vrijdag 11 maart 2011
Kom je ook? Money, Money, Money
Voor de achtste keer alweer organiseerden Mediamatic en Stichting Doen de bijeenkomst Kom je ook? De bijeenkomst op 10 maart in de Zuiderkerk stond in het teken van Geld, geld, geld. Een actueel thema in de kunstensector, gezien de aangekondigde bezuinigingen. Dat de sector geïnteresseerd was in het thema bleek uit het feit dat ook deze bijeenkomst was uitverkocht. Meer dan 300 mensen meldden zich bij de Zuiderkerk.
Dagvoorzitter Riemer Knoop leidde het thema kort in. Hij gaf aan dat je op drie verschillende manieren op de bezuinigingen kunt reageren: ontkennend, boos en slim. De laatste reactie leek hem de meest zinnige en daar zou de dag ook over gaan. Hoe vind je jezelf opnieuw uit en vind je nieuwe geldschieters?
Lara Schwarz, directeur van het Geldmuseum, gaf vervolgens een korte introductie op het fenomeen geld. Wat doet geld met mensen en wat doen mensen met geld?
Vervolgens was het woord aan econoom Pim van Klink, die zijn zegje over de stralende toekomst die de sector te wachten staat als gevolg van de bezuinigingen al eerder in diverse media naar voren bracht. Van Klink is van mening dat de sector te afhankelijk is van overheidssubsidies. Het huidige systeem is daar verantwoordelijk voor. Kunstinstellingen menen recht te hebben op subsidies en het systeem van open inschrijving voor subsidie heeft een aanzuigende werking gehad. Een en ander heeft er toe geleid dat de kunstinstellingen subsidie steeds meer zijn gaan zien als een verworven recht, een vanzelfsprekendheid. Na een vooruitblik op de financiële situatie van de diverse geldschieters voor de kunstensector concludeerde Van Klink dat het met name bij de overheid en de private fondsen het de komende jaren niet beter zal worden. Het bedrijfsleven krabbelt daarentegen al weer aardig op, maar zal sponsoring vooralsnog vooral als een frivoliteit zien. Dat heeft dus geen prioriteit. De beste mogelijkheden liggen bij particulieren die zijns inziens nauwelijks last hebben gehad van de economische crisis. ‘We zijn nog nooit zo rijk geweest’. Na een kort intermezzo over de problemen om economische theorieën en methoden toe te passen op de kunstsector, besloot Van Klink zijn lezing met een aantal handreikingen. Van belang is vooral dat particulieren om een geheel andere benadering vragen dan de kunstinstellingen gewend zijn. Daarnaast moeten de instellingen meer consumentgericht gaan denken (wat vaker gezegd zou worden in de loop van de dag) en strategische scenario’s en verdienmodellen gaan ontwikkelen. Zoals al opgemerkt ligt volgens Van Klink een stralende toekomst in het verschiet, voor een uitgedunde sector. De selectie zal plaatsvinden op basis van aanpassend vermogen volgens Darwiniaanse processen: survival of the fittest. Dat dit niet altijd de meest kunstzinnige, mooiste of meest uitdagende kunst zal zijn, daar ging hij niet op in.
De volgende spreker, Tijs Rotmans van The Pricing Company, maakte direct duidelijk dat, in tegenstelling tot wat Van Klink eerder beweerde, economische theorieën en methoden wel degelijk te gebruiken zijn in de kunstensector. In een boeiend en goed te volgen verhaal legde hij uit dat vooral in prijsdifferentiatie mogelijkheden voor de kunstsector zitten om de inkomsten te verhogen. In de culturele sector wordt bijna altijd één tarief gehanteerd, waarom? Wat dat betreft kan de sector nog wel wat van het bedrijfsleven leren. Als voorbeeld noemde hij de bazar in Istanbul. De verkopers vragen daar niet iedereen niet dezelfde prijs, maar schatten in wat de koper er voor over heeft, pas dan doen noemen ze hun prijs.
Van belang bij prijsdifferentiatie is het referentiekader. Door een artikel of dienst voor meerdere prijzen aan te bieden, moeten mensen een keuze maken. Dit gebeurt vaak niet op rationele, maar emotionele gronden. De meeste klanten zullen niet voor het goedkoopste tarief kiezen en niet voor het duurste, maar er tussen in. Ze gaan er vanuit dat de prijs-kwaliteitverhouding daar het best is. Soms is het zelfs handig om iets aan te bieden dat je helemaal niet wilt verkopen. Door bijvoorbeeld een duurdere wijn op de menukaart te zetten, zul je van de wijn die daar in prijsklasse net onder valt, meer verkopen. Een voorbeeld dat volstrekt onlogisch is in de ogen van Rotmans is het toevoegen van gratis artikelen aan iets dat al een vaste prijs heeft. Hij noemde de museumjaarkaart: neem je die dan krijg je het magazine er gratis bij. In zijn optiek is het veel logischer om voor het magazine afzonderlijk een prijs te vragen en vervolgens een fractie van die prijs aan de museumjaarkaart toe te voegen als je het magazine er bij wilt. Het is in dit geval helemaal niet de bedoeling om het magazine los te verkopen, maar door een afzonderlijke prijs voor het magazine als referentiepunt te creëren en de combinatie tegen een zogenaamd gereduceerd tarief aan te bieden, maak je het een koopje. Dat zijn verhaal voor velen een eye-opener was, bleek uit het gezelschap dat hem in de aansluitende lunchpauze om advies vroeg.
Na de lunch was het woord aan Erik Holterhues van de Triodosbank. Hij ging in op de rol die banken kunnen spelen bij de financiering van kunstinstellingen en –projecten. Na de constatering dat het kunstenveld veelal financieel afhankelijk is van één bron: de overheid, ging hij in op de financiële huishouding. Hij onderscheidde drie soorten financiering: exploitatie (korte termijn), investeringen (middellange termijn) en buffervermogen (lange termijn). Investeringen gebruik je om je exploitatie structureel te verbeteren, bijvoorbeeld de aanschaf van een nieuwe, zuinigere cv-ketel. Een buffervermogen is om tegenvallers op te vangen. Deze soorten financiering kunnen op verschillende manieren gefinancierd worden. Allereerst is er geefgeld (subsidie, sponsoring, particulieren). Dit kun je gebruiken voor je exploitatie en voor investeringen. Het geld van sponsoring en particulieren kun je ook voor buffervermogen gebruiken. Daarnaast is er leengeld (banken, investeringsfondsen) dat je vooral aan kunt wenden voor investeringen. Deze laatste bron is in de kunstensector nauwelijks bekend. Niet alleen wordt je financiële basis steviger als je meer bronnen hebt, de bronnen versterken elkaar onderling (ze trekken elkaar zogezegd over de streep). Een onduidelijkheid in zijn verhaal was voor mij het buffervermogen. Uit de praktijk van poppodia is mij bekend dat je zolang je gesubsidieerd wordt, geen buffervermogen op mag bouwen. Niet alleen niet van je subsidie maar ook op geen enkele andere manier. Zolang dus, al is het maar voor een deel, afhankelijk bent van overheidssubsidie, is dat dus niet mogelijk. Holterhues zei dat je daar de subsidie niet voor mag gebruiken, maar wel andere bronnen. Het uitzoeken waard, lijkt me. Als de poppraktijk waar is, zit de overheid dus indirect de mogelijkheid om een buffer op te bouwen in de weg.
Niels Aalberts, manager van Kyteman’s Hiphop Orkest en de man achter het blog Eerste Hulp Bij Plaatopnamen (www.ehpo.net) belichtte hierna wat van belang is om iets tot een succes te maken in de tijd van internet. Door van sociale media gebruik te maken kun je met weinig geld heel ver komen, was zijn boodschap. Het marketingbudget voor Kyteman bedroeg in totaal € 53,10. Kyteman stond met zijn 24- to 36-koppig orkest alleen maar voor uitverkochte zalen, met als afsluiter de Heineken Music Hall. Daarnaast zijn er ongeveer 60.000 cd’s verkocht. Hoe het zover is kunnen komen is allereerst doordat Kyteman heel erg goed is, dat was de allergrootste kracht. Maar daarnaast spelen in de tijd van internet nog een aantal dingen mee. Zo moet er een verhaal aan zitten, dat mensen rond gaan vertellen. Niet een gewoon verhaal maar een uitgesproken verhaal. Dat doet via sociale media als twitter razendsnel de ronde. Zorg ervoor dat er kippenvelmomenten zijn! En wat ook belangrijk is: geloofwaardigheid. Aalberts stond daarnaast de meeste optredens tussen het publiek om te voelen hoe het was en zo beter op de hoogte te zijn van dat publiek en wat het voelde. Niet om je vervolgens artistiek aan te passen aan je publiek, maar om er op andere manieren op in te kunnen spelen. Zo verwerf je je als artiest een gunfactor. Het publiek gunt je je succes omdat je jezelf blijft. Hij onderstreepte in zijn lezing het belang van sociale media als twitter, youtube, blogs bij het totstandkomen van een succesverhaal als dat van Kyteman. Iets waar de culturele sector zeker vruchten van kan plukken tegen minieme financiële investeringen.
Op programma stonden vervolgens een aantal zogenaamde Doen pitches, waar de aanwezigen op konden stemmen. Hierna vervolgde Frans van Avert van de Hermitage het themaprogramma. Hij legde uit hoe de Hermitage Amsterdam zichzelf op de kaart gezet heeft. Het museum heeft eenmalig aanspraak op overheidsgelden gedaan voor de verbouwing en is vervolgens voor de exploitatie aangewezen op andere bronnen, zoals sponsoring, partnerships, recettes et cetera. Om voort te kunnen bestaan moeten er dus elk jaar voldoende bezoekers komen om 50% van de exploitatiekosten binnen te brengen. Van Avert constateerde dat musea over het algemeen ontzettend onaardig en onprofessioneel zijn tegenover geldschieters. Je moet ze in de watten leggen en iets speciaals geven of anders in ieder geval het idee dat je ze iets speciaals geeft. Het zijn vaak kleine dingen, maar daarmee bind je ze wel aan je. Uit zijn verhaal kwam naar voren dat het van belang is om genoeg geld te reserveren voor een goede marketingcampagne. Heb je wel een goed plan maar niet genoeg geld, dan kun je het beter niet doen.
Mascha Buiting van Trendseminars deed hierna de algemene trends, de consumententrends en de trends in de geefmarkt uit de doeken. Een trendy verhaal, maar gezien de huidige politieke constellatie en het beleid dat het kabinet voorstaat, niet erg geloofwaardig. Uit haar verhaal sprak meer een hoop op een bepaalde toekomst dan een gegronde visie. Edwin van Balken van het DeLaMar Theater mocht de dag besluiten en dat deed hij door er nog maar eens op te wijzen dat je je vooral in je publiek moet verdiepen. Uitgangspunt van het nieuwe theater aan de Marnixstraat is dan ook om de bezoeker een onvergetelijk avondje uit te bezorgen. Jammer dat dat publiek in het geheel afwezig is op de prachtige beelden van het theater die tijdens zijn presentatie op de achtergrond langs kwamen.
Het waren toch vooral de verhalen van relatieve buitenstaanders als Tijs Rotmans, Eric Holterhues en Niels Aalberts die de sector van de nodige input voorzagen om met een frisse blik aan de slag te gaan en niet in boosheid of ontkenning te blijven hangen.
André Nuchelmans
Dagvoorzitter Riemer Knoop leidde het thema kort in. Hij gaf aan dat je op drie verschillende manieren op de bezuinigingen kunt reageren: ontkennend, boos en slim. De laatste reactie leek hem de meest zinnige en daar zou de dag ook over gaan. Hoe vind je jezelf opnieuw uit en vind je nieuwe geldschieters?
Lara Schwarz, directeur van het Geldmuseum, gaf vervolgens een korte introductie op het fenomeen geld. Wat doet geld met mensen en wat doen mensen met geld?
Vervolgens was het woord aan econoom Pim van Klink, die zijn zegje over de stralende toekomst die de sector te wachten staat als gevolg van de bezuinigingen al eerder in diverse media naar voren bracht. Van Klink is van mening dat de sector te afhankelijk is van overheidssubsidies. Het huidige systeem is daar verantwoordelijk voor. Kunstinstellingen menen recht te hebben op subsidies en het systeem van open inschrijving voor subsidie heeft een aanzuigende werking gehad. Een en ander heeft er toe geleid dat de kunstinstellingen subsidie steeds meer zijn gaan zien als een verworven recht, een vanzelfsprekendheid. Na een vooruitblik op de financiële situatie van de diverse geldschieters voor de kunstensector concludeerde Van Klink dat het met name bij de overheid en de private fondsen het de komende jaren niet beter zal worden. Het bedrijfsleven krabbelt daarentegen al weer aardig op, maar zal sponsoring vooralsnog vooral als een frivoliteit zien. Dat heeft dus geen prioriteit. De beste mogelijkheden liggen bij particulieren die zijns inziens nauwelijks last hebben gehad van de economische crisis. ‘We zijn nog nooit zo rijk geweest’. Na een kort intermezzo over de problemen om economische theorieën en methoden toe te passen op de kunstsector, besloot Van Klink zijn lezing met een aantal handreikingen. Van belang is vooral dat particulieren om een geheel andere benadering vragen dan de kunstinstellingen gewend zijn. Daarnaast moeten de instellingen meer consumentgericht gaan denken (wat vaker gezegd zou worden in de loop van de dag) en strategische scenario’s en verdienmodellen gaan ontwikkelen. Zoals al opgemerkt ligt volgens Van Klink een stralende toekomst in het verschiet, voor een uitgedunde sector. De selectie zal plaatsvinden op basis van aanpassend vermogen volgens Darwiniaanse processen: survival of the fittest. Dat dit niet altijd de meest kunstzinnige, mooiste of meest uitdagende kunst zal zijn, daar ging hij niet op in.
De volgende spreker, Tijs Rotmans van The Pricing Company, maakte direct duidelijk dat, in tegenstelling tot wat Van Klink eerder beweerde, economische theorieën en methoden wel degelijk te gebruiken zijn in de kunstensector. In een boeiend en goed te volgen verhaal legde hij uit dat vooral in prijsdifferentiatie mogelijkheden voor de kunstsector zitten om de inkomsten te verhogen. In de culturele sector wordt bijna altijd één tarief gehanteerd, waarom? Wat dat betreft kan de sector nog wel wat van het bedrijfsleven leren. Als voorbeeld noemde hij de bazar in Istanbul. De verkopers vragen daar niet iedereen niet dezelfde prijs, maar schatten in wat de koper er voor over heeft, pas dan doen noemen ze hun prijs.
Van belang bij prijsdifferentiatie is het referentiekader. Door een artikel of dienst voor meerdere prijzen aan te bieden, moeten mensen een keuze maken. Dit gebeurt vaak niet op rationele, maar emotionele gronden. De meeste klanten zullen niet voor het goedkoopste tarief kiezen en niet voor het duurste, maar er tussen in. Ze gaan er vanuit dat de prijs-kwaliteitverhouding daar het best is. Soms is het zelfs handig om iets aan te bieden dat je helemaal niet wilt verkopen. Door bijvoorbeeld een duurdere wijn op de menukaart te zetten, zul je van de wijn die daar in prijsklasse net onder valt, meer verkopen. Een voorbeeld dat volstrekt onlogisch is in de ogen van Rotmans is het toevoegen van gratis artikelen aan iets dat al een vaste prijs heeft. Hij noemde de museumjaarkaart: neem je die dan krijg je het magazine er gratis bij. In zijn optiek is het veel logischer om voor het magazine afzonderlijk een prijs te vragen en vervolgens een fractie van die prijs aan de museumjaarkaart toe te voegen als je het magazine er bij wilt. Het is in dit geval helemaal niet de bedoeling om het magazine los te verkopen, maar door een afzonderlijke prijs voor het magazine als referentiepunt te creëren en de combinatie tegen een zogenaamd gereduceerd tarief aan te bieden, maak je het een koopje. Dat zijn verhaal voor velen een eye-opener was, bleek uit het gezelschap dat hem in de aansluitende lunchpauze om advies vroeg.
Na de lunch was het woord aan Erik Holterhues van de Triodosbank. Hij ging in op de rol die banken kunnen spelen bij de financiering van kunstinstellingen en –projecten. Na de constatering dat het kunstenveld veelal financieel afhankelijk is van één bron: de overheid, ging hij in op de financiële huishouding. Hij onderscheidde drie soorten financiering: exploitatie (korte termijn), investeringen (middellange termijn) en buffervermogen (lange termijn). Investeringen gebruik je om je exploitatie structureel te verbeteren, bijvoorbeeld de aanschaf van een nieuwe, zuinigere cv-ketel. Een buffervermogen is om tegenvallers op te vangen. Deze soorten financiering kunnen op verschillende manieren gefinancierd worden. Allereerst is er geefgeld (subsidie, sponsoring, particulieren). Dit kun je gebruiken voor je exploitatie en voor investeringen. Het geld van sponsoring en particulieren kun je ook voor buffervermogen gebruiken. Daarnaast is er leengeld (banken, investeringsfondsen) dat je vooral aan kunt wenden voor investeringen. Deze laatste bron is in de kunstensector nauwelijks bekend. Niet alleen wordt je financiële basis steviger als je meer bronnen hebt, de bronnen versterken elkaar onderling (ze trekken elkaar zogezegd over de streep). Een onduidelijkheid in zijn verhaal was voor mij het buffervermogen. Uit de praktijk van poppodia is mij bekend dat je zolang je gesubsidieerd wordt, geen buffervermogen op mag bouwen. Niet alleen niet van je subsidie maar ook op geen enkele andere manier. Zolang dus, al is het maar voor een deel, afhankelijk bent van overheidssubsidie, is dat dus niet mogelijk. Holterhues zei dat je daar de subsidie niet voor mag gebruiken, maar wel andere bronnen. Het uitzoeken waard, lijkt me. Als de poppraktijk waar is, zit de overheid dus indirect de mogelijkheid om een buffer op te bouwen in de weg.
Niels Aalberts, manager van Kyteman’s Hiphop Orkest en de man achter het blog Eerste Hulp Bij Plaatopnamen (www.ehpo.net) belichtte hierna wat van belang is om iets tot een succes te maken in de tijd van internet. Door van sociale media gebruik te maken kun je met weinig geld heel ver komen, was zijn boodschap. Het marketingbudget voor Kyteman bedroeg in totaal € 53,10. Kyteman stond met zijn 24- to 36-koppig orkest alleen maar voor uitverkochte zalen, met als afsluiter de Heineken Music Hall. Daarnaast zijn er ongeveer 60.000 cd’s verkocht. Hoe het zover is kunnen komen is allereerst doordat Kyteman heel erg goed is, dat was de allergrootste kracht. Maar daarnaast spelen in de tijd van internet nog een aantal dingen mee. Zo moet er een verhaal aan zitten, dat mensen rond gaan vertellen. Niet een gewoon verhaal maar een uitgesproken verhaal. Dat doet via sociale media als twitter razendsnel de ronde. Zorg ervoor dat er kippenvelmomenten zijn! En wat ook belangrijk is: geloofwaardigheid. Aalberts stond daarnaast de meeste optredens tussen het publiek om te voelen hoe het was en zo beter op de hoogte te zijn van dat publiek en wat het voelde. Niet om je vervolgens artistiek aan te passen aan je publiek, maar om er op andere manieren op in te kunnen spelen. Zo verwerf je je als artiest een gunfactor. Het publiek gunt je je succes omdat je jezelf blijft. Hij onderstreepte in zijn lezing het belang van sociale media als twitter, youtube, blogs bij het totstandkomen van een succesverhaal als dat van Kyteman. Iets waar de culturele sector zeker vruchten van kan plukken tegen minieme financiële investeringen.
Op programma stonden vervolgens een aantal zogenaamde Doen pitches, waar de aanwezigen op konden stemmen. Hierna vervolgde Frans van Avert van de Hermitage het themaprogramma. Hij legde uit hoe de Hermitage Amsterdam zichzelf op de kaart gezet heeft. Het museum heeft eenmalig aanspraak op overheidsgelden gedaan voor de verbouwing en is vervolgens voor de exploitatie aangewezen op andere bronnen, zoals sponsoring, partnerships, recettes et cetera. Om voort te kunnen bestaan moeten er dus elk jaar voldoende bezoekers komen om 50% van de exploitatiekosten binnen te brengen. Van Avert constateerde dat musea over het algemeen ontzettend onaardig en onprofessioneel zijn tegenover geldschieters. Je moet ze in de watten leggen en iets speciaals geven of anders in ieder geval het idee dat je ze iets speciaals geeft. Het zijn vaak kleine dingen, maar daarmee bind je ze wel aan je. Uit zijn verhaal kwam naar voren dat het van belang is om genoeg geld te reserveren voor een goede marketingcampagne. Heb je wel een goed plan maar niet genoeg geld, dan kun je het beter niet doen.
Mascha Buiting van Trendseminars deed hierna de algemene trends, de consumententrends en de trends in de geefmarkt uit de doeken. Een trendy verhaal, maar gezien de huidige politieke constellatie en het beleid dat het kabinet voorstaat, niet erg geloofwaardig. Uit haar verhaal sprak meer een hoop op een bepaalde toekomst dan een gegronde visie. Edwin van Balken van het DeLaMar Theater mocht de dag besluiten en dat deed hij door er nog maar eens op te wijzen dat je je vooral in je publiek moet verdiepen. Uitgangspunt van het nieuwe theater aan de Marnixstraat is dan ook om de bezoeker een onvergetelijk avondje uit te bezorgen. Jammer dat dat publiek in het geheel afwezig is op de prachtige beelden van het theater die tijdens zijn presentatie op de achtergrond langs kwamen.
Het waren toch vooral de verhalen van relatieve buitenstaanders als Tijs Rotmans, Eric Holterhues en Niels Aalberts die de sector van de nodige input voorzagen om met een frisse blik aan de slag te gaan en niet in boosheid of ontkenning te blijven hangen.
André Nuchelmans
Labels:
bezuinigingen,
economie,
investeringen,
Mediamatic,
prijspolitiek,
sociale media,
sponsoring,
verslag
dinsdag 14 december 2010
Bezuinigingen, de katalysator voor een nieuwe economische dynamiek in de kunstsector?
Galeries lijden onder de economische crisis. Dat blijkt uit recent marktonderzoek van EMI en Motivaction. De brancheomzet daalde met circa 15% en een derde van de kunstkopers verwacht in de toekomst minder kunst te kopen. De aangekondigde BTW-verhoging op kunstvoorwerpen zal rampzalig zijn. Of de bezuinigingen aanleiding zullen zijn tot een nieuwe economische dynamiek in de branche was onderwerp van gesprek tijdens een symposium van de Nederlandse Galerie Associatie (NGA), georganiseerd met steun van de Boekmanstichting en de Mondriaan Stichting, op 13 december in het ABN AMRO hoofdkantoor in Amsterdam. Circa 150 belangstellenden waren aanwezig. Joop Wijn, lid van de Raad van Bestuur Zakelijke Relaties van de ABN AMRO, heette de gasten welkom. ‘De bank ziet u als een gewone ondernemer’, stelde hij de galeriehouders gerust, ‘die te maken heeft met omzet, winst en verlies, maar dan wel in een bijzonder mooie sector.’ Wijn benadrukte het belang van marketing en flexibel ondernemerschap, zeker in een tijd dat omzetten teruglopen. Dagvoorzitter Hadassah de Boer gaf vervolgens NGA-voorzitter Guus Broos het woord. Hij poneerde een aantal stellingen. Galeries moeten zich vaker aansluiten bij handelsmissies naar het buitenland, meer gebruik maken van het Europese speelveld, zich intensiever professionaliseren en de relatie met kunstenaars verbeteren. Socioloog en econoom aan de UvA, Olav Velthuis, gooide de knuppel in het hoenderdok door het galeriemodel, dat eigenlijk al circa 150 jaar in gebruik is en amper aangepast, te heroverwegen. Uit onderzoek van Motivaction blijkt dat de gemiddelde omzet van de galeriehouder in Nederland slechts 200 duizend euro bedraagt. De helft daarvan gaat naar de kunstenaars en van de andere helft moet de galeriehouder zijn vaste kosten betalen, maar ook zijn inkomen. Het galeriewezen moet zich op haar toekomst gaan bezinnen! Velthuis legde uit dat drie ontwikkelingen (informalisering van de maatschappij, festivalisering van de kunstwereld en economisering van tijd) daarbij een rol spelen. Hij gaf handreikingen. Misschien moeten galeries net als antiquariaten ambulant optreden in plaats van vanuit één vaste plek en op die manier hun vaste kosten verlagen? Waarom fuseren galeries niet met elkaar? Waarom wordt er door galeriehouders niet veel meer gebruik gemaakt van internet als verkoopkanaal? Zou het taboe op doorverkoop, dus het opnieuw op de markt brengen van kunstwerken, niet beter doorbroken kunnen worden (Ebay-ificatie)? Zo ook het taboe op flexibele verkoopprijzen! Zijn stelling was dat het galeriemodel niet uitsluitend mag drijven op de primaire markt. Na een korte koffiepauze vond er een paneldiscussie plaats over de vraag of bezuinigingen de katalysator zijn voor een nieuwe economische dynamiek in de branche. Egbert Dommering (verzamelaar), Erik Bos (Nouvelles Images), Kim Rikken (beeldend kunstenaar en bedrijfskundige), Edo Dijksterhuis (Art Amsterdam) en Gitta Luiten (Mondriaan Stichting) benaderden de vraag vanuit zeer diverse invalshoeken. De gedachtewisseling die volgde, was onderhoudend, maar weinig verrassend. Luiten raadde galeriehouders aan om meer gebruik te maken van stimuleringsmaatregelen van het ministerie van Economische Zaken. Dommering benadrukte de rol van een sterke culturele infrastructuur, museumeducatie en kunstonderwijs bij het vergaren en verspreiden van kunstinhoudelijke kennis. En de verzamelaar hield uiteraard een warm pleidooi voor flexibel prijsbeleid door galeriehouders. Daar moest het publiek hartelijk om lachen.… De afschaffing van de Cultuurkaart is een ramp, viel Bos hem bij. Over de mogelijkheden van het internet als verkoopkanaal van kunstwerken was Bos luid en duidelijk: op het net staan slechts plaatjes die het origineel geen recht doen, terwijl het bij kunst toch gaat om de beleving van het aanschouwen. Voor de handel in foto’s voldoet het net daarentegen wel. Hadassah noemde nog een ander voordeel van internethandel: Niet goed, terugsturen en geld terug! De meerwaarde van de galerie is ook voor kunstenaars niet altijd helder, waarschuwde Rikken. Kortom, tijd voor geprofessionaliseerd ondernemerschap!
Gelegenheid tot het stellen van vragen door het publiek stond wel op de agenda, maar vond wegens tijdgebrek geen doorgang, Dat was jammer, want er werd in de zaal veelvuldig gefluisterd en ook gegniffeld, wat nieuwsgierig maakte. Na afloop was er gelukkig ruimschoots gelegenheid tot napraten, onder het genot van een drankje en een lopend buffet.
De genoemde onderzoeken (en nog veel meer informatie over kunsthandel en galeriewezen) zijn beschikbaar in de bibliotheek van de Boekmanstichting. Ook via de website van de NGA, www.nga.nu.
Jack van der Leden
Gelegenheid tot het stellen van vragen door het publiek stond wel op de agenda, maar vond wegens tijdgebrek geen doorgang, Dat was jammer, want er werd in de zaal veelvuldig gefluisterd en ook gegniffeld, wat nieuwsgierig maakte. Na afloop was er gelukkig ruimschoots gelegenheid tot napraten, onder het genot van een drankje en een lopend buffet.
De genoemde onderzoeken (en nog veel meer informatie over kunsthandel en galeriewezen) zijn beschikbaar in de bibliotheek van de Boekmanstichting. Ook via de website van de NGA, www.nga.nu.
Jack van der Leden
Labels:
bezuinigingen,
btw,
crisis,
cultureel ondernemerschap,
economie,
galeries,
kunsthandel,
verslag
dinsdag 19 oktober 2010
Haags debat aan de gracht. Kunst een linkse hobby?
De Rode Hoed, Amsterdam, 18 oktober
De zaal liet weinig van Arend Jan Boekestijn heel. De VVD-er was één van de vier panelleden tijdens het debat van NRC Handelsblad en De Rode Hoed over de aangekondigde bezuinigingen op de kunstsubsidies en kwam zwaar onder vuur te liggen. De andere panelleden waren acteur Gijs Scholten van Aschat, museumdirecteur Benno Tempel en wethouder Carolien Gehrels. Gespreksleider was Joyce Roodnat. Een beetje ongelukkig was het des te meer voor Boekestijn, aangezien hij aanvankelijk niet eens was uitgenodigd om plaats te nemen in het panel. Hij verving Hans Hillen (CDA), die inmiddels een ministerspost bekleedt in het nieuwe kabinet en ongetwijfeld te druk was voor deze bijeenkomst. Terecht noemde Carolien Gehrels het dapper dat hij het strijdtoneel had durven betreden. Meer symphatieke steunbetuigingen bleven overigens de rest van de avond uit.
De zaal op de Keizersgracht was tot in de nok gevuld met betrokkenen die soms geëmotioneerd reageerden. Iedereen was bezorgd over de gevolgen van de aangekondigde bezuinigingen op kunst- en cultuursubsidies. Bas Heijne beet de spits af met een column waarin hij zich op inmiddels bekend wijze verweerde tegen een samenleving waarin de kunst als elitaire linkse hobby wordt weggeschoven. Net als bij sportvoorzieningen betaalt iedereen mee aan de kunst, maar zonder dat iedereen er iets mee hoeft te doen. Dus: afblijven van de subsidies! Roodnat legde het panel gedurende een kleine twee uur een aantal vragen voor die met gretigheid werden beantwoord. Wanneer het echt niet anders kon, dwong Roodnat sprekers tot zwijgen, maar verder liet ze weinig van zich horen. Een gemiste kans. Al weken gebeurt er van alles rondom de sector, in de media, op podia. In hoeverre sluit dit debat hierop aan? Welke acties staan er op stapel? En wat is de beste strategie? Daar had Roodnat iets over kunnen zeggen.
Het panel deelde, ook met de zaal, de heftige verontwaardiging over de botte bijl waarmee het kabinet de kunstsubsidies wil aanpakken. Met een bezuiniging van 200 miljoen euro en ook nog een verhoging van het BTW-tarief. Gehrels bracht vol ongeloof in herinnering hoe ze Mark Rutte eens heeft horen zeggen dat hij kunst en cultuur beschouwt als de R&D van de samenleving. ‘Daar is weinig van overgebleven’. Ze betreurde het gebrek aan belangstelling voor kunst en cultuur onder politici en pleitte voor terugkeer van het inhoudelijk debat in de Trêveszaal. Het ging overigens hard tegen hard op het podium. Scholten van Aschat confronteerde Boekestijn met de vraag hoe hij zich kon vereenzelvigen met de botte voornemens van ‘zijn’ VVD. Boekestijn legde uit dat ook hij meer geld wil voor de kunsten, maar geen overheidsgeld. ‘De marktkraan moet een stukje verder open’. Hij beweerde dat subsidies de kunsten kapot hebben gemaakt en het mecenaat hebben vernield. De oneliners volgden elkaar snel op. ‘Creatief talent kan zichzelf bedruipen’, was er ook één, en: ‘De sector moet de markt op’. De VVD-er bleef maar hameren op marktwerking en het fnuikende effect van subsidies op creativiteit. ‘Jullie moeten ophouden met alsmaar “au” te roepen, want die bezuinigingen gaan niet van tafel’. Van Aschat liep rood aan en leek te ontploffen toen hij dit hoorde. Hij reageerde furieus, zo ook het publiek. ‘F*ck toch op met je markwerking, man. Daar komen nu juist alle problemen in deze tijd vandaan. Je weet niet waar je over praat!’ De toon was gezet. Herhaaldelijk vlogen de twee elkaar in de haren. Totdat Boekestijn dreigde op te stappen. ‘U bent een geweldige acteur, maar een slechte debater’.
Als methode om de eigen inkomsten te verhogen noemde Boekestijn de invoer van prijsdifferentiatie. Rijke mensen kunnen relatief hogere entreegelden betalen, dan minder gefortuneerde mensen. Op bijval kon hij met dit voorstel niet rekenen. Gehrels reageerde boos: alsof de sector zelf niet professioneel genoeg is om over prijsbeleid na te hebben gedacht! Ze toonde zich zwaar teleurgesteld. Samen met acht grote steden had zij die dag in een brief aan de staatssecretaris van Cultuur Halbe Zijlstra geklaagd over het ontbreken van een visie achter het beleid. Het verhogen van het BTW-tarief noemt ze een inefficiënte maatregel omdat het de gewenste publieksgroei verhinderd. Boekestijn bleef zichzelf onverstoord herhalen: de subsidies hebben de sector gefnuikt. ‘Jullie hadden er tien jaar geleden al voor moeten zorgen dat het aandeel van eigen inkomsten zou toenemen’. Tempel en Van Aschat gaven met voorbeelden aan hoe ingewikkeld het is om het bedrijfsleven te overtuigen om geld te investeren. Volgens Tempel moet er bij de instellingen, de politiek maar ook het bedrijfsleven een mentaliteitsverandering plaatsvinden. In het buitenland doet Nederlandse cultuur het hartstikke goed, daar kan het bedrijfsleven veel meer van profiteren dan nu het geval is. ‘Bedrijven willen populaire namen horen en zijn niet geïnteresseerd in kwaliteitstoneel’, legde Van Aschat uit, ‘De limiet bij bedrijven is bereikt’. Het is en blijft bovendien lastig om een balans te vinden tussen de wensen van de markt en het grote publiek en die van de subsidiënt.
De weinig doordachte vergelijking die ‘de VVD-er’ herhaaldelijk maakte met de situatie in de Verenigde Staten werd door publiek én Van Aschat onderuitgehaald. De musea en de orkesten doen het er heel slecht, klonk het. ‘We wonen in Nederland en niet in de VS en we willen hier zeer zeker géén Amerikaanse toestanden’, kapte Van Aschat de politicus definitief af. Hij stelde voor strenger te selecteren in het kunstonderwijs en opperde de mogelijkheid om de prijs van bioscoopkaartjes te verhogen met een toeslag, bedoeld voor de productie van Nederlandse films. Ook klaagde hij: ‘Hoe heeft het zo ver kunnen komen dat elke gemeente zijn eigen schouwburg bouwt?’ De zaal viel hem bij.
In de loop van de avond gaf Boekestijn overigens op twee punten toe: net als Gehrels noemde hij het verhogen van het BTW-tarief improductief. Verder zag hij liever dat er dertig miljoen euro bij de publieke omroep wordt bezuinigd dan bij het Muziekcentrum van de Omroep. ‘Ik wil geen onherstelbare schade’. Een zucht van opluchting ging door de zaal. Iedereen wilde voor een moment aannemen dat Boekestijn de touwtjes in handen had. Achteraf doemt de vraag op wat de organisatie precies op het oog had met deze bijeenkomst. Het publiek, de columnist en drie van de vier sprekers lagen nagenoeg op één lijn. Hoeveel debat kan zoiets nog opleveren? Eén persoon kreeg de wind van voren: Arend Jan Boekestijn. Ook dat lag voor de hand.
Jack van der Leden
De zaal liet weinig van Arend Jan Boekestijn heel. De VVD-er was één van de vier panelleden tijdens het debat van NRC Handelsblad en De Rode Hoed over de aangekondigde bezuinigingen op de kunstsubsidies en kwam zwaar onder vuur te liggen. De andere panelleden waren acteur Gijs Scholten van Aschat, museumdirecteur Benno Tempel en wethouder Carolien Gehrels. Gespreksleider was Joyce Roodnat. Een beetje ongelukkig was het des te meer voor Boekestijn, aangezien hij aanvankelijk niet eens was uitgenodigd om plaats te nemen in het panel. Hij verving Hans Hillen (CDA), die inmiddels een ministerspost bekleedt in het nieuwe kabinet en ongetwijfeld te druk was voor deze bijeenkomst. Terecht noemde Carolien Gehrels het dapper dat hij het strijdtoneel had durven betreden. Meer symphatieke steunbetuigingen bleven overigens de rest van de avond uit.
De zaal op de Keizersgracht was tot in de nok gevuld met betrokkenen die soms geëmotioneerd reageerden. Iedereen was bezorgd over de gevolgen van de aangekondigde bezuinigingen op kunst- en cultuursubsidies. Bas Heijne beet de spits af met een column waarin hij zich op inmiddels bekend wijze verweerde tegen een samenleving waarin de kunst als elitaire linkse hobby wordt weggeschoven. Net als bij sportvoorzieningen betaalt iedereen mee aan de kunst, maar zonder dat iedereen er iets mee hoeft te doen. Dus: afblijven van de subsidies! Roodnat legde het panel gedurende een kleine twee uur een aantal vragen voor die met gretigheid werden beantwoord. Wanneer het echt niet anders kon, dwong Roodnat sprekers tot zwijgen, maar verder liet ze weinig van zich horen. Een gemiste kans. Al weken gebeurt er van alles rondom de sector, in de media, op podia. In hoeverre sluit dit debat hierop aan? Welke acties staan er op stapel? En wat is de beste strategie? Daar had Roodnat iets over kunnen zeggen.
Het panel deelde, ook met de zaal, de heftige verontwaardiging over de botte bijl waarmee het kabinet de kunstsubsidies wil aanpakken. Met een bezuiniging van 200 miljoen euro en ook nog een verhoging van het BTW-tarief. Gehrels bracht vol ongeloof in herinnering hoe ze Mark Rutte eens heeft horen zeggen dat hij kunst en cultuur beschouwt als de R&D van de samenleving. ‘Daar is weinig van overgebleven’. Ze betreurde het gebrek aan belangstelling voor kunst en cultuur onder politici en pleitte voor terugkeer van het inhoudelijk debat in de Trêveszaal. Het ging overigens hard tegen hard op het podium. Scholten van Aschat confronteerde Boekestijn met de vraag hoe hij zich kon vereenzelvigen met de botte voornemens van ‘zijn’ VVD. Boekestijn legde uit dat ook hij meer geld wil voor de kunsten, maar geen overheidsgeld. ‘De marktkraan moet een stukje verder open’. Hij beweerde dat subsidies de kunsten kapot hebben gemaakt en het mecenaat hebben vernield. De oneliners volgden elkaar snel op. ‘Creatief talent kan zichzelf bedruipen’, was er ook één, en: ‘De sector moet de markt op’. De VVD-er bleef maar hameren op marktwerking en het fnuikende effect van subsidies op creativiteit. ‘Jullie moeten ophouden met alsmaar “au” te roepen, want die bezuinigingen gaan niet van tafel’. Van Aschat liep rood aan en leek te ontploffen toen hij dit hoorde. Hij reageerde furieus, zo ook het publiek. ‘F*ck toch op met je markwerking, man. Daar komen nu juist alle problemen in deze tijd vandaan. Je weet niet waar je over praat!’ De toon was gezet. Herhaaldelijk vlogen de twee elkaar in de haren. Totdat Boekestijn dreigde op te stappen. ‘U bent een geweldige acteur, maar een slechte debater’.
Als methode om de eigen inkomsten te verhogen noemde Boekestijn de invoer van prijsdifferentiatie. Rijke mensen kunnen relatief hogere entreegelden betalen, dan minder gefortuneerde mensen. Op bijval kon hij met dit voorstel niet rekenen. Gehrels reageerde boos: alsof de sector zelf niet professioneel genoeg is om over prijsbeleid na te hebben gedacht! Ze toonde zich zwaar teleurgesteld. Samen met acht grote steden had zij die dag in een brief aan de staatssecretaris van Cultuur Halbe Zijlstra geklaagd over het ontbreken van een visie achter het beleid. Het verhogen van het BTW-tarief noemt ze een inefficiënte maatregel omdat het de gewenste publieksgroei verhinderd. Boekestijn bleef zichzelf onverstoord herhalen: de subsidies hebben de sector gefnuikt. ‘Jullie hadden er tien jaar geleden al voor moeten zorgen dat het aandeel van eigen inkomsten zou toenemen’. Tempel en Van Aschat gaven met voorbeelden aan hoe ingewikkeld het is om het bedrijfsleven te overtuigen om geld te investeren. Volgens Tempel moet er bij de instellingen, de politiek maar ook het bedrijfsleven een mentaliteitsverandering plaatsvinden. In het buitenland doet Nederlandse cultuur het hartstikke goed, daar kan het bedrijfsleven veel meer van profiteren dan nu het geval is. ‘Bedrijven willen populaire namen horen en zijn niet geïnteresseerd in kwaliteitstoneel’, legde Van Aschat uit, ‘De limiet bij bedrijven is bereikt’. Het is en blijft bovendien lastig om een balans te vinden tussen de wensen van de markt en het grote publiek en die van de subsidiënt.
De weinig doordachte vergelijking die ‘de VVD-er’ herhaaldelijk maakte met de situatie in de Verenigde Staten werd door publiek én Van Aschat onderuitgehaald. De musea en de orkesten doen het er heel slecht, klonk het. ‘We wonen in Nederland en niet in de VS en we willen hier zeer zeker géén Amerikaanse toestanden’, kapte Van Aschat de politicus definitief af. Hij stelde voor strenger te selecteren in het kunstonderwijs en opperde de mogelijkheid om de prijs van bioscoopkaartjes te verhogen met een toeslag, bedoeld voor de productie van Nederlandse films. Ook klaagde hij: ‘Hoe heeft het zo ver kunnen komen dat elke gemeente zijn eigen schouwburg bouwt?’ De zaal viel hem bij.
In de loop van de avond gaf Boekestijn overigens op twee punten toe: net als Gehrels noemde hij het verhogen van het BTW-tarief improductief. Verder zag hij liever dat er dertig miljoen euro bij de publieke omroep wordt bezuinigd dan bij het Muziekcentrum van de Omroep. ‘Ik wil geen onherstelbare schade’. Een zucht van opluchting ging door de zaal. Iedereen wilde voor een moment aannemen dat Boekestijn de touwtjes in handen had. Achteraf doemt de vraag op wat de organisatie precies op het oog had met deze bijeenkomst. Het publiek, de columnist en drie van de vier sprekers lagen nagenoeg op één lijn. Hoeveel debat kan zoiets nog opleveren? Eén persoon kreeg de wind van voren: Arend Jan Boekestijn. Ook dat lag voor de hand.
Jack van der Leden
Labels:
belang van kunst,
beleidslegitimering,
bezuinigingen,
subsidies,
verslag
maandag 4 oktober 2010
Beter van Kunst
Op weg naar de conferentie Beter van Kunst in de Brakke Grond Amsterdam, klinkt de muziek van het Regionaal Seniorenorkest Midden-Brabant, dat met een zestigtal musici in een grote partytent het plein voor het theater vult. Nederland telt 8 miloen amateurkunstenaars, waarvan 5 miljoen mensen hun hobby - vaak is het een passie - wekelijks beoefenen, vertelt de directeur van Kunstfactor Tom de Rooij even later tijdens zijn openeningswoord. Een van de musici van het orkest, klarinettist Han Slotboom, illustreert dit. Spelen bij het orkest is haast een fulltime bezigheid, vertelt hij, die zijn leven sterk heeft verrijkt. ‘Toen mijn vrouw en ik in Hilvarenbeek kwamen wonen, kregen we er meteen zeventig vrienden bij.’
De conferentie vormde afgelopen donderdag 30 september de aftrap van het landelijk festival amateurkunst Kunstfactor Live! en liet zien ‘wat kunstbeoefening doet met mensen, en wat kunstparticipatie doet met de samenleving’. Kunst maakt slimmer, socialer, vindingdrijker en misschien zelfs gelukkiger, zo was de algemene conclusie van de dag.
De keynotespeech was van de Amerikaanse wetenschapper James Catterall, als hoogleraar urban schooling verbonden aan de Universiteit van Californië (UCLA). Hij schreef het boek Doing Well and Doing Good by Doing Art, waarvoor hij gedurende twaalf jaar 1200 jongeren met een ‘sociaal economische uitdaging’ volgde. De jongeren die onderwijs genoten op een kunstrijke school bleken aanzienlijk beter te presteren dan hun leeftijdgenoten op een kunstarme school: ruim 37 procent van de eerste groep tegenover 17,3 procent van de tweede groep behaalde een Bachelor-diploma. Ook op andere vlakken bleken zij beter te presteren en steviger in hun schoenen te staan. Het werd echter niet duidelijk in hoeverre het hier werkelijk om een causaal verband gaat: misschien speelt de schoolvoorkeur van ouders ook een rol en hangt die voorkeur weer samen met andere factoren die van invloed zijn op de ontwikkeling van hun kinderen, zou je denken.
Catterall maakte voorts inzichtelijk en aannemelijk hoe bezig zijn met kunst, zowel actief als passief, de ontwikkeling van de hersenen in positieve zin beinvloedt. Met name, zoals bekend, in de rechterhersenhelft leggen regelmatig musiceren of toneelspelen ook een basis voor andere vaardigheden. Zo kunnen musici feilloos de emotionele intentie in een stem herkennen, beaamde ook wetenschapsjournalist Mark Mieras later op de dag in het discussiepanel. Toneelspelen, ofwel het spelen van een ander personage, vergroot ook in het dagelijks leven het inlevingsvermogen.
In het discussiepanel onder leiding van moderator Joost Karkhof (Kunststof TV) werd van diverse kanten belicht hoe mensen met kunst beter af kunnen zijn. Volgens Abdel Kader Benali geldt dit eerder voor lezers dan voor schrijvers. Schrijven, geïsoleerd en achter een beeldscherm, maakt eerder anti-sociaal, vertelde hij uit eigen ervaring. Terwijl romans als Eline Vere of toneelstukken als De getemde feeks de lezer een inkijk bieden in een andere historische periode of het innerlijk van een ander mens.
Heel concreet was het verhaal van Aaltje van Sweden van Stichting Papageno over het positieve effect van muziek op kinderen met autisme, die hierin een middel kunnen vinden om hun emoties te uiten. De ervaringen van Fons Diepenmaat en Marian van Binsbergen, respectievelijk theaterdocent en directeur van tbs-instelling de Van der Hoevenkliniek, zijn een eye opener. Van de gedetineerden die deze kunstrijke kliniek verlaten, valt slechts 2,3 procent terug in het oude gedrag tegenover de gemiddeld 20 procent bij andere tbs-instellngen en maar liefst 64 procent bij reguliere gevangenissen. Gedetineerden die maximaal en langdurig worden geconfronteerd met ‘gewoon gezond gedrag’, waaronder een aantrekkelijk aanbod van kunstzinnige activiteiten, bloeien op en nemen dit gedrag over, is hun ervaring.
Al lijken de verwachtingen van kunst soms hooggespannen, de conferentie maakt de vraag waarom er dan toch meer dan 200 miljoen op de rijksbegroting voor kunst bezuinigd moet worden des te schrijnender. Maar, zoals ook de Amsterdamse wethouder, Andrée van Es al aan begin van de conferentie benadrukte, dit alles zal de komende bezuinigingsoperatie niet tegenhouden.
Anita Twaalfhoven
De conferentie vormde afgelopen donderdag 30 september de aftrap van het landelijk festival amateurkunst Kunstfactor Live! en liet zien ‘wat kunstbeoefening doet met mensen, en wat kunstparticipatie doet met de samenleving’. Kunst maakt slimmer, socialer, vindingdrijker en misschien zelfs gelukkiger, zo was de algemene conclusie van de dag.
De keynotespeech was van de Amerikaanse wetenschapper James Catterall, als hoogleraar urban schooling verbonden aan de Universiteit van Californië (UCLA). Hij schreef het boek Doing Well and Doing Good by Doing Art, waarvoor hij gedurende twaalf jaar 1200 jongeren met een ‘sociaal economische uitdaging’ volgde. De jongeren die onderwijs genoten op een kunstrijke school bleken aanzienlijk beter te presteren dan hun leeftijdgenoten op een kunstarme school: ruim 37 procent van de eerste groep tegenover 17,3 procent van de tweede groep behaalde een Bachelor-diploma. Ook op andere vlakken bleken zij beter te presteren en steviger in hun schoenen te staan. Het werd echter niet duidelijk in hoeverre het hier werkelijk om een causaal verband gaat: misschien speelt de schoolvoorkeur van ouders ook een rol en hangt die voorkeur weer samen met andere factoren die van invloed zijn op de ontwikkeling van hun kinderen, zou je denken.
Catterall maakte voorts inzichtelijk en aannemelijk hoe bezig zijn met kunst, zowel actief als passief, de ontwikkeling van de hersenen in positieve zin beinvloedt. Met name, zoals bekend, in de rechterhersenhelft leggen regelmatig musiceren of toneelspelen ook een basis voor andere vaardigheden. Zo kunnen musici feilloos de emotionele intentie in een stem herkennen, beaamde ook wetenschapsjournalist Mark Mieras later op de dag in het discussiepanel. Toneelspelen, ofwel het spelen van een ander personage, vergroot ook in het dagelijks leven het inlevingsvermogen.
In het discussiepanel onder leiding van moderator Joost Karkhof (Kunststof TV) werd van diverse kanten belicht hoe mensen met kunst beter af kunnen zijn. Volgens Abdel Kader Benali geldt dit eerder voor lezers dan voor schrijvers. Schrijven, geïsoleerd en achter een beeldscherm, maakt eerder anti-sociaal, vertelde hij uit eigen ervaring. Terwijl romans als Eline Vere of toneelstukken als De getemde feeks de lezer een inkijk bieden in een andere historische periode of het innerlijk van een ander mens.
Heel concreet was het verhaal van Aaltje van Sweden van Stichting Papageno over het positieve effect van muziek op kinderen met autisme, die hierin een middel kunnen vinden om hun emoties te uiten. De ervaringen van Fons Diepenmaat en Marian van Binsbergen, respectievelijk theaterdocent en directeur van tbs-instelling de Van der Hoevenkliniek, zijn een eye opener. Van de gedetineerden die deze kunstrijke kliniek verlaten, valt slechts 2,3 procent terug in het oude gedrag tegenover de gemiddeld 20 procent bij andere tbs-instellngen en maar liefst 64 procent bij reguliere gevangenissen. Gedetineerden die maximaal en langdurig worden geconfronteerd met ‘gewoon gezond gedrag’, waaronder een aantrekkelijk aanbod van kunstzinnige activiteiten, bloeien op en nemen dit gedrag over, is hun ervaring.
Al lijken de verwachtingen van kunst soms hooggespannen, de conferentie maakt de vraag waarom er dan toch meer dan 200 miljoen op de rijksbegroting voor kunst bezuinigd moet worden des te schrijnender. Maar, zoals ook de Amsterdamse wethouder, Andrée van Es al aan begin van de conferentie benadrukte, dit alles zal de komende bezuinigingsoperatie niet tegenhouden.
Anita Twaalfhoven
Labels:
amateurkunsten,
belang van kunst,
bezuinigingen,
kunstbeleid,
verslag
vrijdag 24 september 2010
Kick-Off Stop de culturele kaalslag
In een volle Grote Zaal van De Balie in Amsterdam vond op vrijdag 24 september de kick-off van de actie Stop de culturele kaalslag plaats. FNV Kiem nam het initiatief voor deze actie tegen de aangekondigde bezuinigingen van 220 miljoen euro op de kunsten. Op de website van het initiatief hadden inmiddels 27.000 mensen de petitie ondertekend en er zouden er volgens gespreksleider Farid Tabarki elk uur 1000 bijkomen. De actiebereidheid was dan ook groot, maar het debat maakte duidelijk dat men het niet eens was of er actie gevoerd moest worden tegen de verwachte buitenproportionele bezuinigingen of tegen bezuinigingen an sich. Vanaf de kick-off wordt 5 dagen lang, voorafgaand aan theater- en muziekvoorstelling een statement voorgelezen, waarin de sector zich tegen de buitensporige bezuinigingen uitspreekt. Met het voorlezen van de tekst van het statement aan het einde van de bijeenkomst gaf Caspar de Kiefte, bestuurder van FNV Kiem, het startsein voor de actie. Dat hij daarbij een deel van de tekst oversloeg, gaf aan dat hij zelf ook nog naar de juiste woorden zocht voor een inspirerend startschot.
Drie statements leiden het debat in. Als eerste sprak Ramsey Nasr zijn gedicht/manifest Uit nutteloze noodzaak uit. Nasr sprak dit Manifest van Terschelling eerder uit bij de opening van Oerol, vlak na de Tweede Kamerverkiezingen. Vervolgens onderstreepte Carel Kraayenhof namens de Nederlandse Toonkunstenaarsbond het belang van cultuur. Jetta Klijnsma, cultuurwoordvoerder voor de PvdA in de Tweede Kamer, sloot de rij.
Na deze statements nam een aantal betrokken uit verschillende geledingen plaats op het podium. Stijn Schoonderwoerd, directeur van het Nationaal Ballet, beet het spits af. Hij hield de aanwezigen voor dat de mythes tegenwoordig niet alleen aan het podium waren voorbehouden, maar zich ook in de realiteit manifesteerden. Dat de toegangsprijzen omhoog kunnen was er een van, een andere is dat de instellingen die het niet goed doen de dupe van de bezuinigingen zijn. In de praktijk blijkt echter dat een verhoging van de toegangsprijzen een deel van het publiek zal verjagen. En de disproportionele bezuinigingen zullen het gehele kunstenbestel doen wankelen. Het publiek van het Nationaal Ballet bestaat niet uitsluitend uit de rijken, maar is een doorsnede van het Nederlandse publiek. Daar sloot actrice Halina Reijn zich bij aan. De aangekondigde bezuinigingen leiden juist tot kunst uitsluitend voor de elite. Mariko Peters, cultuurwoordvoerdster GroenLinks, kenschetste de plannen als een antibeschavingsoffensief en merkte op dat de sector eigenlijk alleen bij GroenLinks, de PvdA en de SP op steun kan rekenen. Beeldend kunstenaar Niek Verschoor vergeleek de huidige situatie met het rampjaar 1672: ‘het volk is redeloos, de regenten zijn radeloos en de kunsten zijn reddeloos’.
Econoom Pim van Klink verklaarde de huidige steun onder brede bevolkingsgroepen om op de kunsten te bezuinigen uit het feit dat de kunstensector tot nu toe altijd de dans wist te ontspringen terwijl op alle andere beleidsterreinen wel bezuinigd werd. Ook het subsidiebeoordelingssysteem dat vakgenoten de kwaliteit van de aanvragen beoordelen werkt een aversie tegen de kunsten in zijn ogen in de hand.
Voormalig cultuurwoordvoerder van de SP, Hans van Leeuwen, gaf aan dat een discrepantie tussen publiek en avantgarde van alle tijden is. Wat dat betreft lopen de kunsten voor op de rest van de bevolking. Hij pleitte er voor om actie te voeren tegen welke bezuiniging dan ook op de kunstensector. Het is toch al geen vetpot en in de ons omliggende landen is het vrij normaal om 1% van de begroting aan de kunsten te besteden. In Nederland is dit nog geen 0,5%. Niet iedereen sloot zich hier bij aan en gaf te kennen wel degelijk ook mogelijkheden te zien om te bezuinigen, maar niet op de schaal die nu de ronde doet. Stijn Schoonderwoerd durfde de stelling wel aan dat er in Nederland teveel aanbod is, er zijn teveel schouwburgen. De sector zou meer in het werk moeten stellen om zichzelf gezond te maken.
Jan Willem de Vriend, chef dirigent Orkest van het Oosten en vaste gast-dirigent van het Brabants Orkest, sprak vanuit zijn eigen ervaring over het belang van een orkest voor de directe omgeving. Dat ligt niet alleen in het feit dat de orkestleden musiceren. Velen zijn daarnaast betrokken bij het muziekonderwijs. Bezuinigingen op de orkesten zullen dus ook effect hebben op het muziekonderwijs. En de kunsteducatie is er al zo erbarmelijk aan toe. Als we kinderen niet leren kijken en luisteren, kun je ook niet verwachten dat ze later beeldende kunst of muziek op waarde schatten.
Daar kon het publiek zich wel in vinden. Het was dan ook terecht dat Mariko Peters opmerkte dat de kunstensector zich meer naar buiten moet richten. Ze moet zich verbinden met andere sectoren om haar belang en draagvlak te onderstrepen. Met alleen het vaste publiek kom je er niet om de bezuinigingen te ontlopen. Veel betrokkenen gaven aan niet te begrijpen dat juist de VVD zo’n groot voorstander van de buitenproportionele bezuinigingen op de kunstsector is. Raden van bestuur en adviesraden worden juist bevolkt door mensen met die politieke signatuur. De afspraak was dan ook snel gemaakt om deze personen te bewegen bij hun partij het belang van de kunstsubsidies kenbaar te maken. Volgens econoom Van Klink moet bij daarbij niet het economisch maar het intrinsieke belang van de kunsten onder de aandacht worden gebracht.
Iedereen was het er over eens dat er iets moest gebeuren, maar wat? Halina Reijn stelde voor de BN-ers in stelling te brengen. Stijn Schoonderwoerd wees de aanwezigen op de korte tijd die vermoedelijk resteerde tot het regeerakkoord. Hij pleitte er voor de acties onder te verdelen in korte- en langetermijn. Een rondgang langs de eigen VVD-achterban behoorde tot de eerste actie. Als de bezuinigingen dan toch een feit blijken, moet de sector zelf met voorstellen komen, mee beslissen. Op lange termijn dient de sector een groter maatschappelijk draagvlak te creëren. Vanuit de zaal werd geopperd om alle culturele instellingen een week lang dicht te gooien. Dan zou iedereen pas merken wat ze missen! Na nog enkele slotvragen en –opmerkingen vanuit het publiek gaf de gespreksleider het woord aan Caspar de Kiefte. Deze verklaarde dat het hem goed deed om te zien dat de actiebereidheid er is en dat nu tot de volgende stap overgegaan kon worden. Die stap betrof het statement dat vanaf deze avond voorafgaand aan elke voorstelling voorgelezen zou worden. Doordat De Kiefte vervolgens bij het voorlezen van het statement een deel van de tekst oversloeg, ontkrachtte hij de actie voor een deel. Het zei echter ook iets over de inhoud van het statement: van een creatieve sector zou je een steviger en inspirerender statement verwachten dan de ambtelijke tekst die De Kiefte gedeeltelijk voorlas. De bijeenkomst maakte duidelijk dat de kunstensector bereid is actie te voeren, maar hoe en precies waarvoor daar was men het nog niet over eens.
André Nuchelmans
Drie statements leiden het debat in. Als eerste sprak Ramsey Nasr zijn gedicht/manifest Uit nutteloze noodzaak uit. Nasr sprak dit Manifest van Terschelling eerder uit bij de opening van Oerol, vlak na de Tweede Kamerverkiezingen. Vervolgens onderstreepte Carel Kraayenhof namens de Nederlandse Toonkunstenaarsbond het belang van cultuur. Jetta Klijnsma, cultuurwoordvoerder voor de PvdA in de Tweede Kamer, sloot de rij.
Na deze statements nam een aantal betrokken uit verschillende geledingen plaats op het podium. Stijn Schoonderwoerd, directeur van het Nationaal Ballet, beet het spits af. Hij hield de aanwezigen voor dat de mythes tegenwoordig niet alleen aan het podium waren voorbehouden, maar zich ook in de realiteit manifesteerden. Dat de toegangsprijzen omhoog kunnen was er een van, een andere is dat de instellingen die het niet goed doen de dupe van de bezuinigingen zijn. In de praktijk blijkt echter dat een verhoging van de toegangsprijzen een deel van het publiek zal verjagen. En de disproportionele bezuinigingen zullen het gehele kunstenbestel doen wankelen. Het publiek van het Nationaal Ballet bestaat niet uitsluitend uit de rijken, maar is een doorsnede van het Nederlandse publiek. Daar sloot actrice Halina Reijn zich bij aan. De aangekondigde bezuinigingen leiden juist tot kunst uitsluitend voor de elite. Mariko Peters, cultuurwoordvoerdster GroenLinks, kenschetste de plannen als een antibeschavingsoffensief en merkte op dat de sector eigenlijk alleen bij GroenLinks, de PvdA en de SP op steun kan rekenen. Beeldend kunstenaar Niek Verschoor vergeleek de huidige situatie met het rampjaar 1672: ‘het volk is redeloos, de regenten zijn radeloos en de kunsten zijn reddeloos’.
Econoom Pim van Klink verklaarde de huidige steun onder brede bevolkingsgroepen om op de kunsten te bezuinigen uit het feit dat de kunstensector tot nu toe altijd de dans wist te ontspringen terwijl op alle andere beleidsterreinen wel bezuinigd werd. Ook het subsidiebeoordelingssysteem dat vakgenoten de kwaliteit van de aanvragen beoordelen werkt een aversie tegen de kunsten in zijn ogen in de hand.
Voormalig cultuurwoordvoerder van de SP, Hans van Leeuwen, gaf aan dat een discrepantie tussen publiek en avantgarde van alle tijden is. Wat dat betreft lopen de kunsten voor op de rest van de bevolking. Hij pleitte er voor om actie te voeren tegen welke bezuiniging dan ook op de kunstensector. Het is toch al geen vetpot en in de ons omliggende landen is het vrij normaal om 1% van de begroting aan de kunsten te besteden. In Nederland is dit nog geen 0,5%. Niet iedereen sloot zich hier bij aan en gaf te kennen wel degelijk ook mogelijkheden te zien om te bezuinigen, maar niet op de schaal die nu de ronde doet. Stijn Schoonderwoerd durfde de stelling wel aan dat er in Nederland teveel aanbod is, er zijn teveel schouwburgen. De sector zou meer in het werk moeten stellen om zichzelf gezond te maken.
Jan Willem de Vriend, chef dirigent Orkest van het Oosten en vaste gast-dirigent van het Brabants Orkest, sprak vanuit zijn eigen ervaring over het belang van een orkest voor de directe omgeving. Dat ligt niet alleen in het feit dat de orkestleden musiceren. Velen zijn daarnaast betrokken bij het muziekonderwijs. Bezuinigingen op de orkesten zullen dus ook effect hebben op het muziekonderwijs. En de kunsteducatie is er al zo erbarmelijk aan toe. Als we kinderen niet leren kijken en luisteren, kun je ook niet verwachten dat ze later beeldende kunst of muziek op waarde schatten.
Daar kon het publiek zich wel in vinden. Het was dan ook terecht dat Mariko Peters opmerkte dat de kunstensector zich meer naar buiten moet richten. Ze moet zich verbinden met andere sectoren om haar belang en draagvlak te onderstrepen. Met alleen het vaste publiek kom je er niet om de bezuinigingen te ontlopen. Veel betrokkenen gaven aan niet te begrijpen dat juist de VVD zo’n groot voorstander van de buitenproportionele bezuinigingen op de kunstsector is. Raden van bestuur en adviesraden worden juist bevolkt door mensen met die politieke signatuur. De afspraak was dan ook snel gemaakt om deze personen te bewegen bij hun partij het belang van de kunstsubsidies kenbaar te maken. Volgens econoom Van Klink moet bij daarbij niet het economisch maar het intrinsieke belang van de kunsten onder de aandacht worden gebracht.
Iedereen was het er over eens dat er iets moest gebeuren, maar wat? Halina Reijn stelde voor de BN-ers in stelling te brengen. Stijn Schoonderwoerd wees de aanwezigen op de korte tijd die vermoedelijk resteerde tot het regeerakkoord. Hij pleitte er voor de acties onder te verdelen in korte- en langetermijn. Een rondgang langs de eigen VVD-achterban behoorde tot de eerste actie. Als de bezuinigingen dan toch een feit blijken, moet de sector zelf met voorstellen komen, mee beslissen. Op lange termijn dient de sector een groter maatschappelijk draagvlak te creëren. Vanuit de zaal werd geopperd om alle culturele instellingen een week lang dicht te gooien. Dan zou iedereen pas merken wat ze missen! Na nog enkele slotvragen en –opmerkingen vanuit het publiek gaf de gespreksleider het woord aan Caspar de Kiefte. Deze verklaarde dat het hem goed deed om te zien dat de actiebereidheid er is en dat nu tot de volgende stap overgegaan kon worden. Die stap betrof het statement dat vanaf deze avond voorafgaand aan elke voorstelling voorgelezen zou worden. Doordat De Kiefte vervolgens bij het voorlezen van het statement een deel van de tekst oversloeg, ontkrachtte hij de actie voor een deel. Het zei echter ook iets over de inhoud van het statement: van een creatieve sector zou je een steviger en inspirerender statement verwachten dan de ambtelijke tekst die De Kiefte gedeeltelijk voorlas. De bijeenkomst maakte duidelijk dat de kunstensector bereid is actie te voeren, maar hoe en precies waarvoor daar was men het nog niet over eens.
André Nuchelmans
Labels:
actie,
bezuinigingen,
kunstbeleid,
verslag
zondag 29 augustus 2010
Paradisodebat: Kunst en cultuur: het investeren waard?
Donkere wolken hadden zich toepasselijk samengepakt boven het hoofdstedelijke Paradiso voor het jaarlijkse Paradisodebat ter afsluiting van de Uitmarkt. Onder het thema Kunst en cultuur: het investeren waard? liet een aantal relatieve buitenstaanders en betrokkenen hun licht schijnen over de betekenis van kunst voor de samenleving en gingen Hans Waege (directeur van het Rotterdams Philharmonisch Orkest), Axel Rüger (directeur van het Van Gogh Museum) en Pierre Audi (directeur van het Holland Festival en De Nederlandse Opera) het debat aan met politici van de grootste partijen. Grote afwezige was de PVV, die voorstander is van ongekende ingrepen in de kunstsubsidies. In NRC Handelsblad en de Volkskrant verschenen voorafgaand aan het debat in de kunstbijlages al bijdragen over de mogelijke consequenties van de aanstaande bezuinigingen. Uit het debat kwam naar voren dat de kunstensector zich niet aan de bezuinigingen wil onttrekken en dat er wel degelijk nog efficiënter gewerkt en de organisatie verbeterd kan worden. Op de vraag waarom in de kunstensector buitenproportioneel bezuinigd zal gaan worden, bleven de betrokken politieke partijen (VVD en CDA) het antwoord schuldig.
Ad ’s-Gravesande, voorzitter Kunsten ’92, opende het debat al met de mededeling dat het geen leuke middag zou worden en schetste een beeld van de consequenties van de aangekondigde bezuinigingen van 200 miljoen euro. Als de erfgoed- en museumsector en de openbare bibliotheken ontzien worden, zullen de podiumkunsten en beeldende kunsten het met 30% minder moeten doen. Bastiaan Vinkenburg van bureau Berenschot gaf de resultaten van een onderzoek naar de economische betekenis van de kunsten. De resultaten bevestigden de conclusies uit eerder onderzoek dat de kunstensector niet alleen direct maar ook indirect economisch rendabel is. Ook was onderzocht hoe de aangekondigde bezuinigingen gerealiseerd konden worden. De kaasschaafmethode bleek daarbij geen optie, er moeten keuzes gemaakt worden. Het onderzoek is te vinden op de www.kunsten92.nl en www.berenschot.nl.
Na Vinkenburg namen 4 sprekers het woord die het belang van de kunsten vanuit verschillende invalshoeken onder woorden brachten. Zef Hemel, stadsplanner en adjunct-directeur van de Dienst Ruimtelijke Ordening Amsterdam benadrukte het belang van kunst en cultuur in de aantrekkelijkheid en de uitstraling van steden. In zijn ogen moest er dan ook niet langer van subsidies maar van investeringen gesproken worden. Eric Eerdenburg, directeur Lowlands en directielid van Mojo Concerts schetste het belang van het Nederlandse clubcircuit voor vernieuwing en experiment in de popmuziek. De popsector vormt een uitzondering op andere sectoren in die zin dat er geen individuen of groepen gesubsidieerd worden maar de infrastructuur. Hoewel de sector weinig subsidie krijgt en veel eigen inkomsten genereert, komt het ontwikkelen en de doorstroming van talent met het wegvallen van subsidies in het geding. De sector zou wel als inspiratiebron voor andere sectoren kunnen dienen waar het gaat om de verwerving van eigen inkomsten. Vervolgens was het woord aan Jos Vranken, directeur van het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen. Hij verwoordde de betekenis van kunst en cultuur voor toerisme en andersom. Uit onderzoek blijkt dat kunst en cultuur een belangrijke reden voor toeristen is om Nederland te bezoeken. Culturele toeristen geven bovendien meer geld uit dan de doorsnee toerist. Alexander Rinnooy Kan, voorzitter van het Prins Bernhard Cultuurfonds, benoemde tenslotten de do’s en don’ts voor de kunstensector in het huidige klimaat. Van belang is vooral om het economisch belang te onderkennen, maar tegelijkertijd te laten weten dat kunst en cultuur ook andere effecten hebben. Wat de sector vooral niet moet doen is de bezuinigingen als onuitvoerbaar te kenschetsen. De sector moet onderzoeken waar mogelijkheden voor bezuinigingen zijn en zich voorbereiden. Ook een kaasschaafdebat is uit den boze. De sector moet meer naar buiten treden met argumenten en wijzen op dwarsverbanden met andere sectoren.
Hierna namen Hans Waege, Axel Rüge en Pierre Audi plaats op het podium. Debatleider Twan Huys legde hen een aantal vragen voor. De aanwezige cultuurwoordvoerders van PvdA (Jette Klijnsma), D66 (Boris van der Ham), SP (Jasper van Dijk), GroenLinks (Mariko Peters), VVD (Mark Harbers) en bij afwezigheid van Joop Atsma, Nicolien van Vroonhoven voor het CDA, reageerden op de directies en elkaar.
Twan Huys vroeg de directeuren naar de consequenties van een bezuiniging op de rijkssubsidie van 20%. Het RPhO zou nog meer op de bezetting, die al miniem is, moeten bezuinigen, Axel Rüger zou het op de programmering verhalen waarbij vooral het aanbod voor de Nederlandse bezoeker in het geding zou komen. Pierre Audi gaf aan dat de hele organisatie opnieuw gestructureerd moest worden. De directeuren gaven aan het niet meer dan als vanzelfsprekend te beschouwen dat als er landelijk bezuinigd moet worden ook de kunsten hier hun steentje aan bijdragen. De aangekondigde bezuinigingen van 20% op het totale cultuurbudget hebben echter als consequentie dat de gehele sector ontwricht raakt. De betrokken politici van CDA en VVD deden zoals te verwachten was geen uitspraken over mogelijke scenario’s, al gaf Mark Harbers wel wat voorbeelden waar de 200 miljoen vandaan zou kunnen komen. De cultuurkaarten voor middelbare scholieren konden afgeschaft worden, aangezien de ouders ook de boeken al vergoed kregen. Daarnaast zag hij de WWIK als mogelijkheid. Ook zou het aantal landelijk gesubsidieerde orkesten van 13 naar 11 teruggebracht kunnen worden, konden culturele instellingen meer dan 30% eigen inkomsten genereren en kunnen de inkomsten uit entree omhoog.
Ruben Maes, bureau Maes/Ockhuijsen, vertelde op uitnodiging van Huys iets over het overleg dat binnen de kunstensector gaande is over een reactie op de aangekondigde bezuinigingen. Ook hieruit kwam naar voren dat de sector wel degelijk wil nadenken over bezuinigingen, maar dat de 20% waarvan vooralsnog sprake is, buitenproportioneel is. Vooralsnog is er echter nog geen sprake van een reactie vanuit de politiek. Vanuit de zaal en vanaf het podium werd ook ingebracht dat verdere bezuinigingen onmogelijk zijn bij een gelijkblijvend takenpakket. De sector verwacht van de overheid meer duidelijkheid over wat er dan verwacht wordt. Diverse aanwezigen vroegen zich ook af wat de rol van de Raad voor Cultuur in de huidige situatie zou moeten zijn. Boris van der Ham, D’66, gaf aan dat de sector wel erg lijdzaam alles op zich af heeft laten komen. Harbers, VVD, verwees naar het debat van vorig jaar, waarbij de VVD al had aangegeven ingrijpende bezuinigingen op de kunstensector voor te staan. De sector heeft daar echter in het geheel niet op gereageerd of geanticipeerd. Maar zoals het debat duidelijk maakte is daarin inmiddels verandering gekomen.
André Nuchelmans
Ad ’s-Gravesande, voorzitter Kunsten ’92, opende het debat al met de mededeling dat het geen leuke middag zou worden en schetste een beeld van de consequenties van de aangekondigde bezuinigingen van 200 miljoen euro. Als de erfgoed- en museumsector en de openbare bibliotheken ontzien worden, zullen de podiumkunsten en beeldende kunsten het met 30% minder moeten doen. Bastiaan Vinkenburg van bureau Berenschot gaf de resultaten van een onderzoek naar de economische betekenis van de kunsten. De resultaten bevestigden de conclusies uit eerder onderzoek dat de kunstensector niet alleen direct maar ook indirect economisch rendabel is. Ook was onderzocht hoe de aangekondigde bezuinigingen gerealiseerd konden worden. De kaasschaafmethode bleek daarbij geen optie, er moeten keuzes gemaakt worden. Het onderzoek is te vinden op de www.kunsten92.nl en www.berenschot.nl.
Na Vinkenburg namen 4 sprekers het woord die het belang van de kunsten vanuit verschillende invalshoeken onder woorden brachten. Zef Hemel, stadsplanner en adjunct-directeur van de Dienst Ruimtelijke Ordening Amsterdam benadrukte het belang van kunst en cultuur in de aantrekkelijkheid en de uitstraling van steden. In zijn ogen moest er dan ook niet langer van subsidies maar van investeringen gesproken worden. Eric Eerdenburg, directeur Lowlands en directielid van Mojo Concerts schetste het belang van het Nederlandse clubcircuit voor vernieuwing en experiment in de popmuziek. De popsector vormt een uitzondering op andere sectoren in die zin dat er geen individuen of groepen gesubsidieerd worden maar de infrastructuur. Hoewel de sector weinig subsidie krijgt en veel eigen inkomsten genereert, komt het ontwikkelen en de doorstroming van talent met het wegvallen van subsidies in het geding. De sector zou wel als inspiratiebron voor andere sectoren kunnen dienen waar het gaat om de verwerving van eigen inkomsten. Vervolgens was het woord aan Jos Vranken, directeur van het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen. Hij verwoordde de betekenis van kunst en cultuur voor toerisme en andersom. Uit onderzoek blijkt dat kunst en cultuur een belangrijke reden voor toeristen is om Nederland te bezoeken. Culturele toeristen geven bovendien meer geld uit dan de doorsnee toerist. Alexander Rinnooy Kan, voorzitter van het Prins Bernhard Cultuurfonds, benoemde tenslotten de do’s en don’ts voor de kunstensector in het huidige klimaat. Van belang is vooral om het economisch belang te onderkennen, maar tegelijkertijd te laten weten dat kunst en cultuur ook andere effecten hebben. Wat de sector vooral niet moet doen is de bezuinigingen als onuitvoerbaar te kenschetsen. De sector moet onderzoeken waar mogelijkheden voor bezuinigingen zijn en zich voorbereiden. Ook een kaasschaafdebat is uit den boze. De sector moet meer naar buiten treden met argumenten en wijzen op dwarsverbanden met andere sectoren.
Hierna namen Hans Waege, Axel Rüge en Pierre Audi plaats op het podium. Debatleider Twan Huys legde hen een aantal vragen voor. De aanwezige cultuurwoordvoerders van PvdA (Jette Klijnsma), D66 (Boris van der Ham), SP (Jasper van Dijk), GroenLinks (Mariko Peters), VVD (Mark Harbers) en bij afwezigheid van Joop Atsma, Nicolien van Vroonhoven voor het CDA, reageerden op de directies en elkaar.
Twan Huys vroeg de directeuren naar de consequenties van een bezuiniging op de rijkssubsidie van 20%. Het RPhO zou nog meer op de bezetting, die al miniem is, moeten bezuinigen, Axel Rüger zou het op de programmering verhalen waarbij vooral het aanbod voor de Nederlandse bezoeker in het geding zou komen. Pierre Audi gaf aan dat de hele organisatie opnieuw gestructureerd moest worden. De directeuren gaven aan het niet meer dan als vanzelfsprekend te beschouwen dat als er landelijk bezuinigd moet worden ook de kunsten hier hun steentje aan bijdragen. De aangekondigde bezuinigingen van 20% op het totale cultuurbudget hebben echter als consequentie dat de gehele sector ontwricht raakt. De betrokken politici van CDA en VVD deden zoals te verwachten was geen uitspraken over mogelijke scenario’s, al gaf Mark Harbers wel wat voorbeelden waar de 200 miljoen vandaan zou kunnen komen. De cultuurkaarten voor middelbare scholieren konden afgeschaft worden, aangezien de ouders ook de boeken al vergoed kregen. Daarnaast zag hij de WWIK als mogelijkheid. Ook zou het aantal landelijk gesubsidieerde orkesten van 13 naar 11 teruggebracht kunnen worden, konden culturele instellingen meer dan 30% eigen inkomsten genereren en kunnen de inkomsten uit entree omhoog.
Ruben Maes, bureau Maes/Ockhuijsen, vertelde op uitnodiging van Huys iets over het overleg dat binnen de kunstensector gaande is over een reactie op de aangekondigde bezuinigingen. Ook hieruit kwam naar voren dat de sector wel degelijk wil nadenken over bezuinigingen, maar dat de 20% waarvan vooralsnog sprake is, buitenproportioneel is. Vooralsnog is er echter nog geen sprake van een reactie vanuit de politiek. Vanuit de zaal en vanaf het podium werd ook ingebracht dat verdere bezuinigingen onmogelijk zijn bij een gelijkblijvend takenpakket. De sector verwacht van de overheid meer duidelijkheid over wat er dan verwacht wordt. Diverse aanwezigen vroegen zich ook af wat de rol van de Raad voor Cultuur in de huidige situatie zou moeten zijn. Boris van der Ham, D’66, gaf aan dat de sector wel erg lijdzaam alles op zich af heeft laten komen. Harbers, VVD, verwees naar het debat van vorig jaar, waarbij de VVD al had aangegeven ingrijpende bezuinigingen op de kunstensector voor te staan. De sector heeft daar echter in het geheel niet op gereageerd of geanticipeerd. Maar zoals het debat duidelijk maakte is daarin inmiddels verandering gekomen.
André Nuchelmans
Labels:
bezuinigingen,
debat,
kunstbeleid,
maatschappelijk draagvlak,
verslag
dinsdag 20 april 2010
NOVA: Kunstsubsidies onder druk
Voor zes op de tien Nederlanders staan kunst en cultuur in de top vijf van de populairste posten waarop bezuinigd mag worden. Ontwikkelingssamenwerking staat op één, kunst en cultuur en Defensie op een gedeelde tweede plaats, gevolgd door wonen, en landbouw en visserij. Dit blijkt uit onderzoek van Synovate onder 1000 kiesgerechtigde Nederlanders, verricht in opdracht van NOVA. In de uitzending van maandag 19 april maakte het nieuwsprogramma de uitslag bekend en liet een aantal betrokkenen aan het woord.
De kunstsubsidies hebben nog nooit zo onder druk gestaan als op dit moment, aldus Clairy Polak. Sommige politieke partijen spreken zich openlijk uit voor bezuinigingen op kunst en cultuur. Waarom wel inleveren als het gaat om veiligheid en gezondheidszorg, en niet op orkesten en beeldende kunst? Op de vraag waarop absoluut niet bezuinigd mag worden koos slechts drie procent van de Nederlanders voor kunst en cultuur. De kunstsector heeft alle reden om zich zorgen te maken. Hoeveel subsidie gaat er naar de kunstsector en kan het niet wat minder? Hoe denkt de bevolking over bezuinigingen op kunst en cultuur?
NOVA sprak met columnist Bas Heijne, econoom Gerard Marlet en VVD-kamerlid Mark Harbers. Ook volgde NOVA twee kunstenaars tijdens hun subsidieaanvraag bij het Amsterdamse Fonds voor de Kunst, en sprak ze met studenten van het Utrechtse conservatorium.
Van de 4,5 miljard euro die de sector jaarlijks aan inkomsten binnenkrijgt, is tweederde afkomstig van het ministerie van OCW. Een derde komt uit kaartverkoop en sponsorgelden. Volgens Bastiaan Vinkenburg van Berenschot is de Rijksbijdrage niet hoog wanneer je het bedrag relateert aan het aantal inwoners. Per inwoner besteedt het Rijk 55 euro per jaar aan kunst en cultuur. De vier grote gemeenten betalen meer dan 200 euro per jaar per inwoner, de kleinere gemeenten gemiddeld 88 euro. Slechts 0,56% van de rijksbegroting gaat naar kunst en cultuur. Toch wordt dit nog minder, waarschuwde NOVA. ‘Kunstenaars moeten eraan geloven’.
Dat kunstsubsidies niet langer heilig zijn bleek uit de reactie van twee Kamerleden. Volgens Tweede Kamerlid Mark Harbers zijn steeds meer instellingen subsidieverslaafd geraakt. Hij pleitte voor minder subsidie en meer geld uit het land. Later lichtte hij toe dat instellingen gewezen moeten worden op alternatieve financiering zoals sponsoring. Ook het schenken door particulieren moet fiscaal gestimuleerd worden door middel van een ‘geefwet’. Ook de PVV is kritisch, bleek uit een televisiefragment waarin Tweede Kamerlid van de PVV Sietse Fritsma uitriep: ‘Waarom moet Jan Modaal betalen voor het Residentieorkest voor een klein elitegroepje’.
Waarom zijn kunst en cultuur belangrijk? De economische meerwaarde is aangetoond, legde econoom Gerard Marlet uit. De simpele aanwezigheid van cultureel aanbod is goed voor een stad, want het vergroot de aantrekkingskracht en de economie. Dat komt alle inwoners ten goede.
Een groot probleem is volgens NOVA dat kunstenaars zelf niet altijd goed kunnen uitleggen waarom subsidies van belang zijn. Een studente aan het Utrechts Conservatorium was hier een voorbeeld van. ‘Subsidies zijn belangrijk, want als er geen orkesten zijn zit ik straks zonder werk’. Ook de beeldend kunstenaars die een subsidie aanvroegen bij het AFK kwamen niet overtuigend over. Een van de kunstenaars die subsidie aanvroeg bij het AFK was Dorette Evers. Zij gaf desgevraagd aan dat ze haar project als vrijwilliger zou voortzetten wanneer ze geen subsidie zou krijgen. De andere kunstenaar, Jeroen Kramer, beaamde dat het steeds moeilijker wordt om subsidie krijgen, maar hij zag het als een uitdaging aan kunstenaars om nog serieuzer met subsidieaanvragen om te gaan.
Bas Heijne slaagde er wel in kunstsubsidies te verdedigen. Hij legde uit dat de kunstwereld vaak roept dat kunst nu eenmaal belangrijk is, maar argumenten achterwege laat. De kunstwereld kijkt alleen maar naar zichzelf. Maar soms zijn subsidies maatschappelijk moeilijk te verdedigen. ‘Ik betaal zelf ook mee aan dingen waar ik niets mee heb, zoals voetbal. Is voetbal belangrijk voor een samenleving? Voor mij niet. Een levensvoorwaarde is het niet, maar wanneer het ophoudt te bestaan betekent dat voor veel mensen een identiteitscrisis. Hetzelfde geldt voor kunst. Hij stelt voor: ‘laten we gelijk oversteken. Dan zeuren we er niet meer over’. Heijne wijst ook op de intrinsieke waarde van kunst. Kunst is verbeelding. Hij noemt als voorbeeld Romeo en Julia. Het verhaal over liefde en verraad bepaalt je blik op liefde. Kunst laat je opnieuw kijken naar je leven en je wereld.
Van de ondervraagden vindt 45% dat er te veel geld wordt uitgegeven aan kunst en cultuur, 26 % vindt het net goed, 8% noemt het te weinig. Het subsidiëren van kunst en cultuur moet daarom vaker ter discussie staan en geen automatisme zijn, aldus Vinkenburg. Iedere culturele instelling zal zijn recht op subsidie moeten verdedigen.
Nederlanders gunnen het meeste geld aan musea, daarna volgen film, festivals en orkesten. Dans en beeldende kunst komen er slecht vanaf. Geen aandacht was er in het onderzoek voor cultuurbehoud, waaronder monumentenzorg, bibliotheken en archieven. Ook kunsteducatie en amateurkunst bleven buiten beeld. Dat is een gemiste kans, want circa een derde van de bevolking houdt zich met amateurkunst bezig.
Boekman 81 over kunst en politiek bevat een volledig overzicht van de standpunten van de politieke partijen over kunst- en cultuurbeleid. Boekman 77 bevat een aantal overtuigende meningen en visies over het belang van kunst. Actuele informatie over maatschappelijk draagvlak voor kunst en de aandacht voor kunst in de verkiezingsprogramma kunt u vinden in de bibliotheek van de Boekmanstichting.
Jack van der Leden
De kunstsubsidies hebben nog nooit zo onder druk gestaan als op dit moment, aldus Clairy Polak. Sommige politieke partijen spreken zich openlijk uit voor bezuinigingen op kunst en cultuur. Waarom wel inleveren als het gaat om veiligheid en gezondheidszorg, en niet op orkesten en beeldende kunst? Op de vraag waarop absoluut niet bezuinigd mag worden koos slechts drie procent van de Nederlanders voor kunst en cultuur. De kunstsector heeft alle reden om zich zorgen te maken. Hoeveel subsidie gaat er naar de kunstsector en kan het niet wat minder? Hoe denkt de bevolking over bezuinigingen op kunst en cultuur?
NOVA sprak met columnist Bas Heijne, econoom Gerard Marlet en VVD-kamerlid Mark Harbers. Ook volgde NOVA twee kunstenaars tijdens hun subsidieaanvraag bij het Amsterdamse Fonds voor de Kunst, en sprak ze met studenten van het Utrechtse conservatorium.
Van de 4,5 miljard euro die de sector jaarlijks aan inkomsten binnenkrijgt, is tweederde afkomstig van het ministerie van OCW. Een derde komt uit kaartverkoop en sponsorgelden. Volgens Bastiaan Vinkenburg van Berenschot is de Rijksbijdrage niet hoog wanneer je het bedrag relateert aan het aantal inwoners. Per inwoner besteedt het Rijk 55 euro per jaar aan kunst en cultuur. De vier grote gemeenten betalen meer dan 200 euro per jaar per inwoner, de kleinere gemeenten gemiddeld 88 euro. Slechts 0,56% van de rijksbegroting gaat naar kunst en cultuur. Toch wordt dit nog minder, waarschuwde NOVA. ‘Kunstenaars moeten eraan geloven’.
Dat kunstsubsidies niet langer heilig zijn bleek uit de reactie van twee Kamerleden. Volgens Tweede Kamerlid Mark Harbers zijn steeds meer instellingen subsidieverslaafd geraakt. Hij pleitte voor minder subsidie en meer geld uit het land. Later lichtte hij toe dat instellingen gewezen moeten worden op alternatieve financiering zoals sponsoring. Ook het schenken door particulieren moet fiscaal gestimuleerd worden door middel van een ‘geefwet’. Ook de PVV is kritisch, bleek uit een televisiefragment waarin Tweede Kamerlid van de PVV Sietse Fritsma uitriep: ‘Waarom moet Jan Modaal betalen voor het Residentieorkest voor een klein elitegroepje’.
Waarom zijn kunst en cultuur belangrijk? De economische meerwaarde is aangetoond, legde econoom Gerard Marlet uit. De simpele aanwezigheid van cultureel aanbod is goed voor een stad, want het vergroot de aantrekkingskracht en de economie. Dat komt alle inwoners ten goede.
Een groot probleem is volgens NOVA dat kunstenaars zelf niet altijd goed kunnen uitleggen waarom subsidies van belang zijn. Een studente aan het Utrechts Conservatorium was hier een voorbeeld van. ‘Subsidies zijn belangrijk, want als er geen orkesten zijn zit ik straks zonder werk’. Ook de beeldend kunstenaars die een subsidie aanvroegen bij het AFK kwamen niet overtuigend over. Een van de kunstenaars die subsidie aanvroeg bij het AFK was Dorette Evers. Zij gaf desgevraagd aan dat ze haar project als vrijwilliger zou voortzetten wanneer ze geen subsidie zou krijgen. De andere kunstenaar, Jeroen Kramer, beaamde dat het steeds moeilijker wordt om subsidie krijgen, maar hij zag het als een uitdaging aan kunstenaars om nog serieuzer met subsidieaanvragen om te gaan.
Bas Heijne slaagde er wel in kunstsubsidies te verdedigen. Hij legde uit dat de kunstwereld vaak roept dat kunst nu eenmaal belangrijk is, maar argumenten achterwege laat. De kunstwereld kijkt alleen maar naar zichzelf. Maar soms zijn subsidies maatschappelijk moeilijk te verdedigen. ‘Ik betaal zelf ook mee aan dingen waar ik niets mee heb, zoals voetbal. Is voetbal belangrijk voor een samenleving? Voor mij niet. Een levensvoorwaarde is het niet, maar wanneer het ophoudt te bestaan betekent dat voor veel mensen een identiteitscrisis. Hetzelfde geldt voor kunst. Hij stelt voor: ‘laten we gelijk oversteken. Dan zeuren we er niet meer over’. Heijne wijst ook op de intrinsieke waarde van kunst. Kunst is verbeelding. Hij noemt als voorbeeld Romeo en Julia. Het verhaal over liefde en verraad bepaalt je blik op liefde. Kunst laat je opnieuw kijken naar je leven en je wereld.
Van de ondervraagden vindt 45% dat er te veel geld wordt uitgegeven aan kunst en cultuur, 26 % vindt het net goed, 8% noemt het te weinig. Het subsidiëren van kunst en cultuur moet daarom vaker ter discussie staan en geen automatisme zijn, aldus Vinkenburg. Iedere culturele instelling zal zijn recht op subsidie moeten verdedigen.
Nederlanders gunnen het meeste geld aan musea, daarna volgen film, festivals en orkesten. Dans en beeldende kunst komen er slecht vanaf. Geen aandacht was er in het onderzoek voor cultuurbehoud, waaronder monumentenzorg, bibliotheken en archieven. Ook kunsteducatie en amateurkunst bleven buiten beeld. Dat is een gemiste kans, want circa een derde van de bevolking houdt zich met amateurkunst bezig.
Boekman 81 over kunst en politiek bevat een volledig overzicht van de standpunten van de politieke partijen over kunst- en cultuurbeleid. Boekman 77 bevat een aantal overtuigende meningen en visies over het belang van kunst. Actuele informatie over maatschappelijk draagvlak voor kunst en de aandacht voor kunst in de verkiezingsprogramma kunt u vinden in de bibliotheek van de Boekmanstichting.
Jack van der Leden
Abonneren op:
Posts (Atom)
